Een fotoboek is meer dan een verzameling beelden, vindt vormgever Hans Gremmen, die dit jaar 25 jaar in het vak zit. Dankzij zijn experimenteerdrift met inkt, papier en materiaal is elk van de ruim vierhonderd boeken die hij ontwierp een kunstwerk op zich.
is kunstredacteur van de Volkskrant en schrijft over fotografie.
Gevierd grafisch vormgever Hans Gremmen (50) doet soms gewaagde voorstellen. Zoals die keer dat hij met fotografen Jaap Scheeren en Anouk Kruithof het fotoboek Het zwarte gat (2006) maakte: veel pagina’s van die uitgave – over uiteenlopende zaken als de verdwijngaten in het heelal, black-outs en depressies – liet hij zwart drukken. Kleurenfoto’s en die duistere pagina’s wisselen elkaar ritmisch af.
Gedurfd, maar ‘een gouden greep’, zegt Scheeren nu, ‘zo bracht hij de chaos van ons werk thematisch bij elkaar en maakte het tot een eenheid.’
Het typeert Gremmen, die zijn 25-jarig jubileum in het vak niet onopgemerkt voorbij laat gaan en met een opvallend boek markeert. Respect voor de fotografen met wie hij werkt. Voelsprieten aan om de reacties te peilen. Nooit bang voor experimenten. Altijd bedenken hoe een fotoboek, méér dan een bundel beelden, een nieuw kunstwerk kan worden.
Door gebruikmaking van meerdere papiersoorten bijvoorbeeld. Karton voor de omslag, of, zoals bij Lunar Landscapes van fotograaf Marie-José Jongerius over de uitbreiding van de Rotterdamse haven: tyvek, plastic bouwmateriaal dat oogt als papier. Zo rijmen boek en bouw.
Meer dan vierhonderd boeken heeft Hans Gremmen in 25 jaar ontworpen over architectuur, beeldende kunst, maar vooral over fotografie. 130 daarvan uitgebracht door zijn uitgeverij FW: Books, die hij in Amsterdam runt met zijn partner, kunstenaar Petra Stavast.
(Vergeet dat ze soms in de communicatie verwijzen naar Dennis van de webshop, zegt Scheeren. ‘Een grapje, Hans en Petra hebben geen personeel, ze versturen alle boeken zélf.’)
Gremmen ontwerpt ook voor topuitgevers als Aperture en Mack, en talrijke internationale musea. Jaarlijks prijkt zijn naam op de lijstjes van de mooiste fotoboeken (ook van de Volkskrant).
Bij zijn kwarteeuwig jubileum heeft Gremmen – hoe kan het anders? – het vuistdikke boek In Between uitgebracht, de visuele weerslag van zijn grafische avonturen. Persoonlijke en vakmatige herinneringen uit de grabbelton van zijn loopbaan, veel beeld, weinig woorden. Het is zijn manier om de fotografen te bedanken die zijn weg kruisten. En het biedt de boekenliefhebber een avontuurlijk inkijkje in Gremmens wereld van inkt, papier, letters en beelden.
Gremmens liefde voor drukwerk dateert uit zijn jeugd. Hij fietste geregeld langs een drukkerij bij zijn geboorteplaats Langenboom in de Peel. Op een dag belde hij aan en vroeg of hij eens mocht meelopen. Er werden T-shirts, petjes en vlaggen bedrukt, en hij was meteen verkocht.
Een paar jaar later besloot hij niet het vwo-advies te volgen, maar naar de havo te gaan. Alleen zo kon hij worden toegelaten tot de ambachtelijke mbo-opleiding aan het grafisch lyceum in Eindhoven. Daarna volgden een opleiding typografie en de St. Joost kunstacademie in Breda.
Met veel fotografen op de academie raakte Gremmen bevriend, en maakte zijn eerste boeken. Ook de naam FW: Books (gemankeerde afkorting van het e-mail-commando forward (fwd:) stamt uit die periode. Daar scherpte hij zijn visie op wat een fotoboek moet zijn: een eigen wereld waarin de lezer zich kan verliezen, zoals in een film van David Lynch, waarbij de kijker alle absurditeiten en onwaarschijnlijkheden opeens als vanzelfsprekend accepteert.
Durf toeval toe te laten in je werk, zegt Gremmen. Kijk in de prullenbak voor iets bruikbaars, zoals hij deed in Serendipity (2008), gevuld met toevalstreffers van proefstroken en misdrukken.
Marie-José Jongerius had meteen een klik met Gremmen toen zij beiden exposeerden in het Nederlands Fotomuseum in 2011. Ze herkenden hun wederzijdse fascinatie voor het Amerikaanse landschap, voor de manier waarop dat in ons collectieve bewustzijn lijkt verankerd, zelfs bij wie het land nooit fysiek heeft bezocht.
Gremmen vertoonde zijn film The Mother Road, een compilatie van vijf uur met screenshots van Google Street View van Route 66, de beroemde Amerikaanse weg die oost met west verbindt. Een roadtrip aan het beeldscherm.
Jongerius exposeerde er foto’s van haar (nog altijd uitdijende) project over het kunstmatige landschap in en rond Los Angeles. De beroemde palmbomen, de groene golfbanen, de drinkwatervoorziening: de metropool is afhankelijk van de (slinkende) stuwmeren in de Californische bergen. Dat niet eenvoudig in fotografie te vertalen gegeven, verwerkten Jongerius en Gremmen in het fascinerende, tweedelige Edges of the Experiment (2015).
Naast Jongerius’ foto’s verraden archiefmateriaal, filmstills, kaarten, infographics, beeld van Playmobil-cactussen (naar de archetypische Californische vetplant) en de speelse vormgeving Gremmens grote inbreng. In zijn studio, zegt Jongerius, staat een tafeltennistafel. ‘Doet me aan Hans denken. Wij pingpongen ideeën.’ Ze noemt zijn stijl poëtisch, subtiel en, ‘ja, ik gebruik het voor hem beladen woord toch, eigenzinnig esthetisch’.
Ook Awoiska van der Molen prijst Gremmens vermogen om, gebruikmakend van zijn intuïtie, de creatieve intenties van een fotograaf in boekvorm te vatten. Zij werkt extreem traag aan haar oeuvre, dat een tijdlang met hooguit zes foto’s per jaar groeide.
Pas vele jaren nadat ze Gremmen op de St. Joost had leren kennen was ze aan een boek toe. Na lang wikken en wegen, koos ze voor samenwerking met Gremmen. Hoe zou hij haar duistere, in vier jaar gemaakte foto’s van eenzame (berg)landschappen, groot afgedrukt op barietpapier, verwerken tot een handzaam boek?
Van der Molen: ‘Hij wisselde mijn foto’s in wat Sequester (2014) zou worden af met katernen van zwart papier, waarop met witte inkt details uit mijn foto’s zijn afgedrukt. Door die opdeling voelt het alsof je in het boek meerdere kamers van een tentoonstelling bezoekt.’
Het werd niet alleen een artistiek succes. ‘We hadden besloten tot een oplage van 750. Maar op de fotobeurs Unseen verkochten we al 250 exemplaren.’
Binnen een week was de eerste oplage weg. Er werden nog tweeduizend exemplaren gedrukt, die in een half jaar weg waren. ‘Een knaller van een boek’, zegt Van der Molen. Inmiddels hebben de twee vier boeken gemaakt. Ze zijn, helaas voor de liefhebber, allemaal uitverkocht.
3 x Hans Gremmen
Een recent voorbeeld van Gremmens inbreng bij de totstandkoming van een bijzonder fotoboek is de stugge, geribbelde pagina in Charlotte Dumas’ Entendue (2026). In het boek over olifanten fungeert de bladzijde als een tactiele referentie aan olifantenhuid.
De meest verregaande samenwerking tussen vormgever en fotograaf bereikte Gremmen waarschijnlijk met Jaap Scheeren. Samen fotografeerden ze vier bosjes nepbloemen, scheidden de foto’s in vier stadia op grond van de basiskleuren van het drukproces, CMYK: cyaan, magenta, yellow en key (zwart). Vervolgens legden ze de beelden over elkaar, in een poging de oorspronkelijke afbeelding te herstellen. Juist de imperfecties, kleine verschuivingen, maken de foto’s in Fake Flowers in Full Colour betoverend.
Een verzamelaar wilde op boekenbeurs Offprint in Parijs in 2024 tien exemplaren kopen van Awoiska van der Molens succesvolle The Humanness of Our Lonely Selves. Dat stond uitgever Gremmen niet toe. Liever dan zoveel boeken bij de verzamelaar als belegging in de kluis te laten liggen, geeft hij liefhebbers de kans een exemplaar te bemachtigen. De verzamelaar mocht er uiteindelijk twee aanschaffen. Hij reageerde als een boer met kiespijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant