In Nederland vinden vandaag 340 kleine verkiezingen plaats. Het draait daarbij niet om de landelijke politiek, maar om de lokale belangen. Toch zullen coalitie- en oppositiepartijen de stembusgang nauwlettend volgen, want signalen moet je niet missen.
Rum veertien miljoen mensen mogen woensdag hun stem uitbrengen. In elke gemeente staan andere partijen en kandidaten op de kieslijst, wat leidt tot 340 aparte uitslagen.
Een vertaalslag maken naar een landelijke uitslag is daardoor lastig, maar de landelijke politiek staat er ook weer niet helemaal los van. Lokale overwinningen worden ook op het Binnenhof gevierd en grote verliezen kunnen een partij schaden. Als je lokaal terrein verliest, kan dat een voorteken zijn.
Het zal in ieder geval geen verrassing zijn dat de lokale partijen - die onderling sterk verschillen - ook deze keer gezamenlijk het grootst zullen worden. Dat is het geval sinds de stembusgang van 2010. Het aandeel mensen dat op een lokale partij stemt, neemt sindsdien verder toe. In dit artikel vertellen we je meer over deze aantrekkingskracht.
Landelijke partijen, zoals CDA en GroenLinks-PvdA, zitten er een beetje mee in hun maag. Ook hun afdelingen zijn lokaal geworteld, hoor je daar achter de schermen. De kandidaten op de stembiljetten wonen, op enkele uitzonderingen na, ook in de betreffende gemeente. Als je raadslid wil worden, moet dat namelijk.
De dominante rol van de lokale partijen vertroebelt het landelijke beeld. Maar conclusies trekken is vooral lastig doordat niet alle landelijke partijen overal in het land meedoen.
Op het CDA kun je vrijwel in elke gemeente stemmen. Ook D66, VVD en GL-PvdA staan op veel plekken op het stembiljet. De PVV doet daarentegen bijvoorbeeld maar in veertig gemeenten mee en JA21 slechts in zeven.
Toch zijn er wel een aantal dingen waar men de ogen op zal richten. Blijft het CDA bijvoorbeeld de grootste landelijke lokale partij, of kan GL-PvdA dit na woensdag opeisen? Krijgen coalitiepartijen een tik? En zal FVD, dat in een recordaantal gemeenten (104) meedoet, een opmars maken?
De gemeenteraadsverkiezingen worden vaak ook als populariteitstest gezien. Maar doordat de stembusgang dit jaar vrij kort op de installatie van het kabinet-Jetten volgt, kun je daar nog niet echt van spreken. Mochten de coalitiepartijen een tik(je) krijgen, dan zullen ze zich nog niet al te druk maken.
Oppositiepartijen proberen de lokale verkiezingen ook in hun voordeel te laten werken. In de verschillende campagnes hebben ze zich afgezet tegen het nieuwe kabinet.
GL-PvdA benadrukte bijvoorbeeld dat "heel veel mensen hebben gestemd voor verandering, maar gewoon weer een VVD-regeerakkoord kregen". De partij riep op lokaal een "progressief antwoord" te geven. PVV-leider Geert Wilders is al maanden op "azc-toer" en voert op die manier oppositie.
In ieder geval staat al vast dat de opkomst woensdag opnieuw laag wordt. Bij lokale verkiezingen gaan steevast minder mensen naar de stembus dan bij landelijke verkiezingen. Ongeveer een op de drie mensen die bij Tweede Kamerverkiezingen stemt, laat de gemeenteraadsverkiezingen aan zich voorbijgaan.
De opkomst is onder andere lager doordat er veel minder aandacht is voor deze verkiezingen. Daarnaast zijn mensen minder geïnteresseerd in de lokale politiek, bleek uit het kiezersonderzoek van 2022.
Bovendien mogen bij lokale verkiezingen ook mensen zonder de Nederlandse nationaliteit stemmen, zoals kennis- en arbeidsmigranten die uit de Europese Unie komen of hier minimaal vijf jaar onafgebroken wonen. Deze groep gaat minder snel naar de stembus.
Vier jaar geleden bracht nog nipt meer dan de helft van de kiesgerechtigden zijn stem uit. Er bestaat vrees dat de opkomst dit jaar rond of zelfs onder de 50 procent zal liggen. Maar wie weet helpt de zon nog een handje.
Source: Nu.nl algemeen