Sportruimte In de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen gaat het veel over woningnood en de noodzaak voor nieuwe huizen. Voor ruimte tot sporten en bewegen is veel minder aandacht, zo laat ook het Rotterdamse Hefpark zien. „Het thema wordt slechts in de kantlijn meegenomen.”
Pal naast de speeltoestellen in het Hefpark komt een flatgebouw met woningen. Op de achtergrond de Hefbrug.
Tussen de grote wegen en de grauwe gebouwen aan rivier de Nieuwe Maas doemt ineens een bescheiden groene vlakte op. Er liggen een stel heuvels, die een BMX-baan moeten voorstellen. Wie beter kijkt, ziet ook zitplaatsen, speeltoestellen en zelfs enkele kunstwerken. Het blijkt een klein parkje middenin de drukte van de Rotterdamse wijk Feijenoord, naast de beroemde spoorbrug De Hef.
Het Hefpark is een bijzondere plek in een omgeving waar speel- en beweegplekken voor kinderen schaars zijn. De wijk biedt niet veel meer dan wat voetbal- en basketbalkooitjes en een verdwaald speeltoestel. Ruimte om vrij rond te rennen is er amper.
In het Hefpark gaat de gemeente nu over een lengte van honderd meter huizen bouwen. Het gaat om een flatgebouw met tussen de zestig en tachtig zogeheten ‘flexwoningen’ – in principe tijdelijk, maar wel voor een termijn van mogelijk dertig jaar. Op de plek van de flat zouden oorspronkelijk nieuwe, grotere speeltoestellen worden geplaatst, vertelt Joost van de Ven (42). Hij is bestuurslid van Stichting Feijenoord Kop van Zuid, beheerder van het park. Uit een enquête onder bewoners bleek dat er behoefte was aan deze toestellen voor de oudere jeugd. Door de nieuwe woningen is hier geen ruimte meer voor. „We kunnen nog wel kleinere toestellen plaatsen, maar die zijn weer voor de jongere kinderen”, aldus Van de Ven.
De situatie in het Hefpark illustreert een groter probleem. Er is veel ruimte nodig om de landelijke woningnood op te lossen. Tegelijkertijd daalt in de zeer stedelijke gebieden de hoeveelheid vierkante meter sportruimte per hoofd van de bevolking. Dit ligt momenteel zelfs onder de helft van het gemiddelde in Nederland, zo blijkt uit recent onderzoek van NRC. Dit terwijl de helft van alle Nederlanders onvoldoende beweegt. De laatste Volksgezondheid Toekomst Verkenning (2024) van het RIVM schatte dat 64 procent van de Nederlanders in 2050 overgewicht heeft. Een thema dat aandacht verdient dus. Zeker in de grote steden.
Oud hockey-international en voormalig huisarts Tom van ’t Hek (65) is voorzitter van de Nederlandse Sportraad. Dit onafhankelijk adviesorgaan heeft als doel sport en bewegen in de samenleving te bevorderen. Van ’t Hek ziet dit maar weinig aan bod komen in de ruimtelijke ordening van gemeentes, vertelt hij aan de telefoon. „In de schaarse ruimte die er is, vecht iedereen voor zijn plekje. Met de huidige woningopgave blijkt het moeilijk om het thema bewegen mee te nemen.” Toch is het volgens Van ’t Hek wel belangrijk dat dit gebeurt. „Het gaat dan niet alleen om sportaccommodaties, maar ook om de openbare ruimte met bijvoorbeeld speelplekken en trapveldjes.”
In het Hefpark zal de komst van de geplande flexwoningen veel veranderen. Het park is een van de weinige plekken in de buurt waar kinderen worden omgeven door een stukje groen tijdens het spelen. Nu komen de speelplekken tegen een hek aan te staan. „Het parkgevoel gaat daarmee verminderd worden”, vertelt Van de Ven. Toch benadrukt hij dat Stichting Feijenoord Kop van Zuid niet tegen flexwoningen is. „Met een eerdere, veel kleinere variant van het bouwplan konden we onszelf verzoenen.” De huidige versie van ‘honderd meter’ vindt Van de Ven lastiger. „Tegelijkertijd is het misschien ook wel een noodzakelijk kwaad.”
Kinderen spelen op de BMX-baan in het Hefpark
Vanaf de BXM-baan is kindergegil te horen. Twee broertjes sprinten over de heuvels heen. Moeder Lenneke Witte (43) zit op een bankje toe te kijken, met een bakje donuts voor de kinderen naast zich. Hoewel ze elders in Rotterdam wonen, komen ze hier regelmatig. „Dit is een lekker plekje. De jongens kunnen hier ravotten en rondrennen”, vertelt Witte. „Dat is echt uniek in de stad. De meeste open plekken zijn enorm ingebouwd.”
In de campagne naar naar de gemeenteraadsverkiezingen, deze woensdag, lijken sport en bewegen het opnieuw af te leggen in de strijd om ruimte. In de verkiezingscampagnes gaat het voortdurend over woningbouw, terwijl ook parkeerbeleid in veel gemeentes een belangrijk thema is. Dit geldt volgens Van ’t Hek niet voor sport en bewegen. „Hoewel het op lokaal niveau hier en daar enorm speelt, wordt het toch vooral in de kantlijn meegenomen en sneeuwt het onder bij andere thema’s.”
In Rotterdam wil de PartijvdSport zich wél vol op sport en bewegen storten. Deze partij werd vier jaar geleden opgericht in het Overijsselse Olst-Wijhe – en won toen een zetel in de gemeenteraad. In 2023 deed de partij ook mee aan de Tweede Kamerverkiezingen – zonder succes. Naar eigen zeggen is het de enige „landelijke politieke partij” die sport, bewegen en gezonde leefstijl „als uitgangspunt neemt”. In Rotterdam is sportpsycholoog Elise Rensing (39) lijsttrekker. Nederland, vertelt ze aan de telefoon, verkeert in een „stille beweegcrisis”. „We zijn het land met de meeste zittende mensen. Dat moet anders.”
Op de website omschrijft de PartijvdSport zichzelf als „lobbypartij”. Niet zo gek, aangezien een deel van het landelijke bestuur werkzaam is in de fitnessbranche. In het landelijke programma pleit de partij voor meer ruimte voor „ondernemende sportaanbieders”.
Rensing, die zelf niet in de fitnessbranche werkt, gelooft desondanks heilig in het doel van de partij. „Rotterdam en Nederland moeten vitaler worden.”
Twee andere sportveldjes op het Noordereiland, aan de andere kant van de Rotterdamse Hefbrug.
De Nederlandse Sportraad pleit voor een landelijke sportwet. Deze wet heeft voor hen als doel om sport en bewegen toegankelijk, kwalitatief van hoog niveau en voor iedereen beschikbaar te maken. Behalve dat zo’n wet gemeenten nadrukkelijker zou moeten vastleggen om méér mensen aan het bewegen te krijgen, zou een sportwet mogelijk ook kunnen leiden tot een norm voor een minimaal aantal sport- en speelplekken, waar gemeentes zich aan moeten houden. Voor het aantal parkeerplekken bestaat zo’n norm bijvoorbeeld al wel.
Zelfs al komt er zo’n norm, lost dat echter nog niet alles op. De kinderen van Witte waren al van een afstandje te horen. Voor bewoners van de flexwoningen kan dit geluidsoverlast veroorzaken. Van ’t Hek vat het goed samen. „Sport en bewegen is geen geïsoleerd goedje, maar iets wat je in andere beleidsonderdelen zou moeten meenemen.”