Home

De verkiezingen doen me beseffen: als Amsterdammer ben ik soms ­jaloers op de Chinese overheid

Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.

Ongeveer een half jaar geleden is op het Minervaplein in Amsterdam een nieuw elektriciteitshuisje neergezet. Ik heb het zien gebeuren, want ik fiets er elke dag langs. Het nieuwe huisje is een stuk groter dan het oude, dus werd niet alleen een paar meter gras weggegraven, maar moesten ook tegels uit het trottoir worden gelicht. Dat veroorzaakte een kleine zandwoestijn, die zich uitstrekte tot ver over de straat – zelfs tot in de portieken aan de overkant.

Aanvankelijk dacht ik dat het tijdelijk was, maar het zand bleef liggen en toen er dranghekken omheen werden gezet, kreeg de situatie een permanent karakter. En wat gebeurt er dan? Op zwerfvuil oefent zo’n elektriciteitshuisje een enorme aantrekkingskracht uit en ook honden weten hun weg te vinden in het vervuilde zand. Graffiti ontwaakte en zo te zien verscheen naast het bordje ‘Storing’ een rechtopstaande lul, waarover weer een baal wol werd getekend. Intussen moest het verkeer steeds voorzichtiger om de puinhoop heen manoeuvreren.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Toen ik weer eens met modderspatten thuiskwam, had ik er genoeg van. Je kunt bij de gemeente online een melding doen over zwervend vuil en afval. Dat deed ik en ik voegde er zedenprekerig aan toe: ‘De gemeente roept haar burgers terecht op de eigen rotzooi op te ruimen. Misschien kan de gemeente ook haar eigen rotzooi opruimen.’ Nog dezelfde dag kreeg ik een automatische reactie, die begon met de zogeheten servicebelofte: ‘Op plekken waar het drukker is, ruimen wij iedere dag afval op. Op andere plekken ruimen we het meestal binnen 1 week op. U krijgt binnen 2 weken bericht van ons.’

Dat bericht bleef uit. Mijn gedachten gingen terug naar die keer dat een groepje bewoners van mijn straat protesteerde tegen het voornemen van de gemeente om de tramhalte op een pleintje te verplaatsen naar een plek pal voor hun deur. Er was wel een inspraakmoment geweest, maar dat viel midden op een zomerse dag waarop heel Nederland met vakantie was – zoiets schijnt gelukkig nu niet meer te mogen. Na veel inspanningen was er ten slotte een gesprek met de wethouder afgesproken, maar toen alle betrokkenen in de deelraad aanwezig waren, liet de wethouder alsnog weten dat hij niet kon komen. Pas nadat was gedreigd met ‘een journalist die alles zou opschrijven’ kwam de wethouder schoorvoetend toch nog binnen. Het resultaat was uiteindelijk dat de tramhalte niet werd verplaatst maar helemaal werd opgeheven, wat mij doet denken aan een cartoon van Matthias Giesen. Daarop zie je een man die denkend voor een bord met formules staat en die mompelt: ‘Oplossingen zijn het probleem niet.’

De afgelopen maand is er wel enige activiteit geweest bij het elektriciteitshuisje, maar daardoor is de toestand slechts verergerd. Er staat nu een graafmachine op rupsbanden, maar meer dan verplaatsing van een zandberg is nog niet tot stand gebracht. Het ding staat alweer dagen stil. Verderop zijn wel een paar gaten in het plaveisel geslagen, maar of die iets te maken hebben met het elektriciteitshuisje durf ik niet te beweren.

Met het oog op de verkiezingen van vandaag (woensdag) vroeg ik me af wat ik als burger van de gemeente verwacht. Eigenlijk voornamelijk basale dingen: dat de vuilnis op tijd wordt opgehaald, dat er water uit de kraan komt, dat de politie functioneert, dat er ambulances rijden, dat de brandweer komt blussen en dat het licht aan gaat. Ik heb alle respect voor elektriciteitshuisjes en ik wil daarvoor graag een steeds hogere gemeentebelasting betalen, maar ik zou het wel op prijs stellen wanneer diezelfde elektriciteitshuisjes door een verkeerde planning geen maandenlange rotzooi verspreiden. Als Amsterdammer ben ik heel soms jaloers op de Chinese overheid, die al of niet met dwangarbeiders binnen een maand een snelweg van 1.000 kilometer aanlegt, compleet met bruggen, tunnels, stuwdammen en wat dies meer zij.

Omdat daar andere paden voor zijn, verlang ik van mijn gemeenteraad geen solidariteit met Gazanen, Palestijnen, Israëliërs, Iraniërs of Congolezen, volkeren die ik allemaal tegenkwam toen ik de stemwijzer van mijn stad raadpleegde. In Amsterdam doet het recordaantal van 35 partijen mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Naast de reguliere partijen trof ik onder meer aan: de Amsterdamse Alternatieve Alliantie, Lef, Partij voor Ontwikkeling, Partij voor Morgen, Partij voor de Rechtsstaat, Het Elan, Anti-racistische Moslimpartij, Liberaal Collectief Amsterdam, Republikeinse Politieke Partij, NL Plan, 1 Wereld 1 Toekomst, Namens Amsterdammers, Piratenpartij. Toen ik de stemwijzer had ingevuld, kwam ik tot mijn verrassing uit bij De Vonk, huh, een partij waarvan ik nog nooit had gehoord. Op haar website las ik dat zij strijdt voor ‘een wereld zonder oorlog, uitbuiting en klimaatcatastrofe. Een wereld zonder kapitalisme dus’.

Oei! Maar helaas niets over elektriciteitshuisjes. Daarom ga ik, het spijt me, ook niet op die partij stemmen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next