Beeldcultuur AI kan fundamentele gevolgen hebben voor de bestaande verhoudingen tussen mannen en vrouwen, die al verontrustende vormen aannemen, schrijft Maartje Laterveer.
Laatst keek ik met mijn dochter naar Grease. Een klassieker die mijn meisjestijd vormde. Ik kende alle liedjes, ik wilde knap zijn als Sandy, ik wás zelfs Sandy in een balletvoorstelling. Halverwege merkte ik iets op wat me nooit eerder was opgevallen. Ik keek naar haar billen. Ik keek omdat de camera erop inzoomde, maar ook, besefte ik, uit gewoonte. Zodra een vrouw in beeld komt, kijk ik naar haar lichaam en beoordeel ik het, vergelijk het met het mijne. Het gebeurt onwillekeurig, in een nanoseconde – maar het gebeurt. En ik zag nog iets: Sandy verandert. Haar kleren, haar haar, haar houding, alles wordt strakker, sexyer, voor Danny. Hij verandert niet.
Ik keek opzij naar mijn dochter en vroeg me af wat zij ziet, en wat niet.
Maartje Laterveer is journalist, schrijver en consultant.
Ik ben opgegroeid met Grease, met reclames en tijdschriften die me leerden hoe ik eruit moest zien. Zonder dat ik het doorhad, adopteerde ik een blik die vrouwen reduceert tot objecten om te beoordelen. Het werd de blik waarmee ik onbewust naar andere vrouwen keek, maar ook naar mezelf.
Mijn dochter (15) groeit op met Instagram en TikTok. Onderzoek naar gebruik van Instagram en TikTok onder meisjes laat zien dat het bekijken van foto’s van leeftijdsgenoten en influencers leidt tot meer lichaamsontevredenheid en internalisering van een schoonheidsideaal dat een dun lichaam als norm stelt.
Jongens zijn evenmin immuun: objectiverende beelden van vrouwen leiden bij hen tot stereotiepe ideeën, minder empathie en meer seksistische opvattingen. Meisjes leren zichzelf te zien als object; jongens leren vrouwen te zien als lichamen om te beoordelen, te begeren of te veroveren.
Tot zover niets nieuws. Dit is de ‘male gaze’ die al van jongs af aan in ons brein wordt geïnstalleerd door films, reclames en media, alleen dan versneld door sociale media. Maar nu is daar AI, en dat dreigt een fundamentele verandering te brengen. Als we niet ingrijpen, wordt de mannelijke blik in ons onderbewustzijn verankerd als de neutrale standaard. Dit heeft mogelijk onomkeerbare gevolgen, voor het zelfbeeld van vrouwen én de machtsverhoudingen tussen seksen.
Zoals de topman van Anthropics, de grootste concurrent van OpenAI, Dario Amodei schrijft in zijn essay The Adolescence of Technology zullen we een periode in gaan die zal testen wie we zijn als mensen. Ik zou zeggen: AI laat al zien wie we zijn. Vraag AI een beeld van een vrouw te creëren en de kans is groot dat er een plaatje uitrolt van een vrouw die aantrekkelijk is volgens conventionele normen: jong, slank, met een subtiel decolleté, een vlekkeloze huid, veel huid ook, een ontwapenende glimlach en fijne, delicate trekken. Vraag AI om een man en je krijgt een man die sterk oogt, zelfverzekerd, tikje dominant en volledig gekleed. Oftewel: de vrouw wordt gepresenteerd als een object dat dient ter decoratie, begeerte en uiterlijke beoordeling; de man als een autonoom subject.
Deze twee beelden zijn niet zomaar een zoveelste bewijs van de ‘male gaze’. Waar die laatste nog wordt gecreëerd door mensen die aan knoppen zitten, beelden kiezen en bewerken, is AI een autonoom denkend niet-menselijk orgaan dat op afroep deze dubbele standaard levert. Idem met beroepen. Vraag om een beeld van een arts, president of sporter en je krijgt een man. Vraag om een beeld van een ouder, leerkracht of verpleger en je krijgt een vrouw.
AI doet dit niet omdat ze zo is ontworpen. De beeldgeneratoren produceren op basis van data op het internet en maakt op basis hiervan een inschatting van een vrouw is, wat een man, een arts, et cetera. In die zin zouden we AI kunnen zien als een spiegel van onze samenleving. Wie goed kijkt, ziet een patriarchaal onderbewustzijn, dat op individueel niveau dicteert hoe wij elkaar en onszelf percipiëren, en op collectief niveau bepaalt welke normen en verwachtingen de maatschappij voor ons heeft – met gender als grote machtsfactor. En als we AI haar gang laten gaan, dan zal ze dit onderbewustzijn in rap tempo nog dieper verankeren in onze individuele identiteit en onze collectieve structuren en systemen.
Nu al heeft de ‘male gaze’ aantoonbare invloed op onze identiteitsvorming. Doordat vrouwen zichzelf leren zien door een externe, oordelende lens zijn ze vatbaar voor chronische controle van hun lichaam, internalisering van dwingende schoonheidsnormen en schaamte. Onderzoek bevestigt dat vrouwen hun identiteit steeds meer vormen rondom hun uiterlijk, én dat uiterlijk vooral voor hen van steeds groter belang is geworden voor persoonlijk en professioneel succes – een ontwikkeling die door Photoshop en de botox-industrie de afgelopen decennia een vlucht heeft genomen. Je kunt je voorstellen wat dit doet met het welzijn van vrouwen, maar ook met de machtsverhoudingen in onze samenleving. Als het vrouwelijk uiterlijk als sociaal kapitaal geldt en afhankelijk is van mannelijke normen, tekent zich op alle niveaus een steeds sterkere genderhiërarchie af.
Waar Photoshop echter nog gebruikmaakt van bestaande mensen, creëert AI geheel nieuwe lichamen. Deze zijn jonger, gladder en sexyer dan welk menselijk lichaam ooit kan zijn, inclusief wespentaille, volle borsten en billen, hoge jukbeenderen en de eeuwige jeugd. En dat keer op keer. Het algoritme immers kent geen beter alternatief, want het is gevoed door internetbeelden die zijn doordrenkt van de mannelijke blik. De lat verschuift zo van menselijke perfectie naar perfect onmenselijk. Hoe meer beelden je brein te verwerken krijgt van kunstmatige perfectie, hoe meer je onbewust denkt: dit is hoe een vrouw eruitziet. En als vrouw: dit is hoe ik eruit moet zien om goed genoeg te zijn. Een goudmijn voor plastisch chirurgen, een nachtmerrie voor normale vrouwen van vlees en bloed.
Daarbij beperkt het gebruik van AI zich in tegenstelling tot Photoshop niet tot een esthetische context, maar wordt ze gebruikt in een veel breder kader. In het onderwijs creëren AI-tools bijvoorbeeld lesmateriaal dat meisjes vaker naar ‘zorgende’ rollen sturen als verpleegster of leraar, en jongens naar technische beroepen zoals arts of ingenieur. Het College voor de Rechten van de Mens waarschuwde daarom in 2024 al dat AI-leersystemen genderstereotypen versterken door oefenstof aan te passen op ‘typisch’ meisjes- en jongensgedrag. In professionele interfaces als hr-systemen en stockfotografie produceert AI dezelfde hiërarchie: vrouwen als ondersteunend (met decolleté en glimlach), mannen in een leidende rol (met pak en een uitstraling van gezag en autoriteit). Onderzoek van de Hogeschool Rotterdam vond ook dat wervingsalgoritmen vrouwen minder vaak aan goedbetaalde banen koppelen. Hetzelfde onderzoek toonde aan dat AI-applicaties als chatbots en virtuele assistenten vrouwelijke stereotypen bevestigen.
Ook in de politiek duikt AI op. In de VS werd Kamala Harris in campagnes van Donald Trump gereduceerd tot AI-karikatuur van een hysterische vrouw, in pogingen haar weg te zetten als overdreven emotioneel en niet serieus te nemen. Ook in Europa duiken de stereotyperende AI-beelden op onder rechts-populisten. Denk aan de AI-beelden die de PVV deelde op sociale media van knappe blonde vrouwen als stralend middelpunt van het ideale gezin, of als doelwit voor zogenaamd agressieve migranten. In Duitsland gebruikte de AfD AI-gegenereerde video’s van ‘traditionele Duitse moeders’ versus migranten. De Europese digitale waakhond EDMO vond vergelijkbare beelden in andere landen, zoals Ierland, Frankrijk en Polen. Deze beelden versterken traditionele rolpatronen en witte superioriteit.
Hand in hand hiermee gaat de manosphere, de online community’s rond mannelijke influencers die misogynie als norm verspreiden. Binnen deze kringen wordt AI bovengemiddeld vaak gebruikt om deepfake-porno te maken en ander beeldmateriaal dat vrouwen denigrerend of als lustobject afbeeldt. Als we nu al weten dat blootstelling aan stereotiepe beelden leiden tot minder empathie en meer seksisme onder jonge mannen, is het wachten op een generatie mannen die zich superieur waant aan vrouwen en hen bovendien niet alleen zíét als object, maar zich ook gerechtigd voelt hen als zodanig te behandelen.
Dit heeft fundamentele gevolgen voor de bestaande verhoudingen tussen mannen en vrouwen, die zoals gezegd al verontrustende vormen aannemen. Het raakt ook het welzijn en de autonomie van vrouwen én mannen. Vrouwen raken nog verder vervreemd van zichzelf en hun lichaam. Mannen leren dat mannelijkheid draait om het domineren van vrouwen, en verliezen zo het vermogen tot kwetsbare, gelijkwaardige relaties. En beide seksen worden nog dieper geconditioneerd in hun verlangens. Nu al heeft de beeldcultuur onmerkbaar een bepalende invloed op onze seksuele en romantische voorkeuren; met AI die deze cultuur overneemt en institutionaliseert, wordt dat alleen maar sterker en onontkoombaar.
Hierin ligt ook een kans. Als we de ‘male gaze’ hebben aangeleerd, dan kunnen we deze ook ontleren. Hetzelfde geldt voor AI. In antwoord op neutrale prompts levert ze stereotyperende beelden, omdat ze niet anders kent. Maar als we proactief andere prompts erin stoppen, zoals een vrouwelijke president, een oudere vrouw met rimpels en een wijde coltrui, een mannelijke basisschooldocent, een mannelijke verpleger, een meisje dat met kapotte knieën uit een boom springt en een jongen die met de poppen speelt, dan zal AI een andere kant op bewegen.
Maar de oplossing ligt natuurlijk niet alleen bij betere prompts. We hebben een breder debat nodig over wat we als ‘normaal’ accepteren, zeker nu de oprukkende manosphere en het rechts-populisme het patriarchaat in volle glorie dreigen te herstellen.
We hebben nog een keuze, en in die zin stelt AI ons op de proef. Wij vragen, AI draait. Vooralsnog althans. In Silicon Valley wordt gewaarschuwd dat AI binnen een paar jaar voor zichzelf zal denken, en dan hebben we deze keuze niet meer. Dat stelt ons niet zozeer voor de vraag wie we zijn als mensheid, maar wie wíllen we zijn? Willen we vrij en gelijkwaardig zijn aan elkaar, of willen we nog dieper in de patriarchale rabbit hole duiken? Als vrouw weet ik het wel. En als man zou ik het ook wel weten.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren