Home

Anya Niewierra: ‘Het parfum is een ode aan de neus’

Anya Niewarra Weinig boeken weten geur zo goed te vangen als Het parfum van Patrick Süskind, vindt schrijver Anya Niewierra. Ze herlas het boek voor de vierde keer.

„Je kunt iemand tegenkomen en hem of haar helemaal geweldig vinden. Als je dichtbij komt en diegene ruikt, kan er opeens een sekslust opkomen of juist het tegenovergestelde: een afkeer. Fascinerend vind ik dat. Ik ben veel met geuren bezig – altijd al geweest. Onze neus is het orgaan dat het meest dierlijk is, dat direct verbonden is met ons instinct. 

Mijn boek Het bloemenmeisje kwam voort uit mijn overtuiging dat onze neus het enige zintuig is dat niet door big tech is overgenomen. Toen ik in 2016 begon het boek te schrijven, merkte ik dat mijn neus zich steeds meer ging ontwikkelen. Ik ging niet alleen beter ruiken, maar ook meer ruiken. Ik was alleen maar aan het snuffelen. Het was bijna een obsessie. En opeens herinnerde ik me dat ik dertig jaar eerder, toen ik begin twintig was, hierover een verhaal heb gelezen: Het parfum van Patrick Süskind.  

Inmiddels heb ik het boek vier keer herlezen en iedere keer is het alleen maar beter geworden. Het gaat over Jean-Baptiste Grenouille, een man in het 18de-eeuwse Frankrijk met een waanzinnig reukorgaan. Hij wil een parfum maken, de ideale geur, zodat mensen van hem gaan houden. Voor deze meesterwerkgeur moordt hij zonder aarzeling en zonder emotie. 

In Grenouille zie ik een soort tragische held zoals ik die ken uit de klassieke literatuur van de Romeinen en de Grieken. Hij heeft een bovennatuurlijk vermogen, maar dood en ellende achtervolgen hem. Zijn zoektocht wordt niet gedreven door geld of macht. Hij had de rijkste parfumeur van Parijs kunnen worden, maar dat interesseert hem niet. Hij is door kunst gedreven; hij zoekt naar schoonheid en perfectie. 

Het parfum gaat over obsessie, moord, talent, waanzin, eenzaamheid, dwangneurose. Al deze thematiek vind ik fantastisch, maar bovenal is het een olfactorisch verhaal: het hele boek draait om geuren, om ruiken. Veel mensen komen niet verder dan vies of lekker, maar Süskind omschrijft geuren op magistrale wijze, bijvoorbeeld ‘als een stuk weerschijnende zijde, en ook weer niet als zijde, maar als honingzoete melk waarin beschuit oplost‘. 

Het boek zit vol symboliek. Alleen al zijn naam: Jean-Baptiste verwijst naar Johannes de Doper, hij die zalft. Zijn achternaam, Grenouille, betekent kikker in het Frans. En kikkers hebben een bovenontwikkeld reukvermogen ten opzichte van hun hersenen. Dat heb je niet zomaar bedacht, denk ik dan. Van zulke dingen kan ik genieten als lezer. 

Net als mijn eigen werk past dit boek niet in een vakje. Aan de ene kant is het een historische roman, maar tegelijkertijd is het een satirisch boek, een coming-of-age-verhaal en fantasy. Je moet er niet één stempel op willen drukken.  

Ik ben echt een veellezer. Ik kijk geen televisie en lees zeker een boek per week. Het parfum ga ik zeker nog een keer lezen; van dit boek neem ik geen afstand meer. Het is een ode aan de neus.

Zelf draag ik maar weinig parfum, ik vind het snel te veel. Mijn kleren was ik ook liever niet met geparfumeerd wasmiddel. Want je voelt het chemische in die geuren. Ik ruik liever het echte, niet het gemaakte.”  

In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next