Islam De Moslimbroederschap, gestart als islamitische hervormingsbeweging, heeft een lange geschiedenis en kende ook radicale leiders. Dat wil nog niet zeggen dat de beweging nu ook gevaarlijk is, zegt islamoloog Joas Wagemakers.
Kamerleden Sebastiaan Stöteler (l.), Maikel Boon (m.) en Geert Wilders (PVV) tijdens een debat over de oorlog in Iran op 12 maart.
De Tweede Kamer heeft dinsdag een PVV-motie aangenomen waarin de partij verzoekt om „de Moslimbroederschap en de daaraan gelieerde organisaties in Nederland” te verbieden. In de motie noemen de opstellers, Maikel Boon en Geert Wilders, een Frans overheidsrapport dat „waarschuwt voor de subtiele, langetermijninfiltratie van de Moslimbroederschap, met als einddoel een islamitisch rijk gebaseerd op de sharia”. De motie werd aangenomen met de krapst mogelijke meerderheid van 76 stemmen voor.
Het gaat om een rapport dat de Franse regering in mei 2025 publiceerde, waarin werd gewaarschuwd dat de Moslimbroederschap via scholen, moskeeën en lokale organisaties politieke invloed probeert te verwerven. Dat zou niet alleen voor Frankrijk gelden, maar ook voor andere Europese landen. De conservatieve Franse minister van Binnenlandse Zaken Bruno Retailleau omschreef het rapport destijds als „onthutsend en alarmerend„.
De laatste keer dat inlichtingendiensten de Moslimbroederschap noemden in de Nederlandse context was in 2011. De AIVD schreef destijds in een nieuwsbericht dat de organisatie „geen directe dreiging voor de democratische rechtsorde of de nationale veiligheid van ons land” vormde. Op de lange termijn zouden volgens de dienst de activiteiten „een risico kunnen vormen”. Daarna is de organisatie niet meer in relatie tot Nederland genoemd.
De Moslimbroederschap werd in 1928 in Egypte opgericht door Hasan al-Banna, een schoolmeester en islamitisch activist. De organisatie was een islamitische hervormingsbeweging die zich ook verzette tegen de Britse koloniale bezetting. De kernboodschap was destijds dat de islam niet alleen een geloof was, maar ook een complete levenswijze. De Moslimbroederschap probeerde op zowel politiek, sociaal als juridisch niveau een sociaal-conservatieve boodschap te verspreiden. De slagzin van de beweging was dan ook: „De islam is de oplossing”.
De beweging heeft in het verleden radicale leiders gehad, zoals Sayyid Qutb, die een radicale ideologie tegen ‘goddeloze’ regimes rechtvaardigde. Zijn geschriften inspireerden jihadisten, waaronder Al-Qaida, en werd door velen als martelaar voor de zaak gezien. De Moslimbroederschap nam later officieel afstand van geweld.
Vanaf de jaren vijftig verspreidde de politiek-islamitische beweging zich naar andere landen in Zuidwest-Azië en Noord-Afrika. In Palestina werd in 1946 een afdeling van de Moslimbroederschap opgericht, waaruit in 1987 Hamas tijdens de Eerste Intifada voortkwam als militante uitloper.
De Moslimbroederschap is op drie niveaus te onderscheiden, stelt Joas Wagemakers, universitair hoofddocent islam en Arabisch aan de Universiteit Utrecht: als organisatie, als beweging en als ring daaromheen. Als organisatie heeft ze een duidelijke hiërarchische structuur. Binnen die structuur bestaan er kleine cellen van vijf leden, in het Arabisch usra (gezin) genoemd. Via deze cellen kunnen leden geleidelijk opklimmen naar leiderschapsposities binnen de organisatie.
Jarenlang streefde de organisatie naar invoering van de sharia. Maar na enkele decennia, zegt Wagemakers, heeft de organisatie er in de Arabische wereld „heel sterk water bij de wijn gedaan”. Sindsdien zegt de organisatie niet meer te streven naar een islamitische staat, maar naar een civiele staat met een islamitische autoriteit. „Dat klinkt nogal vaag, maar die vaagheid komt voort uit interne verdeeldheid en hun gebrek aan specifieke ideeën hierover, niet uit een verborgen agenda”, stelt Wagemakers.
Als beweging is de structuur losser. Organisaties die tot deze beweging worden gerekend delen dezelfde islamistische ideologie en culturele achtergrond als de Moslimbroederschap, maar zijn er organisatorisch niet aan verbonden. Wagemakers noemt bijvoorbeeld de Parti de la Justice et du Développement in Marokko. „Deze politieke partij zit ideologisch en subcultureel gezien in hetzelfde vaarwater als de Moslimbroederschap”, zegt Wagemakers. „Maar organisatorisch niet, dus die noem ik een Moslimbroederschapsbeweging.” De Marokkaanse PJD heeft zichzelf weleens vergeleken met Christendemocraten in Europa. „Zij ontlenen een sociaal-conservatief kader aan het christendom. Dat willen zij ook, maar dan met de islam.”
In Europa uit de Moslimbroederschap als beweging zich vooral in het opkomen voor de belangen van moslims, zoals het bestrijden van islamofobie. „In Frankrijk gebeurde dat bijvoorbeeld in de weerstand tegen het hoofddoekjesverbod voor meisjes op staatsscholen”, zegt Wagemakers.
Daarbuiten bestaat er nog een derde ring, waar partijen zoals de AKP in Turkije en Jamaat-e-Islami in Pakistan onder vallen. Deze organisaties zijn volgens Wagemakers ideologisch verwant, maar delen de Arabische subcultuur niet. Dit maakt de Moslimbroederschap verbieden juridisch complex: bij een verbod moet worden bepaald over welk van deze lagen het precies gaat, en wat precies wordt bedoeld met ‘gelieerde organisaties’.
De Moslimbroederschap als organisatie is in veel landen verboden. Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Jordanië hebben de organisatie verboden. In Europa deed alleen Oostenrijk dit tot nu toe, in 2021. In Frankrijk, België en Duitsland spraken ministers zich uit voor vergelijkbare stappen, maar volgde er nog geen formeel verbod.
Weinig concreets, denkt Wagemakers. Volgens hem is de Moslimbroederschap namelijk geen gevaarlijke organisatie. In de jaren vijftig was er intern een richtingenstrijd tussen een gematigde meerderheid die binnen het systeem wilde werken, en een kleine radicale groep die dat niet wilde. Die radicale groep werd in de jaren zestig buitenspel gezet. „Sindsdien opereert de Moslimbroederschap altijd binnen de wet”, zegt hij. „De organisatie pleegt geen geweld, streeft geen revolutie na en doet mee aan verkiezingen waar dat mag. De radicale ideeën leven voort in afgesplitste organisaties zoals Al-Qaida, niet in de Moslimbroederschap zelf.”
Wagemakers plaatst de motie in een bredere historische traditie van stereotypering van de organisatie. Hij wil het niet vergelijken met antisemitisme, want dat gaat volgens hem veel verder en is dieper geworteld, maar hij ziet wel een vergelijkbaar patroon. Steeds opnieuw worden volgens de islamoloog dezelfde beschuldigingen aan het adres van de Moslimbroederschap herhaald, gebaseerd op Egyptische propaganda uit de jaren vijftig en zestig.
Hij vergelijkt het met hoe Pieter Jelles Troelstra een eeuw geleden opriep tot revolutie, maar niemand de PvdA daarom vandaag de dag nog als een revolutionaire partij ziet. „Als je dat zou zeggen, lacht iedereen je uit. De Moslimbroederschap wordt nog steeds op deze manier beschuldigd, op basis van dingen die tachtig jaar geleden door een minderheid werden aangehangen.”
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag