De vorige week door Nederland bij het Internationaal Gerechtshof ingediende ‘verklaring tot interventie’ in de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël is ‘geen inhoudelijke positie’ in de zaak. Dat schrijft het kabinet in een reactie op kritiek uit rechtse hoek over de interventie.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Nederland deed eerder interventies bij het Gerechtshof in de genocidezaken tegen Myanmar en Rusland en doet dat ook nu, schrijft minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen, ‘ter ondersteuning van het algemene doel om de ontwikkeling van het internationaal recht te bevorderen’. De linkse oppositie drong er eerder op aan dat Nederland deze stap ook zou zetten in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël, maar dat deed het kabinet-Schoof niet (al zei toenmalig minister Caspar Veldkamp die mogelijkheid wel open te houden).
Toen donderdag bekend werd dat Nederland de verklaring tot interventie had gedaan (vlak voor het verlopen van de termijn daarvoor), leidde dat direct tot verontwaardiging in populistisch-rechtse hoek. PVV-leider Geert Wilders diende meteen een motie van afkeuring in over de ‘walgelijke’ interventie, die hij ook ‘te gek voor woorden’ noemde. Hij kreeg bijval van de groep Markuszower, het lid Keijzer en de SGP. Mona Keijzer toonde zich ‘geschokt’ dat dit was gebeurd zonder debat in de Kamer. Wilders’ motie, die ook gesteund werd door BBB en JA21, werd dinsdag echter verworpen.
VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans probeerde de rel direct de kop in te drukken. Hij zei: ‘Het kan niet zo zijn dat dit kabinet in die zin steun uitspreekt voor die zaak, maar dat is ook niet het geval. Het is allemaal vrij technisch.’ Na de ministerraad vrijdag beklemtoonde Berendsen ook het ‘procesneutrale karakter’ van de interventie, die ‘een puur juridische interpretatie’ is.
De moeizame formuleringen kunnen niet verhullen dat Nederland wel degelijk inhoudelijk een duit in het zakje doet over de vraag hoe het Genocideverdrag geïnterpreteerd moet worden – met voorbeelden die weliswaar bekend voorkomen uit de Gaza Oorlog, maar die volgens Buitenlandse Zaken geen betrekking hebben op de situatie in Gaza. Zo staat er dat gedwongen verplaatsingen, afhankelijk van de omstandigheden, onderdeel van genocide kunnen zijn. Zij kunnen ‘leiden tot, of neerkomen op, het opleggen van omstandigheden aan een groep gericht op het fysiek vernietigen van deze groep’.
Dat het kabinet er veel aan gelegen is de neutraliteit van de interventie te onderstrepen, en deze te presenteren als een bescheiden bijdrage aan de versterking van het internationaal recht, verbaast niet: onderling zijn de coalitiepartijen het immers oneens over het karakter van de Gaza Oorlog. In tegenstelling tot de VVD heeft D66 die onomwonden als ‘genocide’ bestempeld en gepleit voor sancties tegen de hele regering-Netanyahu. Het CDA-standpunt zit daar ergens tussenin. Dat de verklaring tot interventie er überhaupt gekomen is, zal D66 niet erg vinden. Als enige van de huidige drie coalitiepartijen steunden de Democraten vorig jaar een motie daartoe.
‘Nederland lijkt zijn steun te geven aan een aanzienlijk aantal punten in de genocide-aanklacht van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof’, stelt de pro-Palestijnse organisatie The Rights Forum. Formeel klopt dit dus niet. Genocideonderzoeker Iva Vukusic stelde op BlueSky: ‘De aard van de argumenten kan, natuurlijk, gunstiger zijn voor een kant (ik denk Zuid-Afrika), maar dat is niet iets dat Nederland expliciet zegt.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant