Er gloort hoop voor Amerika. De 36-jarige Texaanse democraat en dominee James Talarico doet mee aan de Senaatsverkiezingen. Hij verzet zich als progressieve christen tegen het christelijk nationalisme. Het regende de afgelopen weken profielen en podcasts met en over hem. Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, werd Talarico door politiek commentator David French van The New York Times op het voetstuk gehesen, nadat French eerst, niet ongeestig, had geconstateerd dat hij inmiddels meer vragen krijgt over Talarico dan over Donald Trump.
Talarico zet de zachte religieuze krachten in tegen het haatdragende christelijk nationalisme. Recente onrust was er bijvoorbeeld onder Amerikaanse militairen die klagen over de bloeddorstige en apocalyptische retoriek van hun extreem-christelijke leiders. Talarico’s Jezus is vredelievend en beschermt de armen en de zieken. De fixatie van christelijk nationalisme op homoseksualiteit en abortus vindt Talarico idioot; in een podcast waarin mannen heel lang met andere mannen praten over de toestand in de wereld, dit keer in in The Ezra Klein Show, stelde hij met beroep op de Bijbel dat er bij abortus kennelijk geen goede omstandigheden waren voor de creatie van nieuw leven.
Ik zou er graag ironisch over schrijven, over hoe een fris geschoren man van het zeer gelovige soort een land komt redden, en over hoe dat zonder God, Jezus en bijbelse exegese kennelijk allemaal niet lukt. Maar dat gaat niet, want Talarico biedt op dit moment als progressieve christen inderdaad een mogelijke weg uit de autocratische ondergang van de Verenigde Staten. Ik heb het meteen maar gecheckt: Talarico’s vredelievende God houdt, behalve van mensen van kleur, vrouwen, homo’s en transgenders, ook van agnosten en atheïsten; hij is een voorstander van de scheiding van kerk en staat, en hij heeft ongelovigen ontmoet die meer „Christus-achtig” zijn dan sommige gelovigen, vertelde hij in weer een andere podcast waarin mannen heel lang met andere mannen praten over de toestand in de wereld (Politics War Room with James Carville and Al Hunt).
In een meeslepend essay in The Atlantic van januari kiest Hillary Clinton voor dezelfde lijn: niet de progressieve politiek, maar progressieve religie moet de koers van het land wijzigen. Clinton verdient wat mij betreft met terugwerkende kracht veel meer waardering; ze had het lef om zich te kandideren voor de presidentsverkiezingen in 2016. Ze kwam tegenover Trump te staan die haar keer op keer schoffeerde, terwijl de berichtgeving háár neerzette als ‘boze vrouw’ (ook de NOS deed daaraan mee). In haar essay keert Clinton zich tegen de „onchristelijke oorlog” op empathie die de christelijk nationalisten voeren.
Ik dacht ook meteen aan Elon Musks uitspraak dat empathie „de fundamentele zwakte van de Westerse beschaving is”, die hij overigens deed in een podcast waarin mannen heel lang met andere mannen over de toestand in de wereld praten (The Joe Rogan Experience). Clinton hamert op christelijke deugden en waarden en keert zich tegen de misogyne autocratie van Trump. Laat je niet wijs maken dat er zoiets bestaat als „toxische empathie”, schrijft ze, zoals ook enkele ultrarechtse christelijke vrouwen beweren die aanmoedigen je buren te haten in plaats van te omarmen. En ze werpt in haar essay een goede filosofische vraag op: „Can I really find empathy for people who insist on dehumanizing others?” Dat is een relevante vraag die de laatste tijd in Nederland ook opduikt in een andere variant: in hoeverre moet je als democraat met de ondemocratischen in gesprek blijven?
Door de hyperfocus op Amerika ,verliezen we soms de onderstroom, onze eigen portie oprukkend extremisme én christelijk nationalisme uit het oog. Het onlangs verschenen Freedom of Thought Report 2026 van Humanists International schetst een inktzwart beeld van een aantal Europese landen, zoals Hongarije. Orbáns extreemrechtse beleid verankert de bescherming van ‘de christelijke cultuur’ grondwettelijk, verbiedt Pride-marsen, staat gebruik van gezichtsherkenning toe om deelnemers te vervolgen, en maakt openbaar onderwijs religieus.
Ook in Nederland omarmt en kaapt (extreem-)rechts populisme het christendom, getuige bijvoorbeeld de opmars van FVD op de Bible Belt. En zoals het christendom gekaapt is door geradicaliseerde christenen, zo wordt in ons land de term ‘democratie’ gekaapt door bijvoorbeeld Forum voor Democratie of de Stichting Democratische Vernieuwing. De laatste stichting wil een „proefrechtszaak” voeren over „inheemse Nederlandse cultuur” die onder druk zou staan door de komst van migranten. Wie precies meetelt als ‘inheems’, en wat ‘cultuur’ is, blijft intussen een raadsel.
Inmiddels komt een ook hier een soortgelijke tegenbeweging op gang als in de Verenigde Staten, zoals De Linkse Kerk; me dunkt dat er ook liberale en rechtse christenen te vinden zijn die zich keren tegen het oprukkende christelijk-extremisme. Alle ogen op Talarico en Clinton, om te zien of hun omarming van waarden als gelijkwaardigheid, empathie en diversiteit het tij kan keren. De waarden worden door hen christelijk ingekleurd, wat mij betreft zijn ze ook universeel, seculier, en humanistisch. Mijn steun hebben ze.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet