Home

Opinie: Kijk eens naar singles als hoeksteen van de samenleving

Voor een snelgroeiende groep is alleen wonen helemaal geen gedwongen keuze, tussenfase of bron van eenzaamheid. Ze zijn juist vaak de sociale lijm van hun gemeenschap, omdat hun leven zich niet alleen binnen één huishouden afspeelt. Hoog tijd voor de rebranding van de alleenwonende.

Ze zit alleen aan een tafeltje in een van de vele restaurants die Amsterdam telt. Ze is 39, hoogopgeleid en ambitieus. Ze heeft een goede baan en een rijk sociaal leven. Ze werkt hard, sport, leest, reist en doet vrijwilligerswerk. Ze investeert in haar ontwikkeling en heeft haar leven op orde.

Ze date wel, maar heeft nog niet de juiste match gevonden. En dus woont ze alleen. Niet omdat ze zich niet wil verbinden, maar omdat haar lat hoog ligt. Een relatie moet gelijkwaardig zijn en een toevoeging aan haar leven. Tot die tijd geniet ze van haar zorgvuldig vormgegeven singlebestaan.

Anna Bomhof is kandidaat-gemeenteraadslid PvdA Amsterdam en voorzitter van Rooie Vrouwen. Suzanne Gillot is auteur, podcastmaker en contentcreator van De Paniekjaren.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Deze vrouw is geen uitzondering. Ze hoort bij de snelgroeiende groep alleenwonenden: met name in de grote steden leeft de helft van mensen alleen. En dat is geen toeval, maar het resultaat van decennia emancipatie en economische ontwikkeling.

Individualisme

Vaak wordt alleen wonen nog gezien als een tussenfase of gedwongen keuze. Maar voor een grote groep Nederlanders is het gewoon hun leven, en een bewuste keuze waar zij zich goed bij voelen. En dit geldt niet alleen voor de hoogopgeleide single. De alleenwonende is ook de leraar in een latrelatie, de gescheiden thuiszorgmedewerker en de oudere weduwe. Samen vormen zij de inmiddels bijna dominante woonvorm in de grote stad.

En toch wordt de alleenwonende nog vaak vooral geassocieerd met eenzaamheid. Uiteraard brengt alleen wonen soms risico’s met zich mee: wie alles alleen draagt, heeft minder buffers om tegenslagen op te vangen, zowel financieel als mentaal. Maar niet iedereen die alleen woont is eenzaam en niet iedereen die samenwoont is verbonden.

Want individueel wonen is iets anders dan individualisme. Wie alleen woont, organiseert het leven anders. Waar veel gezinnen hun tijd en energie logischerwijs naar binnen richten – op het eigen huishouden, het schoolplein en de familieagenda – bewegen veel alleenwonenden zich vanzelfsprekend meer naar buiten.

Hun leven speelt zich vaker buitenshuis af dan dat van volwassenen van dezelfde leeftijd, blijkt ook uit onderzoek van het CBS: in cafés, sportclubs, buurthuizen, vrijwilligersorganisaties en culturele instellingen. In veel buurten en sociale kringen fungeren zij als sociale lijm. Juist omdat hun leven zich niet alleen binnen één huishouden afspeelt, zijn ze vaak diep geworteld in de wijk om hen heen.

Daarmee spelen alleenwonenden een sleutelrol in onze samenleving. Zij zouden beschikbaar kunnen zijn voor rollen waar steeds meer behoefte aan is: als vrijwilliger, als mantelzorger, als coach op de sportclub of als actieve deelnemer in buurtinitiatieven. In een tijd waarin de zorg onder druk staat, eenzaamheid toeneemt en veel kinderen buiten schooltijd steun nodig hebben, vormt deze groep een ondergewaardeerde en onderbenutte kracht.

Uitgangspunt

Vanouds wordt gesproken over het gezin als hoeksteen van de samenleving. Maar in een stad waar meer dan de helft van de huishoudens uit één persoon bestaat, verdient ook een andere werkelijkheid aandacht. Veel alleenwonenden vervullen informele rollen in het sociale weefsel van de stad: als vrijwilliger, mantelzorger, als achtervang voor gezinnen of als actieve kracht in buurtinitiatieven. Die bijdrage blijft in onderzoek en beleid vaak onderbelicht, omdat veel studies vooral kijken naar huishoudens of formele organisaties, terwijl een groot deel van sociale betrokkenheid juist plaatsvindt in informele netwerken van vrienden, buren en buurtgenoten.

En ondanks het groeiende aantal eenpersoonshuishoudens én de vitale rol die deze groep speelt, trekt de alleenwonende qua beleid nog steeds aan het kortste eind: daarin is het koppel, vaak met kinderen, nog altijd het uitgangspunt. Onterecht wordt er in de politieke realiteit nog steeds uitgegaan van gedeelde woonlasten, gedeelde zorg en gedeelde financiële buffers, waardoor singles vaak (financieel) benadeeld worden. En daarmee doen we de alleenwonende tekort.

De toekomst van onze samenleving ligt niet alleen in het ondersteunen van gezinnen, maar vooral in het versterken van gemeenschappen. In een land waar steeds meer mensen alleen wonen, ligt daar juist een kans: wanneer mensen ruimte, stabiliteit en verbinding hebben, dragen zij vaak actief bij aan de zorg voor hun omgeving.

De alleenwonende is allang geen voetnoot meer in de samenleving. Het wordt de hoogste tijd om die meer op waarde te schatten.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next