Energieprijzen
Een liter benzine voor ruim 2,50 euro. Een megawattuur gas voor 50 euro en een vat ruwe olie voor 103 dollar. De Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran en de reactie van het regime daarop hebben in recordtempo de prijzen voor alle soorten van fossiele brandstoffen opgejaagd. De afsluiting van de Straat van Hormuz en de aanvallen op olieraffinaderijen in de Golfstaten zorgden voor paniek en de bijbehorende prijspiek. Het vergrootglas van de media, met elke dag tientallen straatinterviews aan de pomp, doet de rest.
Daardoor verdwijnen in Europa belangwekkende discussies over internationaal recht, onschuldige slachtoffers of het beëindigen van de illegale oorlog tegen Iran rap naar de achtergrond. Op veilige afstand van de drones en raketten weten Europese burgers én politici het debat al snel richting zichzelf te draaien. De oorlog tegen Iran raakt burgers en bedrijven namelijk in de portemonnee.
Kamerleden van links tot rechts staan klaar om compensatie te eisen voor hun achterban, vaak met oneigenlijke argumenten. Zo kreeg het kabinet vorige week al het verwijt dat door de hoge olieprijzen de belastinginkomsten ineens meevallen. Die moesten terug naar de burger, foeterde een deel van de Kamer. Bij een lagere benzineprijs staat er nooit een Kamerlid te pleiten voor adhoc-verhoging van de belastingen op brandstof omdat de overheid dan geld misloopt.
Het is politiek met een hele kleine p, maar moeilijk te weerstaan. Des te verrassender was het dat het kabinet eerder deze week in een brief over mogelijke compensatie de boot vakkundig wist af te houden. Het kabinet begrijpt de zorgen van burgers en bedrijven, maar wil geen overhaaste beslissingen nemen. Dus voorlopig geen dure en ongerichte accijnsverlaging, geen energieplafond, geen hogere toeslagen. Dat is verstandig en verdient een compliment.
Het kabinet maakt duidelijk dat de huidige periode van hoge energieprijzen weliswaar doet terugdenken aan de prijspieken van 2022, toen Rusland Oekraïne binnenviel, maar dat de niveaus van nu heel ver onder die van destijds liggen. Toen kostte een megawattuur gas 300 euro, nu is dat 50. Mocht de situatie ofwel escaleren, ofwel langer duren dan nu voorzien, dan staat het kabinet klaar om alsnog in te grijpen. Idealiter wordt er ruim voor de winter bij de voorbereidingen voor Prinsjesdag over besloten, aldus het kabinet.
Dat is verstandig en prudent beleid. De massale staatssteun na de coronapandemie en de Oekraïne-oorlog (2022) heeft Nederland ten onrechte het idee gegeven dat elke tegenvaller door de overheid opgevangen kan en moet worden. CPB-directeur Pieter Hasekamp waarschuwde begin 2022 al dat die ‘compensatiesamenleving’ onwenselijk én onhoudbaar is.
Daar komt bij dat het in een welvarend land als Nederland voor het overgrote deel van de huishoudens geen probleem zou moeten zijn een tijdje wat meer te betalen voor brandstof. Huishoudens aan de onderkant van de inkomensladder die nu geconfronteerd worden met een hogere energierekening, zouden op lokaal niveau op maatwerk moeten kunnen rekenen. En mensen die wel direct in de problemen komen omdat ze voor hun werk afhankelijk zijn van vervoer, zouden daarvoor primair moeten aankloppen bij hun werkgevers. Een tijdelijk hogere vergoeding voor pakketbezorgers, thuiszorg en andere laagbetaalde banen is niet onredelijk, maar de rekening daarvoor direct bij de belastingbetaler neerleggen is onwenselijk.
Wat de prijspiek vooral duidelijk maakt, is dat Nederland versneld verder moet met het minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. In die zin is het bemoedigend dat dankzij de hoge olieprijzen de vraag naar zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s direct weer in de lift zit.
Dat signaal zou ook in Brussel op de agenda moeten staan, waar energieministers en regeringsleiders dezer dagen spreken over de ontstane situatie. De schok in de energieprijzen moet een aanmoediging zijn om door te gaan met vergroenen, en niet – zoals sommige lidstaten nu bepleiten – met het opschorten van het Europese emissiehandelssysteem voor CO2. Het met belastinggeld dempen van de hogere kosten voor olie en gas voor burgers en bedrijven zou precies het verkeerde signaal geven.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen