Vandaag is de 263ste EU-top sinds de leiders er in 1975 mee begonnen, voor premier Rob Jetten is het de eerste. Hem wacht een minutieus georkestreerde politiek-logistieke wildwaterbaan.
is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.
Opmerkelijk genoeg voor een regeldichte organisatie als de EU bestaat er geen handboek voor de EU-top. Dat betekent geenszins dat de vergaderingen van de Europese regeringsleiders onvoorbereid zijn. Integendeel: een ‘EUCO’, zoals een top in de Brusselse bubbel heet – afkorting voor European Council, uitgesproken als ‘youco’ – is tot in de puntjes georganiseerd. Premier Rob Jetten, die donderdag voor het eerst aanschuift, wacht een minutieus georkestreerde politiek-logistieke wildwaterbaan.
Die wildwaterbaan begint – bijna letterlijk – voor Jetten bij de grensovergang Hazeldonk, waar de premier en zijn team worden opgewacht door een Belgische motorescorte. Ging het tot de grens op een gezapige Hollandse 100 km/u, met de motards eromheen is dat wel even anders. De snelheid wordt opgevoerd tot zeker 140 km/u als het mini-konvooi zich met zwaailichten rücksichtslos een weg baant door het immer drukke verkeer op de E19 richting Brussel. Een enkele keer wordt de 200 km/u aangetikt. Betrokkenen bevestigen dat je een stevige maag moet hebben voor deze rit.
De 27 regeringsleiders ontmoeten elkaar steeds vaker, inmiddels zo’n acht keer per jaar. Met de nationale delegaties (al snel vijftien adviseurs per leider), de voorzitter van de top (EU-president António Costa), de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, hun staf, de pers (circa duizend journalisten), veiligheidsmensen, chauffeurs en ondersteunend personeel, strijken elke keer gemiddeld 4.500 mensen neer in en rond het Europagebouw waar de vergadering plaatsvindt. Is dat logistiek al geen sinecure, qua beveiliging is het helemaal een uitdaging.
En toch wordt het leven in Brussel nauwelijks verstoord door een EU-top, wel soms door de protesten eromheen. Waar in Den Haag tijdens de Navo-top vorig jaar snelwegen en de halve binnenstad werden afgezet, beperkt de veiligheidszone rond een EU-top zich tot een kleine cirkel en de afsluiting van welgeteld één metrohalte.
‘Een geoliede machine’, zegt een EU-ambtenaar over de opzet van een EU-top. Drie weken van tevoren komen alle betrokken diensten van de Raad – het secretariaat van de lidstaten in Brussel – bijeen: het politieke bureau, de beveiliging, protocol, ICT, audiovisueel, restaurant, de tolken. Iedereen weet wat van hem of haar wordt verwacht, de vergadering is bedoeld om ‘verwachte verrassingen’ te bespreken: is er een gast die een speciale begeleiding vereist (de Oekraïense president Volodymyr Zelensky schuift geregeld aan); zijn er demonstraties aangekondigd, stakingen, wegwerkzaamheden die de aankomst van de leiders hinderen?
Rond dezelfde tijd sturen de medewerkers van EU-president Costa de eerste (vertrouwelijke) ontwerpconclusies van de top naar de EU-ambassadeurs. Wie denkt dat de leiders zelf alle besluiten nemen, vergist zich. De bulk wordt van tevoren afgekaart door de ambassadeurs van de lidstaten. De leiders beperken zich tot de politieke pijnpunten (Chefsache) en de grote lijnen.
De definitieve conclusies (meestal de vierde of vijfde versie) waarmee de leiders uiteindelijk instemmen, tellen altijd aanzienlijk meer pagina’s dan de eerste versie, wat de helderheid niet per se ten goede komt.
Een week voor de top wordt het perscentrum opgebouwd: lange rijen tafels in het atrium van het Justus Lipsius-gebouw (pal naast de vergaderlocatie van de leiders), telefoonaansluitingen en extra wifi-capaciteit. Journalisten haasten zich vervolgens om een plekje af te plakken, met papier en tape, zoals voor de vrijmarkt op Koningsdag.
Vierentwintig uur voor de top begint, gaan de gebouwen in summit mode. EU-ambtenaren die niets met de top te maken hebben, worden verordonneerd thuis te werken. Explosievenhonden controleren de vertrekken, inclusief de parkeergarage. De rode loper – waar de leiders straks hun opwachting maken – wordt gestofzuigd, de vlaggen eromheen gestreken. Die vlaggen staan altijd in dezelfde volgorde: alfabetisch op de naam van het land in de eigen taal.
Tegen de tijd dat Jetten met zijn stoetje in Brussel aankomt, staat alles en iedereen op scherp. De premier zelf ook trouwens: hij heeft de dagen ervoor gebeld met collegaleiders en Costa over de ontwerpconclusies. Ze doorgesproken met de meest betrokken ministers en een mandaat gekregen van de Tweede Kamer. In de auto is hij bijgepraat door zijn naaste adviseurs over de laatste ontwikkelingen en roddels.
Na een korte tussenstop voor overleg met andere liberale leiders – een krimpend gezelschap – arriveert Jetten in het Europagebouw. Op zijn revers heeft hij een speciaal speldje, zodat de beveiligers weten dat hij premier is. De kleur en het logo van deze ‘pins’ zijn steeds anders om te voorkomen dat iemand een oud speldje misbruikt.
En dan begint het echt. Eenmaal binnen wacht Jetten allereerst de catwalk over de rode loper, waaromheen de talloze cameraploegen zich strategisch hebben opgesteld. Hier geven de leiders hun openingsstatements, voor de eigen en de internationale pers, waarmee ze de toon zetten voor de topontmoeting.
Deze statements over Europese belangen en nationale rode lijnen zijn volledig voorgekookt. Zo zei een vastberaden Mark Rutte bij aankomst van de februari-top in 2020 dat hij een appeltje en een biografie van Chopin had meegenomen, als teken dat hij die dag weigerde te onderhandelen over de nieuwe EU-meerjarenbegroting. Andere leiders waren serieus geïrriteerd maar de blokkade was effectief.
Een jaar later overspeelde Rutte zijn hand. Hij verklaarde bij aankomst in Brussel de Hongaarse premier Viktor Orbán ‘op zijn knieën’ te zullen dwingen om diens anti-lhbti-wetten terug te draaien. Dat gebeurde niet. Het was Rutte die drie jaar later een kniebuiginkje naar Orbán moest maken om Navo-baas te worden.
De vergaderzaal van de leiders bevindt zich op de derde verdieping. Niet de grootste ruimte, een bewuste keuze om de sfeer van vertrouwelijkheid te bevorderen. Costa luidt een ouderwetse handbel als hij wil beginnen. Omdat de meeste leiders in hun delegatiekamers wachten – die van Nederland zit op de achtste verdieping – loopt ook daar iemand met een bel door de gang.
Dat wil niet zeggen dat de premiers en presidenten onmiddellijk naar beneden snellen: niemand wil als eerste aankomen en dan wat verloren rondlopen voor de draaiende camera’s. Dus staan bij de deur van de vergaderzaal de ambassadeurs geposteerd die hun premier informeren wat het juiste moment is: stijlvol te laat. De Franse president Emmanuel Macron en de Italiaanse premier Giorgia Meloni zijn notoire laatkomers.
Jetten weet welke stoel voor hem is, aan de ovaalvormig gerangschikte tafels. Net als de vlaggen bij de rode loper zitten de leiders in alfabetische volgorde op de naam van hun land. Wel schuiven ze elke zes maanden – met de wisseling van het roterende EU-voorzitterschap – een plaatsje op, met de klok mee. Je buren blijven op deze manier dezelfde, de Nederlandse premier zit altijd naast zijn Luxemburgse en Slowaakse collega’s.
Het debat tijdens de top kent een duidelijk stramien. Routiniers die het woord willen, hebben dat EU-president Costa vooraf laten weten; of doen dat ter plekke met een subtiel knikje van het hoofd of de hand. Beginners zetten het naambordje van hun land verticaal.
Of een premier het woord vraagt, en wanneer, is politiek. Iemand die de toon wil zetten, gaat als eerste. Anderen wachten tot het eind, om de conclusie hun richting op te duwen. Een beproefde tactiek is het pass the buck: laat een collega de kolen uit het vuur slepen, spaar je schaarse krediet voor andere interventies.
Alle leiders kunnen hun eigen taal (de EU telt er 23) gebruiken, de tolken zitten in speciale cabines rondom de zaal. De trend is dat ze steeds vaker Engels spreken. Rutte zei af en toe expres iets in het Nederlands, hij vond het anders zo zielig voor de tolk die uit het Nederlands moest vertalen.
Niet iedereen roert zich in de zaal. Van de 27 leiders zijn er een stuk of acht die overal over meepraten. Rutte was een van hen, hij had van de Duitse bondskanselier Angela Merkel geleerd dat dossierkennis ertoe doet. Macron en de huidige bondskanselier Friedrich Merz horen er ook bij, Meloni soms. De Luxemburgse en Belgische premiers zijn doorgaans goed op de hoogte, net als de Deense en Poolse. Maar de meeste leiders staren een flink deel van de tijd verveeld naar hun telefoon. Die wordt ook gebruikt om de adviseurs en ambassadeurs buiten de zaal op de hoogte te houden. Informatie die vervolgens doorsijpelt naar de wachtende journalisten.
Bij echt gevoelige onderwerpen – over China, de Verenigde Staten, Oekraïne – moeten de leiders hun telefoon in een locker leggen. Elk land heeft zijn eigen kluisje, voor Nederland is dat nummer 227-A.
Heeft een premier of president tijdens een debat dringend advies nodig, dan kan hij met een speciale knop op zijn tafel een medewerker oproepen. Die knop was oranje-rood, maar is inmiddels vervangen door een discreet wit-grijs exemplaar. De opgeroepen adviseur mag niet de zaal in, het hulpverzoek wordt door een protocolmedewerker aan de deur afgehandeld. Rutte gebruikte de knop soms omdat hij de oplader voor zijn telefoon was vergeten.
Leiders mogen wel de zaal uit, dat gebeurt ook geregeld. Verstokte rokers, zoals de Italiaanse premier Meloni en de Cypriotische president Nikos Christodoulides, zijn bij het rookhok te vinden. Anderen lopen naar hun delegatiekamer om de medewerkers bij te praten. Merkel vertrok ooit naar friterie Maison Antoine, om de hoek van het Europagebouw, omdat ze trek had en het diner op zich liet wachten. De foto van een wachtende Merkel siert nog altijd de balie van het frietkot.
De zaal verlaten kan ook tactiek zijn, om ongenoegen uit te drukken over de lange vergaderduur, om druk op de ketel te zetten. Macron liet weleens lekken dat zijn vliegtuig zich gereedmaakte voor vertrek om zo een besluit te forceren. Gelukkig voor Jetten heeft Costa het tot zijn handelsmerk gemaakt dat toppen ‘maar’ één dag duren.
Dat neemt niet weg dat de EU-toppen altijd de avond ingaan. Voor het diner gaan de leiders naar een andere zaal, op de elfde verdieping. Over het menu is – zoals over alles bij een EU-top – grondig nagedacht. Bewerkelijke gerechten zijn uit den boze, het is een werkdiner. Er wordt gekeken naar seizoensgebonden producten, soms met een knipoog naar het land dat de EU voorzit. De compositie op het bord wordt zo gedaan dat dieetwensen van leiders nauwelijks opvallen.
Wat een EU-top speciaal maakt, is de beslotenheid. In eigen land zijn premiers en presidenten altijd de eindverantwoordelijke en omringd door mensen die iets van ze willen. In Brussel zijn ze onder gelijken. Ze herkennen elkaars problemen, maken daar grappen over. Omdat alleen zij aan tafel zitten, kunnen ze de concessies doen die een compromis vereisen. Zo ging Orbán in december 2023 even ‘naar het toilet’ zodat de rest kon beslissen over de onderhandelingen met Oekraïne voor het EU-lidmaatschap.
Elke leider moet de EU-top als een winnaar verlaten, benadrukte de eerste EU-president Herman Van Rompuy in 2009 bij zijn benoeming. Want een verliezer is een slechte tafelgenoot bij de volgende top.
Omwille van de beslotenheid bestaan er geen officiële notulen van de EU-toppen. Er zitten wel twee notulisten in de zaal, die met pen en papier – geen elektronische sporen! – een verslag maken van de discussies. Dat gebeurt in een ‘discrete huisstijl’, wat wil zeggen dat harde woordenwisselingen alleen in bedekte termen vermeld worden.
Om en om gaat een van de notulisten naar buiten en leest daar zijn verslag woordelijk voor aan de ‘antici’, een select clubje diplomaten die hun premiers ondersteunen. Elke antici maakt razendsnel een samenvatting en stuurt dat door naar zijn delegatie. De handgeschreven verslagen van de twee notulisten worden na afloop van de top vernietigd.
Zit de top erop – zelden voor middernacht – dan rest Jetten de laatste bocht van de wildwaterbaan. Alle leiders spoeden zich zo snel mogelijk naar ‘hun’ pers om ‘hun’ versie van de top te geven. 27 persconferenties van premiers en presidenten, plus die van de Costa en Von der Leyen, tegelijk: wie ze allemaal beluistert krijgt het idee dat er verschillende toppen zijn geweest.
Daarna is het dringen met alle limousines en motorescortes die de leiders naar het vliegveld brengen. Jetten wordt weer begeleid tot Hazeldonk. Rutte stapte daar altijd even uit om de motards – meestal dezelfde equipe – een hand te geven. Na afloop van zijn premierschap nodigde hij ze uit voor een diner op het Catshuis.
Voor Jetten alvast aardig om te weten: wanneer een leider het EU-podium definitief verlaat (verloren verkiezingen, functie elders) krijgt hij een door Costa gesigneerde foto en een afscheidsvideo met de highlights van zijn of haar Brusselse optredens. De video voor Jettens voorganger Dick Schoof was vrij kort.
Source: Volkskrant