Oorlog in Libanon Vrijwel direct na de recente aanvallen van Israël en de VS op Iran begon een hernieuwde oorlog in Libanon. Israël wil koste wat kost Hezbollah ontwapenen, Hezbollah weigert de wapens en de strijd op te geven.
Een man staat bovenop het puin van een gebouw in Dahiyeh in het zuiden van Beiroet. Het gebouw werd getroffen door een Israëlische luchtaanval.
Na twee weken oorlog is Libanon zwaar ontregeld. Door de voortdurende evacuatiebevelen en Israëlische bombardementen zijn inmiddels bijna 900 mensen gedood, onder wie veel kinderen. Ruim 2000 mensen raakten gewond en inmiddels zijn een miljoen mensen op de vlucht geslagen. In het zuiden zijn Israëlische troepen verwikkeld in hevige gevechten met militanten van Hezbollah, in een strijd om grondgebied.
Er lijkt voorlopig geen einde aan deze oorlog te komen. Vier vragen over de afgelopen twee weken in Libanon.
Een dag nadat de Verenigde Staten en Israël op 28 februari Iran aanvielen, besloot Hezbollah in de oorlog te mengen. Door het afvuren van een paar raketten die op een leeg veld in Noord-Israël neerkwamen, riep Libanons grootste gewapende groep en bondgenoot van het Iraanse regime een gevreesd en hard tegenoffensief van Israël over zichzelf en Libanon af. Ongeveer 14 procent van het Libanese grondgebied valt nu onder evacuatiebevelen van het Israëlische leger. Dat beschouwt die gebieden in Zuid-Libanon en Zuid-Beiroet in feite als vogelvrije zones, waarin iedereen die blijft kiest voor het risico slachtoffer te worden. Veel mensen willen of kunnen echter niet vluchten, omdat ze bijvoorbeeld niet het geld of alternatief heenkomen hebben, of te ziek of te oud zijn. Bovendien worden ook regelmatig plekken buiten die zones aangevallen, zoals in centraal-Beiroet.
In het grensgebied strijden het Israëlische leger (IDF) en Hezbollah om strategische locaties en dorpen. Israël zegt Hezbollah te willen ‘elimineren’ omdat de Libanese autoriteiten de gewapende groep niet kunnen ontwapenen, zoals Israël eist. Het draait niet meer om de keuze voor collectieve straf heen. „Dit is pas het begin, de Libanese regering en staat zullen een steeds hogere prijs betalen door schade aan Libanese nationale infrastructuur dat wordt gebruikt door Hezbollah-terroristen (…) en het verlies van grondgebied”, aldus minister van Defensie Israël Katz.
De afgelopen dagen doodde en verwondde Israëlisch vuur elke dag tientallen burgers, onder wie vrouwen, kinderen, medische hulpverleners, academici, alsook militairen van het Libanese leger, dat geen partij is in de gevechten tussen Israël en Hezbollah. Verschillende wegen en bruggen zijn verwoest. De enige garantie die Libanon nog heeft is dat het vliegveld en de weg er naartoe ongedeerd zullen blijven, aldus premier Nawaf Salam tegen de Libanese krant L’Orient Le Jour.
Sinds de verdrijving van Palestijnen uit Palestina in 1948 door de nieuwe staat Israël is Zuid-Libanon het toneel van conflicten tussen het Israëlische leger en Libanese en Palestijnse milities. In het heuvelachtige gebied liggen veel kleinere steden en dorpen. Een groot gedeelte van de bevolking is sjiitisch, de bevolkingsgroep waarin Hezbollah zijn wortels heeft.
De zuidelijke voorsteden van Beiroet, bekend als Dahiyeh, vormen een divers, dichtbevolkt stadsdeel met winkelcentra, universiteiten, ziekenhuizen, sportclubs en overheidsgebouwen. Vanwege de Israëlische invasies in de jaren zeventig en tachtig en de bezetting van Zuid-Libanon tot 2000 kwamen sjiitische Libanezen uit het zuiden hier naartoe. Daarnaast wonen er veel Palestijnen, Syriërs en arbeidsmigranten uit Aziatische en Afrikaanse landen.
Dahiyeh werd steeds vaker getypeerd als ‘Hezbollah-gebied’ of ‘klein Teheran’ vanwege de grote invloed van Hezbollah en Iran. De partij kwam weliswaar voort uit verzetsgroepen tegen die bezetting, maar is altijd verbonden geweest aan de Iraanse islamitische revolutie van 1979, wat Libanon tot vooruitgeschoven post maakte van Irans strijd tegen Israël en Amerika.
Om de achterban binnen boord te houden, creëerde Hezbollah met Iraans geld ‘een staat binnen een staat’, met sociale zekerheid, onderwijs en medische zorg en een bank die microfinancieringen verleent.
Inwoners van zuidelijke buitenwijken van Beiroet vluchten na een evacuatiebevel van het Israëlische leger.
Brand in een gebouw in het centrum van Beiroet na een Israëlische aanval.
Hezbollah heeft nooit een geheim gemaakt van zijn wapens, tunnels, bunkers en raketlanceerinstallaties, die verspreid zijn over Zuid-Libanon, Zuid-Beiroet en andere delen van het land waarover het de controle heeft. In mei 2023 organiseerde Hezbollah nog een groot persevenement waarbij het wapenarsenaal uitgebreid werd tentoongesteld.
Als onderdeel van het bestand van november 2024 trok Hezbollah zich militair (min of meer) terug uit Zuid-Libanon. Het Libanese leger maakte daar samen met Unifil het afgelopen jaar honderden wapenopslagplaatsen, tunnels en raketlanceerinstallaties van Hezbollah onklaar. Maar alle wapens inleveren zal het nooit doen, zwoer Hezbollah-leider Naim Qassem, „zolang de agressie en bezetting voortduurt”.
Israëls antwoord daarop waren bijna dagelijkse aanvallen en de bouw van vijf grote legerbasissen in het zuiden. Israël beschuldigt Hezbollah ervan wapens op of bij civiele plekken te bewaren, en dat burgers daarom die gebieden moeten verlaten. Die claims zijn niet te verifiëren. De Israëlische krijgsmacht geeft meestal geen bewijs, en onderzoek door verschillende media liet vorig jaar zien dat zij ‘bewijsmateriaal’ regelmatig fabriceert.
Ook spoort het Israëlische leger de bevolking aan zich tegen Hezbollah te keren. Vorige week verspreidden drones flyers over de hoofdstad waarop werd opgeroepen Hezbollah te ontwapenen en werd gewaarschuwd voor Israëls eerdere „succes in Gaza”.
In het zuiden wil Israël de bufferzone uitbreiden, als onderdeel van de „veiligheidsdoctrine” die het ook toepast in Palestina en Zuid-Syrië. „Honderdduizenden sjiitische bewoners van Zuid-Libanon (…) zullen niet terugkeren naar de gebieden ten zuiden van de Litani-rivier voordat de veiligheid van (Israëlische, red.) burgers in het noorden is verzekerd”, aldus Katz maandag. Het Israëlische leger is „geïnstrueerd om terroristische infrastructuur te vernietigen (…) net als is gebeurd met Hamas in Rafah, Beit Hanoun en de terreurtunnels in Gaza.”
De Libanese autoriteiten proberen de partijen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Pogingen van president Joseph Aoun om voor het eerst sinds decennia directe besprekingen te houden – dit werd altijd via tussenpartijen gedaan – worden door Israël genegeerd. Ook Hezbollah houdt voet bij stuk. Qassem zei dat de groep zich heeft voorbereid „op een lange confrontatie” en niet zal toestaan dat Israël de groep elimineert en Libanon „controleert”. „Dit is een existentiële strijd.”
De nieuwe bezetting van Zuid-Libanon kan als pressiemiddel dienen in latere onderhandelingen. Veel Libanezen vrezen een lange bezetting of annexatie. In Israëlische media wordt regelmatig opgeroepen tot zuivering van het gebied, en zelfs tot de vestiging van kolonisten, omdat Libanon volgens hen bij ‘Groot Israël’ hoort.
Een Israëlische luchtaanval op het dorp Khiam in het zuiden van Libanon, eerder deze week.
Israëlische luchtaanvallen in het Zuid-Libanese dorp At Taybeh, afgelopen dinsdag.
Dat militaire locaties dichtbij of zelfs in bewoond gebied liggen, is niet uniek voor Libanon. „De verdedigende partij, Hezbollah in dit geval, heeft volgens het oorlogsrecht wel de verplichting militaire doelen zoveel mogelijk niet in de buurt van burgers en burgerobjecten te plaatsen”, zegt Marten Zwanenburg, hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandse Defensieacademie.
Als militaire doelen opzettelijk worden verscholen in civiel gebied, dan kan dat een schending van het oorlogsrecht zijn. „Het is echter geen absolute verplichting, dus als het gebied of land dichtbevolkt is, dan wordt het moeilijker.”
Ongeacht wat Hezbollah doet, blijft Israël de verplichting houden om de burgerbevolking zoveel mogelijk te ontzien, aldus Zwanenburg.
Hoe dat gedaan wordt, hangt van allerlei factoren af, legt Zwanenburg uit. „Als burgers geraakt kunnen worden, moet je in principe een waarschuwing geven waarbij burgers daadwerkelijk de kans moeten hebben zich in veiligheid te brengen. Soms is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld als het verrassingselement belangrijk is om een belangrijke leider te kunnen doden.”
Ook universitair docent internationaal recht aan de University of Westminster Marco Longobardo zegt dat „onder internationaal humanitair recht, strijdende partijen waarschuwingen vooraf moeten geven als de omstandigheden dat toelaten. De waarschuwingen rechtvaardigen geen aanvallen op burgers, de burgerbevolking of burgerobjecten. Burgers die na een waarschuwing een gebied niet verlaten, blijven burgers en beschermd.”
Inwoners van het christelijke dorp Qlayaa rouwen bij de kist van hun dorpspriester, pater Pierre al-Rahi, tijdens zijn begrafenis op 11 maart.
De schaal en duur van de evacuatiebevelen voor grote delen van Libanon kunnen leiden tot gedwongen verplaatsing, wat in beginsel verboden is onder het oorlogsrecht. „Ook daar zijn weer uitzonderingen op, namelijk als het nodig is voor de veiligheid van burgers, of als er een dwingende militaire noodzaak is. Maar de schaal waarop dit gebeurt in Libanon maakt die claim van deze noodzaak twijfelachtig”, zegt Zwanenburg.
Longobardo voegt daaraan toe dat „waarschuwingen zo gericht mogelijk moeten zijn. In het kader van het verbod op willekeurige aanvallen mogen geen grotere gebieden als doelwit worden aangewezen.”
Dat Israël zijn geduld heeft verloren met de Libanese autoriteiten rechtvaardigt geen aanvallen op burgers of civiele plekken of objecten. Zwanenburg merkt op dat waar de meeste landen iets als militair doelwit bestempelen „als het daadwerkelijk bijdraagt aan de krijgsverrichtingen”, de VS en Israël een ruimere definitie hanteren. „Zij laten daar ook zogeheten war sustaining objects onder vallen, zoals economische objecten.”
Hij wijst erop dat annexatie of kolonisatie van grondgebied veel verder gaat dan het recht op zelfverdediging. „Dit is in strijd met het VN-Handvest, en onder het oorlogsrecht is er een specifiek verbod op het verplaatsen van de eigen bevolking naar bezet gebied – iets wat we op de Westoever zien gebeuren.”
Een Israëlische artillerie-eenheid vuurt granaten af in de richting van Libanon.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.