Europa Met toenemende geopolitieke spanningen kan Europa veel leren van het Japan van de negentiende eeuw, schrijft Mark Thiessen. Wankelt de orde waar je lang op hebt vertrouwd, dan biedt dat ook een kans radicaal keuzes te maken die we lang voor ons hebben uitgeschoven.
Het is niet helemaal duidelijk op welk uur van de dag de schepen van commodore Matthew Perry de baai van Edo invoeren, het was ergens in de middag van 8 juli 1853, in het volle daglicht. We weten wel welke indruk de vier schepen maakten. De Japanners werden ruw wakker geschud uit hun zelfgekozen afzondering. Ze noemden Perry’s vloot de zwarte schepen, door de donkere kleuren van de boegen en de zwarte rookwolken die de door kolen aangedreven kanonneerboten uitpuften. En misschien ook door de onheilspellende boodschap die de Amerikaanse schepen met zich meebrachten: jullie zijn soeverein zo lang wij dat toestaan.
Mark Thiessen is historicus, mede-oprichter van actiegroep Voor Ons Nederland (VON) en columnist in EWmagazine.
Tot dan was Japan nagenoeg afgesloten geweest voor Westerse landen. Zo nu en dan werd het de Japanners duidelijk dat de Europeanen hen op technologisch vlak ver voorbij waren gestreefd. Bijvoorbeeld door contacten met Nederlanders in de enige toegestane Europese handelspost in Deshima. De missie van Perry was erop gericht Japan open te breken voor Amerikaanse belangen: voor handel, een diplomatieke post en bevoorrading van Amerikaanse schepen.
Zijn vloot voer in gesloten formatie de Edo-baai binnen, de kanonnen goed zichtbaar. Perry kwam niet om te onderhandelen. Hij bezorgde een brief van de Amerikaanse president Fillmore, waarin geëist werd dat Japan zich voor de Amerikanen openstelde en maakte daarmee een eind aan eeuwen afzondering. Perry hoefde geen schot te lossen. Het simpele feit dat hij dat had kunnen doen, was voldoende om de Japanse orde te ontregelen.
Een orde die ineens wankelt. Een land dat wordt wakker geschud door naakt machtsvertoon. Ik moest denken aan Perry’s zwarte schepen toen ik begin 2025 de Amerikaanse vice-president JD Vance Europese leiders hoorde vermanen op de veiligheidsconferentie in München. Inmiddels stapelen de wake-up calls zich op. Venezuela. Groenland. Tarieven. Iran. Schip na schip dient zich aan voor de kusten van Europa. Europa staat op snooze: na iedere wekbeurt, vallen we weer in slaap. Om bij de volgende weer wakker te schrikken.
Japan werd aan de vooravond van Perry’s zwarte schepen bestuurd door de oude Tokugawa-orde – een gesloten en vastgeroeste elite – en leek in meerdere opzichten op ons Europa. Het land was technologisch achterop geraakt. Politiek gezien zat het vast in een oud feodaal systeem. Waar de macht lag, was onduidelijk, die was verdeeld. Het land functioneerde alsof de wereld nog hetzelfde was als eeuwen geleden. Japan zag zichzelf als moreel superieur. Het hield vast aan oude tradities, ook op militair gebied. Zo was Japan in 1853 vervreemd van de werkelijke wereld en zonder de machtsbasis om nog lang aan die vervreemding vast te houden.
Het bezoek van Perry aan Edo zorgde uiteindelijk voor de Japanse Meiji-restauratie. Het was een tijdperk waarin Japan zich met een laser-focus richtte op modernisering en waar het sterker dan ooit uit kwam. De hervormers zagen dat ze moesten veranderen om hetzelfde te blijven. Ze stelden zich de vraag: hoe kunnen we Japans blijven in een wereld die op het punt staat ons te verorberen?
De Japanse strategie in de decennia van de Meiji-restauratie was ongeveer als volgt. Dump het oude Tokugawa-shogunaat en de samoerai-klasse. Onderga de vernederingen, zo lang dat nodig is. Pas de structuren van de oude Tokugawa-orde rücksichtslos aan. Centraliseer de macht. Haal buitenlandse kennis in huis. Investeer in nieuwe technologieën en maak je daardoor sterker en onafhankelijker. Moderniseer instituties en durf ze eerst af te breken voordat je ze weer opbouwt.
En gooi uiteindelijk de poorten weer open, wanneer je sterk genoeg bent. In 1904-1905 was Japan het eerste niet-Westerse land dat een Europese grootmacht – Rusland – versloeg in een moderne, industriële oorlog.
De zwarte schepen staan symbool voor het moment waarop Japan ontwaakte. Perry onthulde een realiteit die Japan al te lang had ontkend. De Meiji-restauratie was een poging Japanse waarden te redden door radicale modernisering.
Het is onmogelijk om de parallellen met Europa in 2026 niet te zien. De zwarte schepen zijn in onze havens aangemeerd. We moeten die schepen niet zien als een onwelkome verstoring van onze orde, maar als een oproep tot actie.
Europa is afgesloten geweest, net als Japan destijds. Niet letterlijk, maar doordat anderen op cruciale terreinen ons werk voor ons deden. Nu staan we aan de vooravond van ons eigen verval of onze eigen restauratie. De Japanners hadden decennia. Europa moet het sneller doen. Zoals Yasha Mounk schreef: „You shape history, or history shapes you.”
En hoe onze tijd en context ook verschilt van het negentiende-eeuwse Japan, we kunnen leren van de Meiji-hervormers. Daarbij is het belangrijk ook de donkere kanten te erkennen. De Meiji-restauratie maakte ook slachtoffers. De samoerai-klasse werd vernietigd, boeren verarmden. Opstanden werden neergeslagen. Japan werd geen democratie, maar een ultra-nationalistische militaristische staat.
Maar wat de Meiji-restauratie liet zien, is dat het mogelijk is om vanuit een positie van afhankelijkheid en achterstand een voorheen dominante beschaving weer te laten verrijzen, met behoud van haar belangrijkste waarden – zoals de bushido-waarden van de samoerai. Voor Europa zijn die waarden anders dan in het negentiende-eeuwse Japan. Voor ons zijn dat waarden waar Europese consensus op gevonden kan worden, zoals vooruitgang, vrijheid, gelijkheid.
Het startpunt van de Europese restauratie is om die waarden centraal te stellen. Alles dat we doen, staat in het teken van het behouden en versterken van wat we belangrijk vinden en wat we zonder verandering in de veranderde wereld zullen kwijtraken.
In deze context betekent restauratie het erkennen dat iets wezenlijks beschadigd is geraakt en niet vanzelf herstelt. Geen terugkeer naar het verleden, maar het herstellen van wat ons ooit kracht gaf en dat gebruiken om onszelf te vernieuwen. Niet voorzichtig repareren, maar rücksichtslos aanpassen waar dat nodig is om weer sterk te zijn voor de komende decennia.
Wanneer de wereld verandert en je wil niet achterop raken, dan verander je mee. Europa is nog sterk genoeg om dat op eigen voorwaarden te doen. Maar het zal pijnlijk worden. Het is zoals het beroemde citaat uit De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa: „Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.”
Vrijwel iedereen is het erover eens dat de Europese Unie een machtig blok moet worden, maar er is verdeeldheid over hoe dat te bereiken. En soms ook angst voor de grootte van de uitdaging die voor ons ligt. De bestaande EU-structuur staat vernieuwing in de weg: oude discussies, veto’s en nationale reflexen maken het moeilijker om haar fundamenteel te hervormen.
Tegelijk heeft Europa een groot voordeel: een verleden van vrijheid, durf, handel, vooruitgang en sterke instituties. Ons vermogen om de toekomst te vormen is niet verdwenen, maar ondergesneeuwd geraakt door het slaaplied van welvaart en gevestigde belangen. En Europa is sterker dan menigeen denkt. Europa is rijk, hoogopgeleid, en technologisch geavanceerd. De paradox van Europa is niet dat het te klein is om een rol te spelen in de wereld, maar dat het groot genoeg is om dat te doen en het toch nalaat.
Wie kijkt naar de Meiji-restauratie ziet een aantal duidelijke principes voor verandering. Verandering met behoud van waarden staat centraal en mag nooit uit het oog worden verloren. Wanneer gevestigde belangen in de weg staan, dan moeten die belangen schuiven. Anders gijzelen die belangen de politiek en dat staat verandering in de weg. Er moet afscheid genomen worden van wat niet werkt. Dat betekent soms in het geheel met iets stoppen en om bij bestaande systemen en structuren – zoals besluitvorming in de EU – de vraag te stellen: als dit er nog niet was, hoe zouden we het dan vanaf nul opbouwen?
Naar besluitvorming en politieke structuur van de EU moet kritisch gekeken worden. Europa moet weer gaan leiden, maar de grote vraag is: wie leidt Europa? De les uit Japan in de negentiende eeuw was dat te veel gedecentraliseerde macht verandering tegenhoudt. Dat kan meer decentralisatie van macht naar het Europese niveau betekenen. Maar altijd met behoud van wat Europa sterk maakt: een mate van concurrentie tussen landen en regio’s.
Op technologisch gebied zijn radicale keuzes nodig. Japan investeerde enorm in het vergaren van kennis over wetenschap en productie, met als doel zelf in staat te zijn om de modernste technologieën te beheersen en in te zetten. Europa zwabbert op dit gebied. Er moet worden ingezien dat niet-Europese technologiebedrijven zich simpelweg niet laten reguleren en een eigen agenda hebben. Met als belangrijkste voorbeeld de Amerikaanse en Chinese sociale media- en techgiganten. De radicale keuze is dan om die bedrijven de toegang tot Europa te ontzeggen en eigen alternatieven te ontwikkelen.
We zullen dat soort radicale keuzes de komende jaren vaker tegenkomen. De les leert dat Europa ze nooit meteen frontaal adresseert. Er wordt een tijdje omheen gedanst. Het echte probleem ontkend. Een technocratische oplossing gezocht. Uitstel gecreëerd. Dat is de route naar verdere afhankelijkheid.
Het is niet de route die de negentiende-eeuwse Japanners kozen. Zij durfden alles ter discussie te stellen. Japan keerde eerst naar binnen, veranderde zichzelf en trad toen als grootmacht naar buiten. Voor Europa is hetzelfde mogelijk. Verandering met behoud van onafhankelijkheid en van wat ons uniek maakt. Het enige dat nodig is, is moed en vastberadenheid. En de wil om soms pijn te lijden, om er sterker uit te komen.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.