is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran straft iedereen – in tegenstelling tot die in Darfur waar 60 duizend slachtoffers zijn gevallen zonder dat er ook maar een minuut aandacht voor is.
Dinsdagochtend stond er op de A1 tussen Apeldoorn en Amsterdam 17 kilometer file. In totaal stonden automobilisten over een afstand van 350 kilometer in de rij – de een berustend, de ander geïrriteerd.
Dat de benzineprijs inmiddels boven de 2,50 euro per liter is gestegen, is op het asfalt niet merkbaar. Nederland lijdt meer, maar rijdt niet minder.
Alle producten worden duurder: gas, benzine, maar ook een pot pindakaas of een regenjas. De kosten van de bouw zullen toenemen, net als die van vakanties.
Alleen de grote olieconcerns spinnen er garen bij. Energie-onderzoeksbureau Rystad rekende uit dat zij dit jaar 63 miljard dollar (55 miljard euro) extra winst zullen behalen als de olieprijs boven de 100 dollar per vat blijft. En dat is ook op de beurs merkbaar. De koers van Shell op de Amsterdamse beurs kwam dinsdag voor het eerst boven de 40 euro. Bij het begin van de oorlog op 28 februari was dat 34 euro.
De eerste vijf miljard is volgens investeringsbank Jefferies al binnen en die zullen de olieconcerns vast gaan gebruiken voor hogere dividenduitkeringen of de inkoop van eigen aandelen. Niet voor energietransitie. Van de activistische aandeelhoudersgroep Follow This van Mark van Baal, die jarenlang op aandeelhoudersvergaderingen Big Oil probeerde te dwingen tot verduurzaming, wordt nauwelijks meer iets vernomen.
President Trump zei op sociale media er maar wat trots op te zijn: ‘De Verenigde Staten zijn ’s werelds grootste olieproducent, ver voor alle andere landen, dus als de olieprijzen stijgen, verdienen we veel geld.’ Vooral de producenten van de omstreden schalie-olie profiteren ervan. De grote olieconcerns hebben zelf ook olie- en gasinstallaties in de Perzische Golf die ze daar door de blokkade niet kunnen weghalen, waardoor een deel van de extra winst verdampt.
De aandelenkoers van de Amerikaanse multinational ExxonMobil steeg sinds 28 februari daardoor maar 2 procent. Het Noorse energieconcern Equinor (het voormalige Statoil) dat geen belangen heeft in die regio, zag de koers deze maand oplopen van 28 naar 37 euro. Dat is een stijging van 32 procent.
Ook de oorlog in Oekraïne heeft Big Oil geen windeieren gelegd. Volgens een berekening van Global Witness – een organisatie die het verband tussen exploitatie van grondstoffen en oorlog onderzoekt – hebben de vijf grootste westerse olieconcerns (BP, Shell, Chevron, ExxonMobil en Total) bijna 500 miljard winst gemaakt sinds de inval van Rusland in Oekraïne. ‘Dit getal duidt erop dat de olie-industrie de grote winnaar in deze oorlog is’, aldus Global Witness. Het bedrag is net zo groot als het geld dat nodig zou zijn voor de wederopbouw van Oekraïne als de oorlog morgen voorbij zou zijn.
Misschien zou de Nederlandse automobilist minder moeite hebben met de hogere benzineprijs als duidelijk was dat de baten naar de opbouw van Oekraïne gaan. En Darfur. Iets om in de file te overdenken.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns