In de verfilming van de gelijknamige roman wordt het voortbestaan van de mensheid bedreigd. Regisseurs Phil Lord en Christopher Miller brengen overbekende filminvloeden samen tot een frivool en jolig geheel met een verbazingwekkende samenhang.
schrijft voor de Volkskrant over film.
‘Amaze, amaze, amaze’, tettert het vriendelijkste buitenaardse wezen sinds E.T. the Extra-Terrestrial, wanneer die in Project Hail Mary het ruimteschip van Ryland Grace (Ryan Gosling) binnen tuimelt. Rocky, zo noemt Grace dit rotsblokje met pootjes, weet tussen de mensentechnologie van enthousiasme niet wat het met zichzelf aan moet.
De ondertitelaar maakt er ‘verbaas, verbaas, verbaas’ van, maar dat had ook ‘verwonder, verwonder, verwonder’ kunnen zijn. Gevoel van verwondering is wat deze verfilming van de gelijknamige roman (uit 2021) van The Martian-schrijver Andy Weir drijft. Bij de astronaut die naar een verre uithoek van het heelal is gestuurd, bij het schepseltje dat hem daar onverwachte hulp biedt. En uiteindelijk ook bij de kijker, die een genrecocktail met verbazingwekkende samenhang krijgt voorgeschoteld.
Het hoe en waarom van de ruimtemissie is complex, zoals dat gaat in de detailrijke sciencefiction van Weir, maar wordt speels en behapbaar uit de doeken gedaan. Lang verhaal kort: de zon dooft uit en het voortbestaan van de mensheid, het zal weer eens niet, hangt aan een zijden draad. Grace wordt gerekruteerd voor een ruimtemissie (de Duitse filmhuisster Sandra Hüller is verrassend gecast als projectleider) om op 11,9 lichtjaar van de aarde uit te zoeken waarom de zonachtige ster aldaar, Tau Ceti, als enige in de ruimte níét dooft.
Project Hail Mary doet vervolgens voor de zwaarwichtige, Interstellar-achtige ruimteopera wat Guardians of the Galaxy deed voor het ingedutte superheldengenre: er wordt uitbundig lucht in het geheel geblazen. De toon is onder regie van Phil Lord en Christopher Miller (scenaristen van de vindingrijke Spider-Verse-animatiefilms) constant frivool en jolig.
Soms knabbelt die aanpak wat aan de impact van dramatisch beoogde momenten: een emotioneel bedoelde ruimtebegrafenis van Grace’ overleden collega-astronauten is eerder gracieus dan ontroerend. Toch, en dit mag gerust een klein mirakel worden genoemd, vormen die zwaarte van Grace’ zelfmoordmissie en de lichtvoetige uitwerking ervan vaker een logisch geheel.
Het ene moment mikt het regisseursduo op een doorvoeld besef van eindeloosheid à la 2001: A Space Odyssey (1968), een volgend moment slaakt hun hoofdpersonage alweer kreetjes als een animatiefiguurtje in hun eigen, al even wonderbaarlijk geslaagde The Lego Movie (2014). En waar de eerste toenadering tussen Grace en Rocky een zekere mystiek herbergt die ook een film als Arrival (2016) kenmerkt, doet het verdere verloop van hun samenwerking denken aan de vaak zo gepast sentimentele sciencefiction van Steven Spielberg. In de blender van Lord en Miller worden overbekende filminvloeden de bouwstenen van een blockbuster met een vrolijke, ontegenzeglijk eigen identiteit.
In de flashbackscènes op aarde is de droogkomische Hüller ondertussen een anker. Als zij tijdens een afscheidsfeest voor de vertrekkende astronauten de microfoon pakt en overtuigend Harry Styles’ Sign of the Times begint te zingen (‘They told me that the end is near/ We gotta get away from here’), opent Project Hail Mary zelfs zijn hart.
Sciencefiction
★★★★☆
Regie Phil Lord en Christopher Miller
Met Ryan Gosling, Sandra Hüller, Ken Leung en de stem van James Ortiz
156 min, in 136 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant