De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: waarom krijg ik meer schokken als ik iets aanraak dan mensen in mijn omgeving?
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Pats! Dat was de deurknop. En nog eens pats. De keukenkraan. Pats, pats en pats. Autoportier, geliefde en (sorry, sorry, sorry) de kat. Er zijn van die dagen dat statische schokken in het rond vliegen als pepernoten begin december. Maar misschien zijn sommige mensen ook gewoon gevoeliger voor statische elektriciteit dan anderen. Lezer Marianne Thiry observeert dat zij meer schokken krijgt (of uitdeelt) dan mensen in haar omgeving. Hoe kan dat, wil zij weten.
Statische elektriciteit ontstaat als elektrische lading zich ergens ophoopt zonder dat die kan wegstromen. Als dat gebeurt in een wolk, krijg je een onweersbui. Als je eigen lichaam statisch geladen raakt, krijg je schokjes. Volstrekt ongevaarlijk, maar na een tijdje, bijvoorbeeld tijdens droge perioden in de winter, als lading minder makkelijk wegvloeit, waardoor je langer statisch geladen blijft, wordt het stomvervelend.
In de loop van een dag doet een mens allerlei dingen waardoor statische lading zich opbouwt: je zit met een wollen of kunststof trui op een bureaustoel stukjes te tikken naast de centrale verwarming, of anders bij de airco. Je staat eens op, je ijsbeert op je rubberzolen over het tapijt in de kantoortuin en dan ga je weer zitten. Je kamt je haar. Enzovoort.
Al die activiteiten leiden ertoe dat je geladen raakt met statische elektriciteit. Zodra je een ongeladen voorwerp aanraakt, denk aan de kraan in de koffiehoek of een metalen deurklink, springen de verzamelde elektronen over, en dat voel, hoor en zie je.
Cruciaal in deze modelversie van een werkdag is dat de ‘batterij’ waarin de lading wordt opgeslagen, het menselijk lichaam dus, altijd min of meer dezelfde grootte en samenstelling heeft: globaal tussen de 70 en 90 kilo, waarvan zo’n 90 procent water. Dat betekent dat de elektrische capaciteit, zeg maar: het vermogen om lading op te slaan, altijd een vergelijkbare orde van grootte heeft. Dat laatste maakt het onwaarschijnlijk dat iemand op basis van individuele fysieke eigenschappen meer statisch geladen raakt en dus meer of grotere schokken krijgt.
Andere factoren – de luchtvochtigheid in huis, het soort kleding en het schoeisel dat je draagt, hoeveel je beweegt en zelfs de samenstelling van het tapijt – hebben allemaal een veel grotere invloed op de lading.
Dat betekent dat je zelf allerlei dingen kunt doen om te zorgen dat je niet of in elk geval minder statisch geladen raakt. Vermijd synthetische kleding en (tot op zekere hoogte) wol en draag geen schoenen met rubberen zolen. Minder praktisch, zeker als je op een kantoor werkt: vervang het synthetisch tapijt en de bureaustoelen en verhoog de luchtvochtigheid. Als dat allemaal nóg niet werkt, kun je ook nog de metalen deurkrukken vervangen door kunststof of hout. Of je kunt accepteren dat je nu en dan een schok oploopt.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant