Home

In Turkije worden Syriërs langzaam maar zeker teruggeduwd: terug naar een land in puin

Syriërs in Turkije Tien jaar na de Turkijedeal, het migratiepact tussen de EU en Turkije, leven veel Syriërs in Turkije nog in onzekerheid. Terugkeer is lastig, maar blijven wordt moeilijker gemaakt. „De kinderen bidden elke dag dat ze Turkse staatsburgers mogen worden.”

De Syrische Mohammed (36) woont sinds 2013 met zijn gezin in Turkije, waar ze na het uitbreken van de burgeroorlog in hun thuisland naartoe vluchtten.

De Syrische Mohammed (36) komt net thuis van zijn werk als vrachtwagenchauffeur en neemt plaats op de bank naast zijn vrouw Rula (31). Naast het stel zitten hun vijf kinderen. De jongste, een baby van zes maanden, zit op Rula’s schoot, terwijl de andere kinderen televisie kijken of spelletjes spelen op een telefoon.

Sinds 2013 woont het gezin in Turkije, waar ze na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog naartoe vluchtten. Nu wonen ze in een appartement in de wijk Sultanbeyli aan de Aziatische kant van Istanbul. „Als je hier geen werk hebt, kun je niet leven,” zegt Mohammed. „Alles is duur: de huur, eten, schoolspullen.” Ze willen niet met hun achternamen in de krant, uit vrees voor hun veiligheid. „Het probleem is dat de regels in Turkije steeds veranderen,” zegt Mohammed. „De overheid kan vandaag iets beslissen en morgen weer iets anders. Veel Syriërs leven met onzekerheid. Niemand weet precies wat er in de toekomst gaat gebeuren.”

Toen in 2011 de Syrische burgeroorlog uitbrak verlieten miljoenen Syriërs hun land. De meesten gingen naar buurlanden als Turkije, Libanon en Jordanië. Turkije nam veruit de meeste vluchtelingen op. Op het hoogtepunt van de crisis in 2015 verbleven er ruim 3,6 miljoen Syriërs in het land. Terugkeer leek lang ondenkbaar.

Een kleiner deel reisde verder naar Europa. Met hulp van mensensmokkelaars staken honderdduizenden Syriërs en andere vluchtelingen in gammele rubberboten de zee over naar Griekenland. Dat was niet zonder gevaar. Alleen al in 2015 verdronken volgens cijfers van de International Organisation for Migration zeker achthonderd mensen tijdens de overtocht. Op de Griekse eilanden, vlak voor de Turkse kust, belandden tienduizenden vluchtelingen in chaotische en overvolle opvangkampen.

‘Turkijedeal was een pr-stunt’  

Vanwege die erbarmelijke omstandigheden maar vooral omdat veel Syriërs niet in Griekenland bleven maar verder trokken, nam de druk op Europa snel toe. Europese leiders zochten koortsachtig naar manieren om de migratiestroom vanuit Turkije te beperken. Na maanden onderhandelen bereikten de Europese Unie en Turkije op 18 maart 2016 een migratiepact dat bekend kwam te staan als de Turkijedeal.

In die overeenkomst spraken beide partijen af dat Turkije de migratiestroom richting Europa zou beperken. Vluchtelingen die vanuit Turkije de oversteek naar Griekenland waagden, moesten worden tegengehouden of teruggestuurd. In ruil daarvoor stelde de EU 6 miljard euro beschikbaar voor de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije. Ook beloofde Brussel visumvrij reizen voor Turkse burgers en nieuwe gesprekken over betere handelsafspraken tussen Turkije en de EU.

Volgens migratieonderzoeker Orcun Ulusoy van de Vrije Universiteit Amsterdam speelde de Turkijedeal een minder grote rol in het terugdringen van het aantal asielzoekers dan vaak wordt aangenomen. „Als je nu terugkijkt dan was de Turkijedeal vooral een pr-stunt”, zegt Ulusoy aan de telefoon. „De migratiestromen vanuit Turkije naar Griekenland waren maanden eerder al sterk gedaald. Tegen de tijd dat de deal werd ondertekend, waren de aantallen bijna nul. De deal werd gepresenteerd als een nieuwe oplossing om levens te redden, maar kwam op een moment dat de crisis feitelijk al voorbij was.”

Volgens Ulusoy bundelde de overeenkomst vooral maatregelen die al bestonden, en destijds als nieuw beleid werden gepresenteerd. Ulusoy: „Die deal werd gesloten omdat in 2016 Europa in verkiezingsmodus zat. Politici stonden onder druk van groeiende anti-migratiepartijen en wilden laten zien dat ze ‘controle’ hadden over migratie. De deal met Turkije bood een manier om hun kiezers gerust te stellen.”

Voor Turkije lag de winst elders. „Iedereen had het steeds over die 6 miljard euro, maar geld was niet het belangrijkste. Veel belangrijker was de impliciete boodschap van Europa: als jullie migratie tegenhouden, kijken wij minder streng naar wat er in Turkije gebeurt op het gebied van mensenrechten.”

Wat dat in de praktijk betekende, liet een onderzoek van onderzoekscollectief Lighthouse Reports, waaraan ook NRC meewerkte, in 2024 zien. Daaruit bleek dat Syriërs in Turkse uitzetcentra, die mede door de EU worden gefinancierd, onder slechte omstandigheden vastzitten en soms onder druk worden gezet om papieren te ondertekenen voor een ‘vrijwillige’ terugkeer naar Syrië.

Ook vrachtwagenchauffeur Mohammed kent mensen die zijn opgepakt en uitgezet. „Soms wordt alleen de vader gedeporteerd, terwijl zijn vrouw en kinderen hier blijven. Dan blijft een gezin achter zonder inkomen.”

Drie van de vijf kinderen van Mohammed en Rula, de jongste is zes maanden. Ze wonen in een appartement aan de Aziatische kant van Istanbul.

Terug naar een land in puin 

De situatie in Syrië veranderde drastisch toen eind 2024 dictator Bashar al-Assad naar Moskou vluchtte en het land ‘bevrijd’ werd. Een deel van de Syrische vluchtelingen in Turkije keerde terug.

Ook Mohammed en zijn vrouw Rula willen dit jaar nog terug naar hun geboortestad Aleppo. Maar familieleden van Mohammed die hen voorgingen, vertellen hem dat daar nauwelijks werk is en dat hij beter nog kan wachten. „Hoe moet ik mijn kinderen voeden als ik daar geen werk heb?”, zegt hij. 

Veel Syriërs kiezen nog altijd voor de onzekerheid van een leven in Turkije boven terugkeer naar een land dat grotendeels in puin ligt. Volgens de laatste cijfers van de Turkse autoriteiten wonen er nog ruim 2,3 miljoen Syriërs in Turkije. Zij hebben geen formele vluchtelingenstatus, maar vallen onder een tijdelijke beschermingsregeling die hen toegang geeft tot basisvoorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs.  

Inmiddels wordt het leven voor Syriërs in Turkije op meerdere fronten moeilijker gemaakt. Zo verviel dit jaar de gratis toegang tot speciale gezondheidscentra voor migranten die met Europees geld zijn opgezet. Syriërs moeten nu meebetalen aan doktersbezoeken en medicijnen. Voor veel Syrische gezinnen, die vaak onder de armoedegrens leven, zijn die kosten moeilijk op te brengen.   

„De afgelopen tien jaar hadden Syriërs toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, en dat was belangrijk. Die voorzieningen worden steeds verder afgebouwd”, zegt migratieonderzoeker Ulusoy. „De regering probeert Syriërs zo richting terugkeer te duwen.” Volgens hem speelt daarbij niet alleen de aanhoudende economische crisis in Turkije een rol, maar ook de onvrede onder Turken over de aanwezigheid van miljoenen Syriërs. Uit peilingen blijkt dat zo’n 80 procent van de Turken vindt dat Syriërs naar hun eigen land moeten terugkeren.   

De Syrische Hatice (38) en haar dochters. Het gezin heeft geen uitzicht op een permanente verblijfsstatus.

Turkije als nieuw vaderland 

Voor de Syrische Hatice (38) zijn de gevolgen van dit beleid voelbaar. Ze woont met haar man en vijf kinderen vlak achter het vliegveld van Istanbul. Het gezin moet rondkomen van het inkomen van haar man, die met losse klussen net iets meer dan het minimumloon verdient. Dat komt neer op ongeveer 600 euro per maand. We gaan niet meer naar de dokter als er wat is”, vertelt ze. „We moeten nu op zoek naar andere oplossingen.”

Hatice zit op een versleten zwarte nepleren bank. Schuin boven haar hoofd staat de televisie aan, waar een Turkse serie zonder geluid speelt. Tegenover haar zitten haar dochters aandachtig mee te luisteren naar het gesprek. Hoewel Hatice al elf jaar in Turkije woont en vier van haar kinderen daar zijn geboren, heeft het gezin geen uitzicht op een permanente verblijfsstatus. Blijven of teruggaan – daar zijn de gezinsleden het niet over eens.

„De kinderen bidden elke dag dat ze Turkse staatsburgers worden en kunnen blijven”, zegt ze. „Maar als het aan mij ligt, zou ik terug willen naar Syrië. Voor mij is het moeilijk hier, omdat ik geen Turks spreek.”

Vanaf de andere kant van de woonkamer klinkt meteen protest. „Hoe moeten we daar leven”, zegt haar dochter Vahat (12). Op school is ze goed in sport, ze heeft zelfs medailles met hardlopen gehaald. Terwijl haar moeder Arabisch spreekt, schakelt zij moeiteloos over op het Turks. „In Syrië kennen we niets. Hier wel.” Voor haar is het duidelijk: „Turkije is ons nieuwe vaderland.”

Vahat (12) laat de medailles zien die ze haalde met hardlopen. Ze wil heel graag in Turkije blijven: „In Syrië kennen we niets. Hier wel.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next