Wat zijn dit voor vragen? 11 dilemma’s voor Nisrine Mbarki Ben Ayad (48), de nieuwe Dichter der Nederlanden. ‘Hier was ik al bang voor, dat ik moet kiezen en denk: ik wil helemaal niet kiezen.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Schaduw of schijnwerpers?
‘Schaduw. Dat is geen kwestie van verlegenheid. Ik voel me comfortabeler in de stilte, waar ik me niet hoef te verhouden tot de ander, geen opinie hoef te hebben. Mijn atelier is een soort heilige plek. Waar alles wat ik ben, mag zijn. Zonder verantwoording, zonder te moeten uitleggen hoe het zit. Zonder de buitenwereld die meekijkt en mij in een kader wil plaatsen.
‘Dichter der Nederlanden is een publieke functie, dus ik zal me daartoe moeten verhouden. Zodra je in de schijnwerpers staat, gaat het snel om je persoon, om iets wat je representeert of zou moeten representeren. Dat wil ik niet. Wat ik maak, mag wel in de schijnwerpers.’
Babs Gons of Nisrine Mbarki?
‘Zonder Babs Gons (de vorige Dichter der Nederlanden, red. ) geen Nisrine Mbarki. Punt.’
Oeverloos of Kookpunt?
‘Voor mij is Kookpunt, mijn verhalenbundel, het logische gevolg van mijn dichtbundel Oeverloos. En daarvoor was er een theatertekst, Club Paradis. En daar weer voor en tussen waren zeven bundels vertaalde poëzie. Het ene volgt het andere.
‘Hier was ik al bang voor, dat ik moet kiezen en denk: ik wil helemaal niet kiezen. Het is voor mij nooit ‘of of’, het is altijd ‘en en’.’
‘Als het moet, dan kies ik Oeverloos, omdat ik me heel erg thuis voel in poëzie. Poëzie is het genre dat mij de meeste vrijheid geeft om los te komen van literaire regels en conventies. In essentie geloof ik niet in het scheiden van genres. Als ik aan het schrijven ben, weet ik vaak nog niet wat het wordt: een verhaal, een monoloog of een gedicht. De inhoud bepaalt de vorm, niet andersom.
‘In mijn poëzie zitten elementen van andere genres. Mijn poëzie kan heel prozaïsch zijn. Bepaalde gedichten zijn bijna een verhaal. Personages uit andere verhalen duiken op in mijn poëzie. Mijn verhalenbundel Kookpunt is ook poëtisch en meertalig, en dat zijn mijn theaterteksten ook.’
Nisrine Mbarki of Nisrine Mbarki Ben Ayad?
‘Ben Ayad erbij. In Marokko noemt iedereen mijn familie Ben Ayad. Dat vond ik fascinerend, want in mijn paspoort staat alleen Mbarki en dat geldt voor al m’n familieleden. Ik wist dat Mbarki Ben Ayad de achternaam van mijn grootvader was, maar ergens in de jaren vijftig is in het namenregistratiesysteem alleen ‘Mbarki’ overgebleven.
‘Vlak voordat Kookpunt in 2025 verscheen, stuurde mijn vader me een foto van de grafsteen van mijn opa. Daarop stond Mbarki Ben Ayad. Een geschreven bewijs, daar wachtte ik op. Toen heb ik de hele naam bij mijn boek gebruikt. Ik heb nu de geboorteakte van mijn grootvader opgevraagd. Als het daarin staat, ga ik het ook justitieel laten aanpassen.’
Geschiedenis of actualiteit?
‘Geschiedenis. Zonder geschiedenis zou ik niet zijn wie ik ben. Zonder mijn voorgangers, alle schrijvers en literatuur, zou mijn poëzie niet zijn wat het is.
‘Actualiteit in de zin van nieuws is vluchtig, een soort fractie van wat werkelijk is, daar kan ik me niet aan relateren. Wat er op de wereld gebeurt, raakt me. Dat zou ik eerder engagement noemen.
‘Als Dichter der Nederlanden zal ik niet direct over actuele gebeurtenissen dichten. Gebeurtenissen zijn meer een vonk voor een start van een gedicht. Dat kan zijn wat er nu in Teheran of Gaza gebeurt, maar ook dat de lynx, die een jaar of vier geleden van Duitsland naar België is overgestoken, nu ook in Limburg is gespot en dat ze pups heeft. Dat lijkt niks, maar zegt veel over de staat van de natuur die enerzijds wordt afgebroken, maar tegelijkertijd vinden dat soort dieren hun weg weer terug, zelfs naar ons aangeharkte land.
‘In mijn poëzie zul je nooit namen van machthebbers of regimes treffen. Ik hecht aan schoonheid en geluk van de mensheid. Het zijn mijn woorden, ze kleven aan mij en ik geloof in de kracht van woorden. Dus ik kies zeer nauwkeurig.’
Moeder of grootmoeder?
‘Grootmoeder. Ik ben deels door mijn grootmoeder opgevoed, die ik als moeder beschouw. Ik noem mijn grootmoeder ook ‘inna’, wat moeder betekent. Moederschap is voor mij niet gebonden aan één vrouw. Moederschap kan door zoveel mensen in je leven worden vervuld – mijn tantes, mijn beste vriendin die 40 jaar ouder was.
‘Ik ben geboren in Tilburg, waar ik woonde met mijn vader, moeder en broertje. Na de kleuterschool heb ik 6 jaar in Agadir gewoond, bij mijn grootmoeder. Ik zie ‘thuis’ ook niet als plek. De mensen om me heen, vooral vrouwen, die ervoor zorgen dat een kind, een mens, zich veilig en geborgen voelt, zijn voor mij thuis.
Moedertaal of meertalig?
‘Meertalig. Thuis spraken we Nederlands en Marokkaans-Arabisch, Darija, maar dat is mijn vadertaal. Mijn moeders taal is Tasjelhit, een variant van Tamazight, maar dat heeft ze nooit met ons gesproken. Ik leerde het pas in Marokko, omdat het de taal was die mijn oma sprak. Mijn tantes studeerden aan de universiteit, die spraken Frans en op school leerden we klassiek Arabisch. Dat was hoe ik opgroeide. Niets aan mij is eentalig.
‘Al die talen gaven mij toegang tot een nieuwe wereld die zoveel groter was dan daarvoor. In welke taal droom je, vragen mensen weleens. In al mijn talen natuurlijk! Een meertalig brein schakelt vanzelf, dat is geen keuze. In mijn gedichten en verhalen laat ik die meertaligheid toe.
‘Toen ik op m’n 12de terugkwam, was ik het Nederlands verleerd. Ik sprak vier talen, maar kon niet meer met mijn vriendjes en vriendinnetjes praten. Na een half jaar was het Nederlands terug. Wonderbaarlijk hoe dat werkt.
‘Ik heb moeite met het woord moedertaal. Moeders kunnen hun taal niet altijd tegen hun kinderen spreken. Veel talen zijn niet overgedragen of doorgegeven, omdat het niet kon of mocht.
‘In Nederland hebben we geen complexe verhouding met taal. We zijn nooit gekoloniseerd geweest, onze taal is ons nooit afgenomen, is nooit verboden geweest. Frans is de tweede taal van Marokko, maar ook de koloniale taal. Daarom hebben sommige mensen een afkeer van Frans. Ik heb vrienden die het weigeren te spreken. En ik begrijp dat.’
Ontworteld of geborgen?
‘Volledig geborgen. Ik ben hier geboren en getogen en ben bijna 50. Ik ben een kind van dit land en draag de werelden en talen van mijn ouders, grootouders en overgrootouders mee. Ik geloof niet in ‘half’, ik ben niet gespleten. Ik ben alles 100 procent, Nederlander, Europeaan, Maghrebijn, Afrikaan, Brabander, Amsterdammer, Arabier.’
‘Ik vind ‘ontworteld’ een nare metafoor. Als je een boom ontwortelt, sterft een boom. Ontwortelen betekent de wortels afsnijden, dat is iets heel anders dan de boom met wortels uitgraven en planten in een ander gebied, in de hoop dat-ie daar weer wortel schiet.
‘Als ik de metafoor moet gebruiken: misschien draag ik mijn wortels gewoon altijd mee. Ik kan op veel plekken op de wereld aarden, denk ik. Vorig jaar was ik in Finland voor een festival en ik dacht: ik zou best kunnen blijven.’
Fantasie of werkelijkheid?
‘Werkelijkheid, omdat alles daar al in zit. Ik sta midden in de realiteit, maar ik ervaar het imaginaire, het bovennatuurlijke en een droomwereld als een groot deel van mijn zijn. Wie bepaalt dat dat geen werkelijkheid is?’
Veroordelen of verwonderen?
‘Verwonderen. Zolang je je verwondert, blijft er een soort kind in je leven. Oordelen maken alles zwart-wit, goed of fout. Ook bij engagement kun je kiezen voor de route van verwondering. Ik draag altijd een koloniaal historisch bewustzijn mee, omdat ik daar een product van ben. Dat zijn heel veel mensen. We zijn producten van een gewelddadige geschiedenis. Daarvoor hoeven we geen daders en slachtoffers aan te wijzen, het is een gegeven. Ik ben een kind van hier, omdat jullie daar waren.
‘Het is een pijnlijke, heftige geschiedenis, maar als ik mij verwonder, ook over dingen die heftig zijn, opent dat mijn geest, biedt het me de kans om menselijkheid of schoonheid te zien. De ander niet meer als mens kunnen zien, is het ergste wat er wat mij betreft kan gebeuren.’
Safae el Khannoussi of Julio Cortázar?
‘Nee, ik wil niet kiezen. Ze zijn onvergelijkbaar. Cortázar heeft mij gevormd, als puber en student. Julio Cortázar schrijft surrealistische verhalen, die heel erg gegrond zijn in de realiteit, tot ze een afslag nemen en helemaal ontsporen. Dat vind ik een gouden combinatie. Hij heeft een verhaal over een man die verandert in een axolotl, een klassiek metamorfoseverhaal. Veel mensen denken dan aan Kafka, ik aan Cortázar. Ik heb het honderden keren gelezen. Die axolotl was 20 jaar lang mijn maatje.
‘Safae is me ongelooflijk dierbaar. Als schrijver én als mens, dus ik moet Safae kiezen. Ik heb haar eerder mijn zusje genoemd, en dat is ze. Wij zitten allebei bij Pluim. Zij schreef Oroppa, terwijl ik Kookpunt schreef, zonder van elkaar te weten wat we precies schreven. Toen ik het las, dacht ik: ongelooflijk.
‘Safae toont de werkelijkheid vanuit de blik van de gekleurde meerderheid in grote Europese steden. Het perspectief in Oroppa is vanuit ‘de marge’ genoemd, maar kleur is niet de marge, het is een meerderheid. Terwijl het dominante literaire perspectief nog altijd wit is. Met haar roman hebben we in het Nederlands taalgebied eindelijk een grote fantastische roman over het Europese continent, zoals het nu is.‘
1977 geboren op 16 november in Tilburg
1983-1989 woont bij grootouders in Agadir, Marokko
1990 terug naar Tilburg
1997-2005 HKU theater, writing for performance
2001-2020 docent, programmamaker, artistiek leider, literair vertaler, publicaties (jeugd)poëzie in literaire tijdschriften en bloemlezingen
2019 Club Paradis, theatertekst
2022 Oeverloos, poëziebundel
2023-2025 master vertaalwetenschappen, UvA
2025 Kookpunt, debuutroman
2026-2028 Dichter der Nederlanden
Nisrine woont met haar volwassen zoon in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant