Oorlogsstrategie Israël Anders dan de VS heeft Israël helder voor ogen wat het wil in het Midden-Oosten. De regering-Netanyahu gaat altijd voor de militaire oplossing, liquideert vijandelijke kopstukken en streeft mede via gebiedsuitbreiding naar permanente veiligheid voor het Joodse volk.
Israëlische militairen op de grens met Zuid-Libanon, waar inwoners door het Israëlische leger gewaarschuwd werden te evacueren.
Wat Donald Trump met Iran wil, is lastig te achterhalen. Vrijwel dagelijks, en soms zelfs meerdere keren per dag, geeft de Amerikaanse president wisselende motivaties voor zijn oorlog.
Daarbij vergeleken zijn de motieven van aanvalspartner Israël duidelijk. In Iran moet het regime weg. In Libanon moet Hezbollah vernietigd worden.
Anders dan Trump heeft de regering-Netanyahu een coherente visie. Een analyse van de Israëlische grondslagen van beleid, in vier delen.
Er is een duidelijke waterscheiding geweest in de Israëlische strategie, en die vond plaats op 7 oktober 2023. Dat stelt Midden-Oostenanalist Nathan J. Brown van de Amerikaanse denktank Carnegie Endowment for International Peace.
Voor 7 oktober was Israël gericht op afschrikking, diplomatie en af en toe een korte, gerichte militaire aanval – badinerend ook wel ‘het gras maaien’ genoemd. Na de grootschalige Hamas-aanval schakelde het door naar een model van „dominantie, vernedering en het belemmeren van het herstel van de tegenstander”, aldus Brown.
De regering van premier Benjamin Netanyahu is ervan overtuigd dat militaire interventie altijd beter is dan diplomatieke oplossingen. Bij onderhandelingen komt er immers per definitie een compromis uit, en dat betekent ook dat een deel van de vijandelijke dreiging intact blijft. Beter is het volgens de Israëlische regering om te proberen de vijand met wortel en tak uit te roeien.
Critici wijzen erop dat de militaire optie niet altijd de beste is. Zo zweert de Israëlische regering al tweeënhalf jaar dat Hamas vernietigd zal worden, maar voorlopig staat een deel van Gaza nog altijd onder controle van die militante groepering. En er zijn ongemakkelijke vragen als: kun je een ideologie wel uitroeien? En: kweek je niet juist ressentiment door een vijandig volk te willen vernietigen?
Ook de Israëlische retoriek is agressief. Vijanden zijn niet gewoon tegenstanders, maar worden bijvoorbeeld vergeleken met Amalek – het bijbelse volk dat compleet uitgeroeid werd door de Israëlieten. Daarbij worden vijanden geregeld ontmenselijkt door hen „beesten” te noemen die vernietigd moeten worden.
Israël beantwoordt aanvallen steevast met een veel hardere tegenstoot. Het doel daarvan is de vijand ontmoedigen: de tegenaanval is zó dodelijk dat hij het wel uit z’n hoofd zal laten om Israël nog eens aan te vallen. Volgens dezelfde logica moet de snoeiharde aanpak van Palestijnen in bezet gebied hun alle lust ontnemen om zich tegen de Israëlische bezetting van hun land te verzetten.
Vernietigingen uit het verleden worden bovendien dreigend aangehaald: zo waarschuwde minister Bezalel Smotrich (Financiën) dat de wijk Dahiya in Zuid-Beiroet spoedig op de vernietigde Palestijnse stad Khan Younis zal lijken.
De verwoestingen die Israëlische luchtaanvallen in Beiroet veroorzaken zijn groot.
Het hedendaagse militarisme in Israël is verbonden met de geschiedenis van het zionisme, zegt Yaron Peleg, hoogleraar moderne Hebreeuwse studies aan de Universiteit van Cambridge. Israël is na de Holocaust zo sterk bezig geweest met ‘dit nooit meer’, aldus Peleg, dat het elke mogelijke dreiging bij voorbaat de kop wil indrukken.
Peleg, per e-mail: „De zionistische militaire capaciteiten, aanvankelijk defensief, vermengden zich met een groeiend Holocaust- of slachtofferdiscours in Israël en ontwikkelden zich tot een extreem agressief militarisme. Je kunt het omschrijven als de gepeste die zelf een pestkop werd. Israël lijkt te compenseren voor een lange geschiedenis van misbruik als gemarginaliseerde gemeenschap, met geweld dat volstrekt buiten proportie lijkt ten opzichte van de bedreigingen.”
Werkt dat ook? Analist Brown wijst op de successen, zoals de adembenemende inlichtingenpositie, het vermogen van het Israëlische leger om zich te bewegen waar het wil en de vijand zware verliezen toe te brengen. Maar, waarschuwt hij, in deze strategie heeft oorlog geen duidelijk eindpunt meer, omdat militaire actie niet langer wordt gebruikt om een stabiele politieke orde te creëren. „In plaats daarvan wordt oorlog de orde zelf.”
Het veranderen van het regime in Iran en het vernietigen van Hezbollah zijn acties met als doel om de veiligheid van Israël te waarborgen. De Australische genocidewetenschapper Dirk Moses van de City University of New York ontwikkelde het concept ‘permanente veiligheid’, dat goed op Israël toepasbaar is. Israël wil zijn inwoners, en bij uitbreiding het hele Joodse volk, permanente veiligheid bieden – en daarvoor moet alles wijken.
Het streven naar absolute veiligheid betekent ook dat Israël anticipeert op toekomstige bedreigingen. Dit maakt aanvallen op hele bevolkingsgroepen noodzakelijk, om te verhinderen dat er uit dat vijandige volk ooit opstandelingen tegen Israël voortkomen. Dit is volgens Moses ook de rationale achter de totale verwoesting van Gaza: dit moest ervoor zorgen dat Hamas nooit meer Israël kan bedreigen.
Veiligheid is altijd de hoogste prioriteit geweest voor alle Israëlische regeringen, zegt Moses. „Zogenaamd progressieve Israëlische regeringen hebben sinds eind jaren veertig etnische zuivering, collectieve bestraffing en land- en eigendomsdiefstal in de praktijk gebracht. Dit zijn de basisprincipes van elke koloniale staat: geen inheems volk geeft vrijwillig zijn land op.”
Een appartement in Tel Aviv wordt geïnspecteerd nadat het geraakt is bij een Iraanse raketaanval, waarbij twee doden vielen.
Het Israëlische leger bij de grens met het zuiden van Libanon.
De regering-Netanyahu heeft dit volgens Moses naar een „hoger, intensiever niveau” getild, door te pleiten voor permanente controle, de uitbreiding van nederzettingen en het verwerpen van het tijdelijke karakter van de bezetting op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. Deze aanpak is gericht op het actief hervormen van het Midden-Oosten.
In Libanon, zegt Moses, past Israël sinds 2024 de ‘Dahiya-doctrine’ toe: de massale vernietiging van infrastructuur en het vergiftigen van landbouwgrond om gebieden onbewoonbaar te maken. „Voorstanders prijzen dit als een manier om oorlogen te verkorten door de prijs voor de vijand ondraaglijk hoog te maken. Maar het schendt wel het beginsel van proportionaliteit in het humanitair oorlogsrecht.”
De Israëlische „hyperwaakzaamheid”, zoals Moses het noemt, is „inherent paranoïde”, en kan juist een onveilige situatie opleveren: als je iedereen als een potentiële doodsvijand behandelt, creëer je juist de bedreigingen die je wilde voorkomen. Hij ziet deze strategie als een „selffulfilling prophecy”: je escaleert oorlogen en radicaliseert vijanden, voor wie je vervolgens weer extra op je hoede moet zijn.
Een belangrijk onderdeel van de permanente veiligheidsstrategie is het fundamenteel destabiliseren en ontmantelen van buurlanden. Moses: „Dat is nu ook het doel in Iran: de staat verzwakken, meer nog dan het regime vervangen. Net als in Irak, Syrië en Libië na 2003. Dit is de chaosstrategie. Dat is slecht voor de stabiliteit in de wereld, maar in de ogen van Israëlische leiders goed voor Israël.”
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu spreekt in september 2025 de Verenigde Naties toe.
Zoals Henry Kissinger al in 1957 schreef: „Absolute veiligheid voor één macht betekent absolute onveiligheid voor alle anderen.”
Het idee om alles te controleren om totale veiligheid te bereiken, is volgens Moses hoogmoedig. „En hoogmoed komt voor de val, zou je denken. Maar dat gaat niet altijd op. Koloniale staten als de VS en Australië zijn erin geslaagd om de inheemse bevolking permanent te verdrijven.”
In Iran past Israël een kenmerkende methode toe: als je de vijandelijke leider geliquideerd hebt, en hij wordt vervangen, dan probeer je ook die vervanger zo snel mogelijk te doden. Hiermee hoopt Israël de vijand te desorganiseren en permanente schade aan te brengen aan zijn leiderschapscapaciteiten.
Vooral deze week sloeg Israël hard toe: dinsdag vermoordde het Ali Larijani van de Iraanse Nationale Veiligheidsraad en commandant Gholamreza Soleimani van de paramilitaire Basij-milities, woensdag minister Esmaeil Khatib (Inlichtingen). Volgens The Wall Street Journal gooide Israël al zo’n tienduizend bommen op leden van het regime, waarbij er ook „duizenden” zijn omgekomen.
Woensdag werden in Teheran twee kopstukken van het Iraanse regime begraven, Ali Larijani en Gholamreza Soleimani, die door Israël geliquideerd zijn.
De Israëlische minister Israel Katz (Defensie) zei dat hij het leger carte blanche gegeven heeft om Iraanse kopstukken te doden, of, in zijn woorden: „herhaaldelijk de kop van de octopus af te hakken en te voorkomen dat hij verder groeit”. Daarbij maakt Israël geen onderscheid tussen hardliners en meer gematigde vijandelijke leiders. Hierdoor reduceert Israël ook de kans om met de vijand tot een vergelijk te komen.
Volgens Israël verloopt de liquidatiecampagne succesvol: de Iraanse commandostructuur is verstoord en het moreel van de veiligheidstroepen ondermijnd. Ooggetuigen melden tegenover westerse media dat Iraanse veiligheidstroepen flink in paniek zijn. Het vervolgdoel zou zijn dat het regime zo verzwakt raakt dat het Iraanse volk het omver kan werpen. Zover is het nog niet.
Het liquideren van vijandelijke kopstukken is geen nieuwe methode. De afgelopen decennia deed Israël dit al met tal van leiders van vijandelijke milities.
Volgens de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi van de Columbia-universiteit in New York heeft de decennialange liquidatiecampagne tegen Palestijnse leiders erin geresulteerd dat de tweede of zelfs derde garnituur overbleef om de toch al gedecimeerde Palestijnse Autoriteit te besturen. De geliquideerde leiders, aldus Khalidi in zijn boek De honderdjarige oorlog tegen Palestina, behoorden tot de beste en meest effectieve; „door hun verlies bleven de Palestijnen achter met een minder dynamische en zwakkere organisatie”.
Maar aan deze strategie kleven ook risico’s. In The New York Times waarschuwt Ami Ayalon, oud-leider van de Israëlische inlichtingendienst Shin Bet, voor chaos als zijn land de Iraanse elites blijft uitdunnen. Daarbij verwijst hij naar Irak, dat na de eliminatie van het bewind van Saddam Hoessein decennialang vrijwel onbestuurbaar was.
Het militarisme en de bufferzones gaan hand in hand met een ideologisch doel van deze Israëlische regering: gebiedsuitbreiding. Met name Smotrich verklaart openlijk dat hij een zo groot mogelijk deel van de Westelijke Jordaanoever bij Israël wil trekken, Gaza opnieuw wil bezetten en Zuid-Syrië wil veroveren tot aan Damascus.
Smotrich is geen uitzondering; ook Netanyahu zelf voelt zich „zeer verbonden” met een ‘Groot-Israël’. De Likud-partij van de premier heeft historische wortels in een stroming van het zionisme die gebiedsuitbreiding verlangt. Zijn irredentisme – het streven naar annexatie van gebieden buiten het eigen grondgebied die bij het land ‘horen’ – is dus geen verrassing.
De maximalisten vinden dat het grondgebied voor het Joodse volk zich zou moeten uitstrekken van de Nijl tot de Eufraat. Een minder ruime opvatting van Groot-Israël is ‘Eretz Israël’. Dit eveneens op de Bijbel gebaseerde ‘Land van Israël’ omvat behalve Palestina ook delen van Syrië, Jordanië en Libanon.
Het gebied in Libanon dat Israël wil evacueren komt aardig overeen met het grondgebied van de twee noordelijkste bijbelse stammen van Israël: Asher en Naftali. Sommige zeloten vinden dat Israël daarom recht heeft op dit gebied.
Het innemen van andermans grondgebied is illegaal volgens het internationaal recht. Maar sinds de inname van het Oekraïense schiereiland de Krim door Vladimir Poetin, in 2014, heeft het recht van de sterkste aan terrein gewonnen. Dat geldt ook voor Israël, dat behalve Gaza stukjes Libanon en Syrië heeft ingenomen.
Een deel van de Groot-Israël-gedachte wordt al in de praktijk gebracht, constateert hoogleraar Moses. „Iedereen kan de voortschrijdende annexatie van de Westelijke Jordaanoever zien, in de vorm van apartheid die alle rechten aan Joden toekent en geen rechten aan Palestijnen, maar ook van meer dan de helft van Gaza, evenals Syrië.”
Dit patroon van „defensief imperialisme”, zoals Moses het noemt, is gebruikelijk in de wereldgeschiedenis: expansie in naam van veiligheid, waardoor nieuwe vijanden ontstaan en de drang tot verdere expansie wordt aangewakkerd. „Het is een intern gegenereerde dynamiek met Amerikaanse aanmoediging: denk aan de zegen van de Amerikaanse ambassadeur dat Israël zijn grenzen zou kunnen uitbreiden tot de bijbelse grenzen, die ook zijn buurlanden zouden omvatten.”
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet