Home

De mini-jasjes van Meta Struycken hebben een grote boodschap: we moeten kleding repareren en hergebruiken

Je zou ze het liefst allemaal in een koffer mee naar huis willen nemen, spijkers in de wand slaan en aan hun kleine hangertjes aan de wand willen hangen: de aandoenlijk kleine, waanzinnig verfijnde mini-jasjes van textielkunstenaar Meta Struycken.

is kunstredacteur voor de Volkskrant en schrijft over fotografie en beeldende kunst.

In 2019 plaatst textielkunstenaar Meta Struycken voor het eerst foto’s op Instagram van zelfgemaakte kledingstukken op miniformaat. Een wit jasje met een grafisch patroon van brede zwarte banen, een jasje bespat met rode textielverf, een kaftan van verschillende stroken stof. Bij elke nieuwe foto staat een variant op dezelfde boodschap: dat het hergebruiken en repareren van kleding een van de antwoorden is op onze ecologische crisis.

Struycken, opgeleid als modeontwerper, een eigen label gehad, voor commerciële merken gewerkt en creative director geweest van het Nederlands Mode Instituut, heeft op dat moment lang genoeg in de business gezeten om er óók genoeg van te krijgen. Genoeg van de snelheid waarmee kleding wordt geproduceerd en vervolgens weer afgedankt, genoeg van de vervuiling die inherent is aan het massaproductieproces en van de bergen ongedragen textiel die vanuit het Westen naar Afrika worden verscheept om daar te eindigen op stortplaatsen.

Weg kwijtgeraakt

Voor het vaktijdschrift voor de modedetailhandel dat ze samen met haar man maakte, ging ze tien jaar internationale beurzen af. Het was daar dat ze steeds vaker begon te denken: we zijn de weg kwijtgeraakt als het gaat om onze verhouding tot kleding. Het moet duurzamer, want de wereld gaat eraan.

‘Ik had behoefte aan een tegenbeweging’, zegt ze eind februari vanuit haar atelier in Haarlem. ‘Minder kopen, beter kopen, van een kwaliteit die langer meegaat. Maar ik denk dat we een stap verder moeten gaan, dat we terug moeten naar wat tot in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw vanzelfsprekend was: dat je kleding repareerde of vermaakte als die kapot was.’

Want het is haar stellige overtuiging: dat een herwaardering van technieken als borduren, stikken, quilten en appliqueren de mogelijkheid biedt om een langdurige relatie met onze garderobe op te bouwen en mode een meer duurzame impuls te geven.

Art Rotterdam

Deze maand zijn zo’n vijftig nieuwe jasjes (lengte: 35 centimeter) door heel Nederland te zien. Het merendeel hangt tijdens kunstbeurs Tefaf in Maastricht in de etalage van modewinkel Kiki Niesten. Galerie Weisbard toont een selectie op Art Rotterdam, en vanaf het eind van de maand hangen de mini-jasjes op de groepstentoonstelling Draadkracht in Museum Arnhem.

Dat de jasjes kunstobjecten zouden worden, was in eerste instantie niet voorzien. Laten zien hoe je met huis-tuin-en-keukentechnieken oude kleding kunt repareren en verfraaien, daar begon het mee. In die begintijd fantaseerde ze over een DIY-boek, ze legde contacten met uitgeverijen. Maar toen in 2020 haar man plotseling overleed, bleven die plannen liggen.

‘Toen kwam op een goede dag Julius Vermeulen langs (de in 2024 overleden eigenaar van galerie Eenwerk in Amsterdam, red.). Ik kende hem nog uit de tijd dat ik in Arnhem mode studeerde. Hij zag de jasjes op mijn werktafel liggen en zei: ik zie een expositie voor me.’

Ontroering

De tentoonstelling Stitch!, in de zomer van 2024, werd de best bezochte van galerie Eenwerk. Van de negentig tentoongestelde jasjes werd een groot deel verkocht. Hoe ze dat succes verklaart? ‘Schrijver en filmmaker Peter Delpeut beschreef de jasjes als individuen op miniformaat, individuen die je nieuwgierig maken, want niet inwisselbaar. Hij was ook ontroerd, schreef hij, door hoe de jasjes er hingen, ‘frêle en broos en kwetsbaar. Zoals het menselijk bestaan’.’

Schilderen met garen en stof, noemt Struycken het zelf. De jas is een blank canvas waarop ze een nieuwe compositie maakt. Modernistische abstracte principes uit de schilderkunst – zoals vorm, textuur en vlakverdeling, een spel van fijne lijntjes of juist expressieve verfstreken – vertaalt ze naar huiselijk handwerk, dat daarmee een nieuwe, eigentijdse esthetiek krijgt.

Of ze hetzelfde te werk gaat als toen ze ontwerper van modecollecties was? ‘Bij mode ga je uit van stof en een ontwerpschets en vervolgens wordt een pasmodel gemaakt dat je dan verfijnt. De manier waarop ik nu werk, is veel gevoelsmatiger. Ik heb wel een uitgangspunt of idee, maar zo’n mini-jasje ontstaat echt terwijl ik bezig ben. Het is een intuïtief proces, je probeert dingen uit: pak ik dikke wol voor een pluizig resultaat, of juist een heel fijne draad, zodat het lijkt alsof ik met een stiftje heb getekend?’

Tweede leven

En toen meldde zich vorig jaar het Engelse kledingmerk Toast met de vraag of ze geïnteresseerd was in een samenwerking voor hun collectie Toast Renewed. Dat geeft gedragen en beschadigde kleding uit de eigen collectie een nieuw leven in een handwerkatelier. ‘Omdat we dezelfde overtuiging delen, heb ik deze opdracht – eenmalig – aangenomen, maar ik ambieer het niet om voor anderen ‘human-sized’ kledingstukken te bewerken. Het komt dan weer dicht bij mode, en ik wil me in de komende tijd juist verder ontwikkelen als textielkunstenaar.’

Een week na het gesprek: een nieuwe post op Instagram, van de opbouw van de etalage van Kiki Niesten in Maastricht. Je zou de aandoenlijk kleine, waanzinnig verfijnde jasjes het liefst allemaal in een koffer mee naar huis willen nemen; spijkers in de wand slaan en aan hun kleine hangertjes hangen.
En daarna misschien wel zelf aan de slag met die oude jas.

Het werk van Meta Struycken is nog t/m 19/3 te zien bij Kiki Niesten, van 27-29/3 bij galerie Weisbard op Art Rotterdam, en van 28/3 t/m 30/8 op de tentoonstelling Draadkracht – Handwerk als statement in Museum Arnhem.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next