Gus Van Sant, filmregisseur Na zeven jaar is regisseur Gus Van Sant – bekend van de Oscarwinnende biopic over de vermoorde homoseksuele politicus Harvey Milk – terug met het waargebeurde gijzelingsdrama ‘Dead Man’s Wire’.
Scène uit 'Dead Man's Wire', met Bill Skarsgård als Tony Kiritsis (rechts) en Dacre Montgomery als Richard Hall.
Hij noemde het tegen de pers een ‘dead man’s wire’. Een dodemansdraad. En als je de gruwelijke constructie ziet die kidnapper Tony Kiritsis had bedacht om zijn gijzelaar Richard Hall in bedwang te houden, dan laat die omschrijving niets aan de verbeelding over. Je voelt de ijzeren draad meteen in je eigen nek snijden. Die ‘dead man’s wire’ bestond namelijk uit een staalkabel om de hals van Hall, die als een strop vastzat aan het geweer waarmee Kiritsis hem onder schot hield. Een fatale versie van de dodemansknop die ervoor moet zorgen dat een trein of metro automatisch stilvalt als de bestuurder onwel wordt. „Geen verkeerde beweging” heeft nog nooit zo dreigend geklonken.
Het is een geweldig filmisch dramatisch gegeven, beaamt regisseur Gus Van Sant (1952) tijdens een videogesprek. „ Wanneer zitten twee filmpersonages nou zo letterlijk aan elkaar vast? Het is bijna iets uit een absurdistisch toneelstuk van Samuel Beckett, die een van mijn lievelingsschrijvers is.”
Dead Man’s Wire is gebaseerd op een waargebeurde gijzelingszaak uit 1977, toen Korea-oorlogveteraan Kiritrsis ten einde raad de zoon van zijn hypotheekverstrekker Meridian Mortgage ontvoerde en drie dagen lang met hem door Indianapolis banjerde. Hij had maar twee eisen: excuses van de ceo van Meridian Mortgage, M.L. Hall (een leuke bijrol van Al Pacino), voor zijn faillissement. En dat dit alles live zou worden uitgezonden op de landelijke televisie. De rest van zijn communicatie verliep met de lokale radiohost Fred Heckman (Fred Temple geheten in de film) van WIBC Radio.
Het is weer een vintage Van Sant: een biopic of waargebeurd verhaal uit de marge. Petite histoire die een spiegel voor onze tijd wordt. Outsiders als hoofdpersonen. Denk maar aan de films die hem beroemd maakten, zoals het Oscarwinnende Milk (2008), waarin Sean Penn de openlijk homoseksuele politicus Harvey Milk speelde die werd vermoord door een tegenstander van zijn antidiscriminatiewetten. Of arthousehits Elephant (2003) over de de Columbine schoolmoorden en Last Days (2005) over Nirvana-voorman Kurt Cobain.
De afgelopen jaren regisseerde hij een aantal afleveringen van de serie Feud, waarin beroemde showbizz- en sociale vetes worden belicht. Dead Man’s Wire is zijn eerste bioscoopfilm in zeven jaar. En hij is terug in topvorm: virtuoos in terloopse tijdsbeelden, en ironisch naar alles en iedereen behalve zijn hoofdpersonen die hij met grote nieuwsgierigheid en menselijkheid bekijkt.
Gus Van Sant op het filmfestival van Venetië in september 2025, waar zijn film ‘Dead Man’s Wire’ in première ging.
Het scenario werd hem in handen gedrukt tijdens een toevallige ontmoeting met de Britse onafhankelijke producent Cassian Elwes. Die werkte de afgelopen veertig jaar met de meest uiteenlopende eigenzinnige makers, van Werner Herzog tot Dee Rees, en Eli Roth tot Justine Bateman. Van Sant vertelt dat de zaak destijds, in 1977, min of meer langs hem heen was gegaan: „Het nieuws was nog niet zo gecentraliseerd, snel en gehypet als nu.” Maar toen hij eenmaal begon te researchen was er een ding wat hem meteen trof: de manier waarop Kiritsis sprak: „Bijdehand, rap van tong, als een opgeschoten straatjongen of een stand-upcomedian.”
De ‘persconferentie’ waarin Kiritsis zijn eisen uiteenzet is op YouTube gezet. Het is fascinerend en angstaanjagend hoe goed Dead Man’s Wire zijn woede en zijn vuurspuwende retoriek heeft getroffen. Doordat in de jaren zeventig meer misdadigers gebruik wisten te maken van massamedia om aandacht te vragen voor hun daden – denk maar aan films als Son of Sam (1999) van Spike Lee of Zodiac (2007) van David Fincher – heeft de film ook een groter media-sociologisch perspectief, vindt Van Sant: „Media creëren vaak echokamers vol desinformatie. In het geval van Tony lijkt het alsof hij door de media-aandacht groter werd. Voor zichzelf, maar ook voor de gemeenschap, voor wie hij een soort lokale held werd. Daardoor ontspoorde de boel.”
Niet voor niets gebruikt Van Sant aan het einde van de film het nummer ‘The Revolution Will Not Be Televised’ (1970) van Gil Scott-Heron dat ook al zo’n prominente rol speelde in One Battle After Another. Het vat de film voor hem samen: „De revolutie wordt misschien niet op televisie uitgezonden, maar Tony Kiritsis krijgt het wel voor elkaar. Het is oorspronkelijk een nummer uit de zwarte bevrijdingsbeweging. Voor mij is het altijd sterk verbonden gebleven met de rassenrellen in New York. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig waren net als nu een periode van grote maatschappelijke en politieke onrust.”
Ziet hij de daad van Tony als een ‘revolutie’? „Dat is een complexe vraag. Het begint als een verzetsdaad, een wanhoopsdaad. Hij komt in opstand tegen iets wat hij als onrechtvaardig ervaart.” Tony kwam zoals zoveel veteranen van zijn generatie uit de oorlog terug, leidde een leven van twaalf ambachten en dertien ongelukken, en zag zijn kans toen hij een stuk land kocht om een winkelcentrum te beginnen. Hij claimde dat Meridian mogelijke huurders bij hem weghield, waardoor hij zijn rente niet kon betalen. „Hij voelde zich een David tegenover een grote onrechtvaardige Goliath.”
De ironie wilde dat tijdens de preproductie van de film de 26-jarige Luigi Mangione een voormalige topman van zorgverzekeraar UnitedHealthCare doodschoot in New York uit frustratie over het Amerikaanse zorgsysteem. Mangione werd meteen een internetsensatie, omdat zijn grieven door veel Amerikanen worden gedeeld. Van Sant: „Toen werden de parallellen tussen beide geschiedenissen onvermijdelijk. Maar er werd ook een generatiekloof blootgelegd. Voor veel mensen van mijn generatie was Mangiones daad een moord, terwijl hij voor de jongere mensen op set ook meer een held was.” En voor Van Sant zelf? „Ehm.”
Van Sant is wel vaker omschreven als enigszins enigmatisch en lastig te interviewen. Tijdens ons videogesprek wandelt hij met zijn laptop door het huis om het goede licht te vangen. Maar, zo lijkt het, ook om tijd te winnen en te kunnen nadenken. Bij een open vraag, antwoordt hij vaak: „Wat bedoel je?” En als de vraag dan in een andere of meer gesloten vorm wordt herhaald, antwoordt hij met een bevestigend knikje. Het wekt de indruk dat politiek beladen vragen in de VS van nu niet altijd even makkelijk meer te beantwoorden zijn.
Na enig doorvragen wil hij wel ingaan op de manier waarop Dead Man’s Wire onze eigen tijd weerspiegelt: „Toen ik in de jaren zeventig studeerde was er al een sterke beweging om journalistieke media ter verantwoording te roepen, omdat men vond dat ze toen al sterk onder invloed stonden van politieke belangen en de eigenaren van de mediabedrijven. En toen kort daarna kabeltelevisie groot werd uitgerold was er kritiek op het feit dat de potentie van tweerichtingsverkeer niet werd benut.”
Kiritsis kreeg uiteindelijk een ingewikkelde veroordeling; hij werd aangeklaagd voor een gewapende overval en kidnapping, maar vrijgesproken wegens ontoerekeningsvatbaarheid. „Een van mijn buren komt uit Indianapolis en die vertelde dat toen het vonnis bekend werd in het footballstadion gejuich opging, omdat men dat toch als een vorm van gerechtigheid zag. De Amerikaanse voorliefde voor outlaws [mensen die buiten de wetten van de maatschappij opereren] komt voort uit een sterke relatie tussen media, mythe en geweld.”
Dead Man’s Wire,Regie Gus Van Sant. Met: Bill Skarsgard, Al Pacino, Cary Elwes. Lengte: 105 minuten.
Dead Man’s Wire is zo’n prettig juweeltje dat geen zwaar drama nodig heeft om aan het denken te zetten. Absurde humor, geestige personages en een nostalgisch stemmende sfeer volstaat. Gus Van Sants nieuwe film is gebaseerd op een waargebeurde gijzeling. Tony Kiritsis wandelde in 1977 de kantoren van kredietverstrekker Meridian Mortgage Company binnen met het plan eigenaar M.L. Hall te gijzelen. Hij wilde excuses, geld, en publieke erkenning: Hall zou zijn vastgoedproject hebben gesaboteerd. M.L. bleek op vakantie, dus gijzelde Kiritsis diens zoon Richard.
Wat volgt is een zwart-komische parade van slapstickfiguren en knullige momenten. Je ziet hoe de publieke aandacht de grillige Tony verrast én naar het hoofd stijgt – Bill Skarsgard speelt hem gehaaid én kinderlijk. Hoe de weeïge Richard (Dacre Montgomery) zowel wanhopig als apathisch wordt, mede door zijn vader M.L. (Al Pacino). Hij is de schurk in dit verhaal, blijkt uit korte scènes zoals wanneer hij een burrito terugstuurt naar de keuken omdat hij die op dinsdagen „in drieën gesneden eet, niet in tweeën”. De rustgevende stem van radiopresentator Fred Temple (Colman Domingo) is een soort voice-over van Tony’s leven én van de film.
Het goed gecaste ensemble vindt bijna overal de balans tussen humor en tragiek die de absurditeit van de situatie onderstreept zonder dat het als gemakkelijke spot voelt. En de spanning erin houdt: wie de zaak niet kent, heeft geen idee waar Tony’s wispelturigheid en rancune toe leiden. Van Sant houdt de vaart erin door de kijker geregeld zelf als een soort nieuwsjager mee te laten rijden op de achterbank van auto’s, dit alles in de stijl en het kleurenpalet van jarenzeventigthrillers.
Dat de film af en toe een loopje neemt met de feiten doet er niet toe. Dead Man’s Wire bestaat uit 105 meeslepende minuten die je bij de eindcredits achterlaten met de vraag waar je eigenlijk naar zat te kijken. Dat is positief. Je hebt snel door waar Van Sants sympathie ligt in dit David-versus-Goliathverhaal, tegelijkertijd is het absoluut niet eenduidig wie de winnaars en verliezers zijn. Wel dat wanhoop, geldingsdrang en meedogenloos kapitalisme een explosieve mix vormen, in de jaren zeventig en nu.
Sabeth Snijders