Home

De eerste vrouwen in gemeenteraden zijn eindelijk in kaart gebracht: ‘Christelijke partijen waren mordicus tegen vrouwenkiesrecht’

Voor het eerst op een rij gezet: de eerste 250 Nederlandse vrouwen die, ruim honderd jaar geleden, werden verkozen in een volksvertegenwoordiging. Historicus Margit van der Steen: ‘Vrouwen kregen te maken met spot en tegenwerking, maar ze kregen wél dingen voor elkaar.’

schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

De voormalige dienstbode Eiske ten Bos-Harkema kwam in 1921, kort na de invoering van het algemeen kiesrecht, in de gemeenteraad van het Drentse Gasselte. Als sociaaldemocratische SDAP-politicus streed ze tegen armoede en werkloosheid en beijverde ze zich voor onderwijs, medische voorzieningen en de rechten van arbeiders in haar gemeente.

Ze sprak zich bovendien uit over grensoverschrijdend gedrag. In 1924, een jaar na haar aantreden als een van de eerste vrouwelijke wethouders van Nederland, schreef Ten Bos-Harkema een artikel over een plaatselijke politieagent die ‘onbetrouwbaar was op zedelijkheidsgebied’. De agent klaagde haar aan en Ten Bos-Harkema werd veroordeeld wegens smaad. Na een maand in de gevangenis keerde ze terug in de gemeenteraad. Het werd ‘een zegetocht’, schrijft historicus Margit van der Steen in haar recent verschenen boek ‘Ware wonderdieren’ – de eerste vrouwen in de Nederlandse politiek (1917-1927). De bewuste politieman bleef wel nog jaren in functie.

Van der Steen, verbonden aan het Huygens Instituut en aan Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, beschrijft in haar boek de lotgevallen van de ongeveer 250 vrouwen die direct na invoering van het vrouwenkiesrecht een zetel in gemeenteraad, Provinciale Staten of Eerste en Tweede Kamer veroverden. Bijzonder aspect: de allereerste vrouwelijke politici mochten zich wél verkiesbaar stellen, maar zelf stemmen kon niet. Het actief kiesrecht voor vrouwen volgde twee jaar na het passief kiesrecht.

U beschrijft in uw boek de opkomst en achtergrond van de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordigers in Nederland. Misschien verbazingwekkend, maar de namen van de eerste 250 gekozen vrouwen staan nu pas voor het eerst op een rij.

Ik was zelf ook verrast, maar toen ik het navroeg bij de Kiesraad, bleek dat verkiezingsuitslagen uit de vroege 20ste eeuw niet centraal werden geregistreerd. Het was ook niet eerder door een onderzoeker op een rij gezet. De vrouwen in de Eerste en Tweede Kamer zijn wel bekend, maar dit is de eerste keer dat ook Provinciale Staten en alle gemeenteraden in beeld zijn gebracht.’

Hoe heeft u alsnog dit overzicht bij elkaar gekregen?

‘De verkiezingsuitslagen stonden in regionale kranten. Vrouwen werden aangeduid als ‘mejuffrouw’ of ‘mevrouw’ en vaak vond een journalist het zó bijzonder dat verkiezing van een vrouw apart werd genoemd. Nederland had destijds elfhonderd gemeenten en gemeenteraadsverkiezingen waren niet overal op dezelfde dag, dus je kunt je voorstellen dat het nogal een klus was.’

Zijn nu ook echt alle vrouwen in beeld, of zitten er nog ergens gaten in het overzicht?

‘Het kan zijn dat iemand later alsnog in een gemeenteraad kwam omdat er een zetel vrijkwam. Die vrouwen zijn lastiger terug te vinden in historische bronnen en ik sluit niet uit dat er namen ontbreken.’

Vooral liberale partijen maakten zich in de vroege 20ste eeuw hard voor vrouwenkiesrecht. Toch lukte het de liberalen niet om dat om te zetten in zetels – iets waar de SDAP veel beter in slaagde. Hoe verklaart u dat?

‘Het verbaasde mij ook, en het is iets dat landelijk én lokaal gebeurde. De eerste mogelijke verklaring is de invoering van het algemeen mannenkiesrecht in 1917. Ineens kwamen er een heleboel kiezers uit de arbeidersklasse bij. Die stemden niet op liberale partijen.

‘Daar komt bij dat de liberalen versplinterd waren over partijtjes. Daar hadden ze bij de verkiezingen last van. Je ziet bovendien dat een aantal liberale vrouwen, onder wie Aletta Jacobs, een zetel misliepen omdat een man lager op de lijst meer voorkeursstemmen verzamelde.

‘Overigens werd binnen de SDAP heel verschillend gedacht over vrouwenrechten. Een deel van de partij vond vrouwenrechten ondergeschikt aan de bredere klassenstrijd. Suze Groenweg, die als eerste vrouw in de Tweede Kamer kwam, hoorde bij die stroming. Daarover botste ze dan weer met Carry Pothuis-Smit, die vanaf 1920 voor de sociaaldemocraten in de Eerste Kamer zat. Hoewel de SDAP veruit de meeste vrouwelijke volksvertegenwoordigers leverde, was de houding van de partij op z’n best halfslachtig.’

Het algemeen stemrecht volgde in Nederland pas twee jaar na de invoering van het passief kiesrecht. Dat betekende dat vrouwen eerder gekozen konden worden dan dat ze zelf konden kiezen. Hoe is die kronkel ontstaan?

‘Dat is een gevolg van de zogeheten Pacificatie van 1917, een uitruil van politieke belangen, waarbij de confessionelen gelijke financiering voor het bijzonder onderwijs kregen, terwijl de liberalen en sociaaldemocraten het kiesrecht kregen. In de hele onderhandeling sneuvelde het vrouwenstemrecht. Het passief kiesrecht bleef wel in stand, omdat men destijds dacht dat dat niet zo belangrijk was.’

Het betekende dat de vrouwen die in 1919 in de Provinciale Staten kwamen wél konden kiezen voor de Eerste Kamer, maar bij de Tweede Kamerverkiezing géén stemrecht hadden.

‘Ik kon het zelf eerst ook niet geloven.’

We hebben het net gehad over het verschil tussen liberalen en socialisten. Hoe keken confessionele partijen naar het vrouwenkiesrecht?

‘De christelijke partijen waren mordicus tegen het vrouwenkiesrecht. De katholieken gingen er wat pragmatischer mee om. Daarbij speelde een rol dat er geen pauselijke uitspraken of encyclieken over vrouwenkiesrecht waren.’

Uw onderzoek richt zich op de vroege 20ste eeuw. Tegelijkertijd moet je constateren dat de ongelijkheid in Nederlandse politiek nog steeds bestaat. Er is geen zwangerschapsverlofregeling voor Tweede Kamerleden, Nederland heeft nog altijd geen vrouwelijke minister-president gehad.

‘Op de Antillen zijn meerdere vrouwelijke premiers geweest. Dat valt buiten dit onderzoek, maar het is goed om even te memoreren. Verder denk ik dat ik vooral als historicus moet antwoorden: je ziet dat vrouwen door de jaren heen te maken kregen met spot en hoon en tegenwerking, maar ze hebben wél dingen voor elkaar gekregen.’

Margit van der Steen: ‘Ware wonderdieren’ – de eerste vrouwen in de Nederlandse politiek (1917-1927). Boom; 288 blz.; €29,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next