Shrinking, Scrubs, Ted Lasso en nu óók het bijzonder vermakelijke Rooster met Steve Carell. De tragikomische series van tv-maker Bill Lawrence zijn overal. Wat maakt zijn series zo geslaagd?
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
In een tijd waarin streamingdiensten nog steeds zoveel mogelijk series maken om nieuwe abonnees binnen te halen, is de bewezen seriemaker koning. Streamingdiensten hebben tenslotte behoefte aan zoveel mogelijk (nieuwe) producties, waardoor de veelmaker algauw in het voordeel is.
Denk bij die laatste categorie makers bijvoorbeeld aan Ryan Murphy, de man achter series als The Beauty en Love Story, en Taylor Sheridan, die inmiddels haast elke maand een nieuwe, westernachtige serie maakt (van Landman tot The Madison).
Als Murphy de man is van de glossy drama’s en Sheridan de man van de klassieke westerns, dan is Bill Lawrence de koning van de tragikomedie. Alleen dit jaar al zien we onder meer Shrinking (derde seizoen, Apple TV Plus), Scrubs (tiende seizoen op Disney Plus) en Ted Lasso (vierde seizoen, Apple TV Plus), series waar Lawrence (in ieder geval in beginsel) volop bij betrokken is geweest.
Later dit jaar volgt ook nog een tweede seizoen van Apple-serie Bad Monkey, een luchtig moordmysterie met Vince Vaughn. Netflix heeft inmiddels óók een serie aangekocht waarbij Lawrence betrokken is: I Suck at Girls, over de liefdesavonturen van drie stuntelige middelbare scholieren. Waar je ook kijkt: de series van Lawrence zijn overal.
De meest in het oog springende nieuwe toevoeging aan de Lawrence-canon is Rooster op HBO Max. Steve Carell speelt Greg, een bestsellerauteur van inwisselbare strandlectuur. Echt gelukkig is hij zelden, maar hij vindt wellicht een nieuwe roeping als hij zijn dochter, universiteitsprofessor Katie (Charly Clive), opzoekt op haar werkplek. Die beleeft een nogal turbulente periode omdat haar man is vreemdgegaan met een PhD-studente.
Vader en dochter kunnen elkaar dus goed gebruiken, ook omdat Greg na de scheiding van Katie’s moeder zoekende is. Hij accepteert daarom een tijdelijk dienstverband als universitair docent, met allerhande nieuwe avonturen en vriendschappen tot gevolg.
Het slaat aan, want de eerste aflevering van het zeer bevredigende Rooster werd voor HBO de meest bekeken pilot van een komedieserie in ruim tien jaar. Daarmee lijkt Lawrence opnieuw een voltreffer te kunnen toevoegen aan zijn cv.
Dat is toch behoorlijk indrukwekkend, zeker voor een man die als beginnend schrijver werd ontslagen bij hitseries als The Nanny en Friends (dat laatste ontslag noemde Lawrence in The New York Times onlangs ‘de grootste klap die hij in de televisiewereld had gekregen’).
Het omslagpunt kwam met politieke komedieserie Spin City, met Michael J. Fox als invalburgemeester in New York. Lawrence werd op zijn 28ste al showrunner van die serie, die een enorme hit werd. Nog meer succes had Lawrence in 2001 als showrunner van ziekenhuissitcom Scrubs, die óók een megahit werd (onlangs startte op Disney Plus een geslaagde vervolgserie.)
Lawrence was de tv-koning te rijk, maar zag na Scrubs ook flink wat pilots en eerste seizoenen mislukken. Hij hervond wat succes met sitcom Cougar Town, maar de jaren tien bleven wisselvallig. Het zorgde ervoor dat Lawrence steeds vaker aan zichzelf ging twijfelen, zeker toen een van zijn series (actiekomedie Whiskey Cavalier) weer na één seizoen werd stopgezet. Lawrence in The New York Times: ‘Dat was de enige keer dat ik dacht: misschien weet ik niet meer waar mensen van houden.’
De ommekeer kwam in 2020 met de serie Ted Lasso, die geheel onverwacht een hit werd en uiteindelijk onder meer twee Emmy’s zou winnen voor beste komedieserie. Voor Lawrence bleek dat het begin van een nieuwe renaissance in zijn loopbaan. Ted Lasso werd toch vooral een hit in de coronapandemie, toen we meer dan ooit behoefte hadden aan iets dat ons met een goed gemoed achterliet. Lawrence wist blijkbaar toch precies wat mensen nodig hadden.
De moderne Lawrence-series draaien daarbij vaak om mannen van middelbare leeftijd die op een of andere manier worstelen. Het zijn goedwillende, maar niet altijd even rationeel handelende types, die worden omringd door kleurrijke personages die het verhaal verrijken met hun eigen (komische) gebreken.
Toch betekent dat niet alleen maar ongeremde lol. In de series van Lawrence heeft de humor altijd een hart en wordt de humor zelden gemakzuchtig. Zijn personages zijn heus grotesk, maar altijd menselijk en herkenbaar. Daarbij loopt Lawrence ook nooit weg voor een dramatische ondertoon. In Rooster is dat bijvoorbeeld eenzaamheid en verlatingsangst, Ted Lasso gaat ook over gebroken gezinnen, en in Shrinking moeten een vader en dochter omgaan met intense rouw.
Daarbij helpt het ook dat Lawrence een neus heeft voor komische acteurs in rollen waarin hun kwaliteiten het beste naar voren komen, zoals voor Carell in Rooster, Jason Sudeikis in Ted Lasso en Jason Segel in Shrinking. Waarbij die laatste serie nog een extra briljante troef in huis heeft met filmster Harrison Ford. Ook Ford is, als nukkige maar lieve psychiater met parkinson een perfecte Lawrence-held: onvolmaakt, grappig en ontroerend.
Geen wonder dat zijn series zo goed blijven aanslaan. De pandemie is weliswaar ten einde; de behoefte aan warmte blijft. Misschien is die combinatie tussen komische luchtigheid en alledaagse tragiek ook precies waarom Lawrence in deze tijd meer mag maken dan ooit. Hij heeft een perfecte niche gevonden, en de kijker gaat daar maar al te graag in mee.
Zoals Lawrence het zelf samenvat in The New York Times: ‘Een van de lessen die ik heb geleerd in Hollywood, is dat als mensen zo dom zijn om je dingen te laten doen, je zoveel mogelijk moet doen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant