Als woensdagavond de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen binnendruppelen, dan zijn dit de vijf zaken waarop u moet letten.
‘Er valt wat te kiezen’, wil het cliché over een stembusgang. Maar in sommige gemeenten wekken de namen van de partijen op het stembiljet een andere indruk. Neem Schiermonnikoog, waar de eilanders kunnen kiezen uit drie strikt lokale partijen. Wordt het Ons Belang, Samen voor Schiermonnikoog, of toch Schiermonnikoogs Belang?
De opmars van lokale politieke partijen lijkt niet meer te stuiten. In 2022 kregen ze samen ruim 35 procent van de stemmen – drie keer zoveel als de lokale takken van de VVD samen. In sommige gemeenten behaalde een lokale partij zelfs de absolute meerderheid. Zoals Echt voor Barendrecht, dat 20 van de 29 zetels kreeg.
Nieuw zijn lokale partijen niet. Gemeentebelangen Opmeer bestaat al sinds 1913, en in het katholieke zuiden waren ze decennialang dominant. Na de eeuwwisseling vormde de Leefbaar-beweging een nieuwe loot aan de stam.
Anders dan hun namen doen vermoeden, laten lokale partijen zich niet zo makkelijk over een kam scheren. De Leefbaren en ook een partij als Hart voor Den Haag (Richard de Mos) zitten rechts op het politieke spectrum, maar in kleinere (plattelands)gemeenten zijn de Gemeentebelangen en Lokalen minder makkelijk in ideologische termen te vatten.
Het verklaart volgens politicologen een deel van hun aantrekkingskracht. Lokale partijen bedrijven vaak praktische en pragmatische politiek, zonder al te veel scherpslijperij. Het zwembad openhouden, de buurtbus laten rijden, het verenigingsleven ondersteunen: ze willen het ‘gewoon’ goed regelen. Dat spreekt kiezers aan, zeker in gepolariseerde tijden.
Kiezers stemmen bovendien graag op iemand die ze kennen. Uit het dorp, of van de voetbalclub. Nog een voordeel voor lokale partijen: ze opereren niet in de schaduw van Den Haag. Ze hoeven nooit uit te leggen of ze voor of tegen het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek zijn, of waarom ze toch in een kabinet met de VVD zijn gestapt.
Vier jaar geleden werd een negatief record gevestigd: slechts 51 procent van de stemgerechtigden nam tijdens de gemeenteraadsverkiezingen de moeite een stem uit te brengen. Sinds het afschaffen van de opkomstplicht in 1970 was het niet zo slecht gesteld met het animo. Uit een peiling van Ipsos blijkt dat de opkomst dit keer nóg lager zou kunnen uitpakken.
Lokale verkiezingen hebben traditioneel te kampen met minder interesse. Met name in grote steden blijft de opkomst achter. Rotterdam scoorde in 2022 het slechtst, met een opkomst van 39 procent.
Na de lage opkomst in 2022 werd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken in vijf gemeenten onderzoek gedaan naar de motieven van niet-stemmers. Thuisblijvers geven aan te weinig te weten over de lokale politiek, of zich er niet voor te interesseren. Ze stemmen vaak wel bij de landelijke verkiezingen (waarbij de opkomst doorgaans rond de 80 procent ligt), omdat ze daar menen meer over te weten, en omdat daar volgens hen de ‘echte’ beslissingen worden genomen.
De timing is net als vier jaar geleden ongelukkig. Toen werd het nieuws overheerst door de Russische inval in Oekraïne, amper een maand voor de stembusgang. Nu slokken de oorlog in het Midden-Oosten en de hoge energieprijzen veel aandacht op.
Kan het nieuwe gemeentebestuur in Maastricht de tweedeling in de stad wel bestrijden? Blijft er in de Rotterdamse Pauluskerk plek voor de opvang van daklozen? Krijgt Almelo een nieuw theater? En behoudt Smilde het eigen zwembad?
Gemeenten gaan over veel onderwerpen die inwoners na aan het hart gaan – en dan hebben we het nog niet eens gehad over parkeer- en verkeersbeleid.
Net als tijdens de Tweede Kamerverkiezingen speelt asielopvang in veel gemeenten een belangrijke rol in de lokale politiek. De aankomende verkiezingen bleek op veel plekken een reden om een vaak gevoelig besluit over de vestiging van een azc door te schuiven naar de volgende raadsperiode. In enkele gemeenten, zoals Dordrecht, werden zelfs nieuwe lokale partijen opgericht met als doel een azc voorkomen.
Een gebrek aan draagvlak en inspraak is een vaak gehoorde klacht. Haaksbergen houdt daarom gelijktijdig met de verkiezing een referendum. Niet over de vraag óf er een azc moet komen, maar waar en van welke omvang. ‘Ik ga niet op de stoel van de raadsleden zitten, maar ik verwacht dat ze de uitkomsten serieus nemen’, zegt burgemeester Gerard van den Hengel (VVD).
Overigens is juist asielopvang een voorbeeld van een heikele lokale kwestie waarbij gemeenten het niet alleen voor het zeggen hebben. Anders dan het voorgaande kabinet heeft de nieuwe regering aangekondigd de Spreidingswet namelijk wel te willen behouden. Of daarbij dwang zal worden gebruikt voor gemeenten die hun deel in de opvang niet uit zichzelf nemen, is nog even de vraag.
Het is de grootste paradox van gemeenteraadsverkiezingen: ze gaan over plaatselijke thema’s, en lokale partijen zijn populairder dan ooit. Toch laat bijna de helft van de kiezers zich voornamelijk leiden door landelijke politieke ontwikkelingen, blijkt uit onderzoek.
Daarom zal er ook vanuit Den Haag met bijzondere interesse gekeken worden naar de uitslagen die woensdagavond binnendruppelen. Voor de coalitiepartijen zal de uitkomst lezen als een eerste voortgangsrapport van het net aangetreden kabinet. Zeker nu de wittebroodsweken voorbij zijn en bezuinigingsplannen flink onder vuur liggen.
Op de landelijke partijbureaus wordt het een kwestie van plussen en minnen. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen laat zich niet eenvoudig vertalen naar een landelijk beeld. Vanwege de dominantie van lokale partijen, en omdat partijen aan de rechterkant van het politieke spectrum zoals JA21 (7 gemeenten), PVV (40) en FvD (104) lang niet overal meedoen. Dat GroenLinks en PvdA nu in bijna negen op de tien gemeenten met één lijst op het stembiljet staan, maakt afzetten tegen eerdere uitslagen ook lastig.
De rekenmeesters zijn er doorgaans bedreven in een flatteuze vergelijking te vinden, waarbij de eigen prestatie goed afsteekt. Vanuit D66 zal ongetwijfeld met extra interesse gekeken worden naar de uitslag in grote steden, waar het traditioneel stuivertje wisselen is met GroenLinks en/of de PvdA.
Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in oktober wist de partij van Rob Jetten (D66) steden als Delft, Eindhoven, Groningen, Utrecht en Leiden voor zich te winnen. Niet voor niets voerde de landelijke partijleider campagne in die laatste plaats. Hoe enthousiast zijn die kiezers over de ingezette koers? Ter linkerzijde zal gehoopt worden op een afkeuring van ‘te rechts’ beleid.
Op de website van Forum voor Democratie (FvD) telt een niet te missen klok af naar 18 maart. Geen partij kijkt zo reikhalzend uit naar de gemeenteraadsverkiezingen als de partij van Thierry Baudet en Lidewij de Vos. Al is het maar omdat FvD dit keer bijna niet kan verliezen: de partij mikte in 2022 nog op slechts 43 gemeenteraden en haalde maar 1,11 procent van de stemmen, maar staat nu in 104 gemeenten op het stembiljet.
FvD gaat het onder meer proberen in grote gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Almere, Enschede en Leeuwarden. Omdat directe electorale concurrenten als de PVV en de BBB in veel minder gemeenten meedoen, ligt het speelveld open.
Die aankondiging is niet ongemerkt voorbijgegaan. Toen de kandidatenlijsten verschenen onthulden diverse media, waaronder de Volkskrant, dat FvD zonder schroom mensen kandideert die eerder actief waren in onverbloemd extreemrechtse organisaties als de Geuzenbond, Voorpost en de Nederlandse Volks-Unie. De partijtop reageerde niet of nauwelijks op die berichten, maar andere partijen des te meer.
In Den Haag, Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam hebben vrijwel alle fracties bij voorbaat aangekondigd dat zij niet zullen samenwerken met FvD, ongeacht de verkiezingsuitslag. Hoe de meeste lokale partijen in dat debat staan, zal pas na woensdagavond blijken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant