De islamitische revolutie in 1979 maakte een einde aan de levendige muziekwereld in Iran. Nu probeert de Iraans-Nederlandse dj Katayoun Arian de stukken bij elkaar te zoeken. ‘Er is zoveel te luisteren.’
is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
Wanneer haar ouders thuis in Teheran in de jaren tachtig een feestje gaven en cassettes met verboden muziek opzetten, keek Katayoun Arian (41) haar ogen uit. ‘Iraniërs houden van dansen. Als kind vond ik het fascinerend om te zien welke bewegingen iedereen maakte. Mijn aangetrouwde tante danste met net weer andere pasjes dan mijn moeder. Ik wilde dat allemaal nadoen.’
In die ‘wolk aan herinneringen’ ligt de kiem van haar liefde voor de rijke Iraanse muziektraditie. Als dj Katayoun wijdt ze zich al twintig jaar aan het verzamelen, onderzoeken en draaien van de krachtige vrouwenstemmen van Radio Teheran uit de jaren zestig, de Iraanse jazzpop van de jaren zeventig, de scene van Iraanse ballingen in Los Angeles uit de jaren tachtig en negentig (ook bekend als ‘Tehrangeles’), de opzwepende trance-ritmes van het sjiitische Asjoera-feest en meditatieve soefi-achtige klassieken waarvan de teksten eeuwen terug gaan.
Twee draaitafels, een platenkast en dozen vol singles domineren haar knusse woonkamer. Erboven hangen kunstwerken van Milan Hulsing en Cas van Dijk: portretten van Arabische en Iraanse diva’s.
Met een greep uit haar collectie treedt ze donderdag op in de Amsterdamse club Garage Noord tijdens een benefietavond voor Iran, waar ook live hiphop, poëzie en kamanche, een traditioneel strijkinstrument, op het programma staan.
De opbrengst van de avond, die niet verbonden is aan een politieke stroming, is voor de burgerslachtoffers van het geweld dat de Iraanse bevolking sinds de jaarwisseling heeft getroffen. Eerst sloeg het religieuze regime in januari volksprotesten met mitrailleurs neer, daarna begonnen eind februari Israël en de Verenigde Staten met zware luchtbombardementen.
Vele tienduizenden burgers zijn in korte tijd gedood of verwond – een precies overzicht is moeilijk te krijgen, omdat het Iraanse regime de communicatie met de buitenwereld goeddeels heeft platgelegd.
‘Er is zoveel te luisteren’, zegt Katayoun, enthousiast maar ook licht wanhopig, als ze op maandagochtend een spoedcursus Iraans vinyl geeft. Hier staat het bronnenmateriaal waar ze steeds nieuwe combinaties van nummers uit samenstelt. Haar werk is te beluisteren via Soundcloud: zoals dj-sets van grensoverstijgende festivals als Le Guess Who, en mixtapes voor avontuurlijke onlineradiostations als Kiosk Radio en Red Light Radio.
Op de grond gezeten gaan haar vingers driftig langs de platenhoezen. ‘Mijn overzicht is een beetje in de war geraakt, want als ik moet draaien en van alles meeneem, heb ik daarna niet altijd zin om het weer netjes terug te zetten. Ik zoek nu een compilatie van de zangeres Elaheh. Dat is een zeldzame lp, die ik voor 200 euro in Iran heb gekocht.’
Als ze de plaat heeft gevonden, zet Katayoun de naald aan het begin van Bang Bang (My Baby Shot Me Down), het nummer waarmee de Amerikaanse zangeres Cher in 1966 doorbrak. De versie van Nancy Sinatra kreeg begin deze eeuw nieuwe bekendheid als openingsnummer van de film Kill Bill van Quentin Tarantino.
De versie van Elaheh, al eind jaren zestig opgenomen, mag er ook zijn. Begeleid door een violist die met oosterse trillers en tremolo’s fraseert en een af en toe opduikend motiefje van surfgitaar, komt Bang Bang uit een andere wereld, ook omdat de tekst naar het Perzisch is vertaald. ‘Dit was heel modern toen. Pas in de jaren zeventig is er veel meer westerse muziek gecoverd.’
De islamitische revolutie van 1979 veranderde de Iraanse samenleving totaal, inclusief de levendige muziekwereld. In het openbare leven heerste de doctrine van de politieke islam die Khomeini, de eerste ayatollah, oplegde.
Het ging er streng aan toe, ook gevoed door de nationalistische stemming die de oorlog met buurland Irak in de jaren tachtig meebracht. Popmuziek ging in de ban. Op school vroegen leraren kinderen of hun ouders weleens cassettebandjes draaiden.
‘Je leerde als kind thuis al heel snel dat er dingen waren die je buitenshuis niet mocht bespreken’, zegt Katayoun. ‘Al begreep je niet waarom.’
Met een oma die vroeger droomde van een carrière als zangeres, speelde muziek bij de familie van Katayoun een grote rol. Haar moeder had in de jaren zeventig alle grote sterren van het land zien optreden. Ze vonden dan ook snel de weg naar de zwarte markt met cassettes en videobanden, waarmee ook westerse muziek Iraanse huiskamers bereikte.
‘We hadden een gesmokkelde tape met de videoclip van Billie Jean van Michael Jackson. Daar ging iedereen dan voor zitten alsof we naar een film gingen kijken. Ik herinner me hoe de straattegels waar hij overheen liep één voor één oplichtten. Dat was geweldig.’
Toen Katayoun in 1991 met haar moeder en zus halsoverkop uit Iran vluchtte, bleef alle muziek achter. Ze hadden valse paspoorten van een ander land om naar Europa te komen en onderweg mocht niets erop wijzen dat ze Iraniërs waren. Maar toen ze twee jaar later met een verblijfsvergunning in Friesland waren neergestreken, kwamen uit het vluchtelingencircuit cd’s met Iraanse artiesten hun flatje binnen.
‘In mijn tienertijd herinnerde de muziek van mijn moeder me aan het Iraanse deel van mijn identiteit. Als ik thuis in mijn kamertje naar die muziek luisterde, raakte ik daar meer van doordrongen. Verder kwam ik namelijk weinig in contact met Iraniërs van mijn eigen leeftijd. Ik groeide op in Leeuwarden en mijn vrienden waren allerlei soorten Nederlanders.’
Toen haar interesse in Iraanse muziek in 2006 oplaaide, aan het eind van haar studie kunstgeschiedenis, kwam dat meer voort uit een academische nieuwsgierigheid dan nationalistische sentimenten. Tijdens een autorit in Iran, waar ze sinds de eeuwwisseling weer naartoe reisde, hoorde ze muziek voor Asjoera, een indringend sjiitisch rouwfeest. De trance-achtige cadans overrompelde haar en met een tante ging ze op een religieuze markt op zoek naar cd’s.
Het was het begin van haar verzamelwoede, geholpen door de oude collectie singles die ze van haar oma en opa cadeau kreeg. Al snel wilde ze alles van de Iraanse muziek weten.
Dat is niet eenvoudig. De revolutie heeft de Iraanse muziektraditie versplinterd: het verleden is vergeten, het heden is gemangeld in religieuze geboden en verboden, onder ballingen heerst strijd over de manier waarop een nieuw Iran vorm moet krijgen en wie wel en niet deugt.
Katayoun probeert de puzzelstukken bij elkaar te leggen in de overtuiging ‘dat je een muziekcultuur alleen kunt begrijpen als je over grenzen heen kijkt’.
Wees dus niet verbaasd als ze tijdens haar set op de benefiet in Garage Noord ook ineens een Griekse hit draait waar Iraanse artiesten covers van hebben gemaakt. Of een Egyptische single die in het hele Midden-Oosten populair was. Of een nummer van een Iraanse zangeres gebaseerd op Afghaanse ritmes.
‘Muziek is als lijm die verschillende culturen met elkaar verbindt. Soms wordt in het discours over de Iraanse identiteit scherp tegenover elkaar gezet: wij zijn Perzen en zij zijn Arabieren. Maar als je bijvoorbeeld naar de muziektraditie kijkt, kun je dat heel makkelijk ontkrachten.’
Ze grijpt naar een single van de zangeres Roohparvar. ‘Kijk, hier op de hoes wordt ze aangeprezen als de Umm Kulthum van Iran!’ Als haar stem door de kamer schalt, klinkt er inderdaad een oerkracht die doet denken aan de in 1975 overleden Egyptische zangeres. Zij was de grote ster van de Arabische wereld en ook in Iran geliefd. ‘In Iran noemen ze dit de Arabische stijl, reng-e arabi. Die was in het hele land populair. Niet alleen in het zuiden van het land waar veel Arabieren wonen.’
Dj’en als medicijn tegen zwart-witdenken. Katayoun kan er voorbeelden van blijven geven. Nog eentje dan.
‘Dit is een plaat uit 1957: het lied Mara Beboos van Hassan Golnarghi. Uitgebracht ná de coup van 1953, toen de democratisch gekozen premier Mossadegh met hulp van de CIA was afgezet. Onder de sjah zijn tientallen communisten opgepakt en velen van hen kregen de doodstraf.’
Na een romantische inleiding met piano en viool, die doet denken aan Europese salonmuziek, begint er een treurmars.
Kus me / Voor de laatste keer / Moge God je behoeden / Want ik treed mijn lot tegemoet / Onze lente is voorbij / Het verleden is verdwenen / Ik ben op weg naar mijn lot
‘Nergens gaat het over politiek, maar iedereen wist dat dit over de terdoodveroordeelden ging’, zegt Katayoun. ‘Het interessante is dat er na de coup tours naar Iran zijn georganiseerd met Amerikaanse jazzmuzikanten, onder wie Duke Ellington, Dave Brubeck en Dizzy Gillespie. Het was propaganda voor de vrijheid die Iraniërs zogenaamd hadden gekregen. Maar Hassan Golnarghi belandde enige tijd in de gevangenis vanwege het zingen van Mara Beboos.’
Het idee dat Iran voor de islamitische revolutie een liberaal land was onder de sjah, is dus ook maar relatief. ‘Ook dat kan de muziekgeschiedenis je laten zien.’
Katayoun draait op de benefietavond voor Iran (19/3, Garage Noord, Amsterdam) en tijdens een luistersessie ter gelegenheid van Iraans nieuwjaar Nowrooz (20/3, Noordspace, Amsterdam).
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant