De wielrenners die zondag tijdens de Ronde van Vlaanderen het rode sein van een spoorwegovergang negeerde worden strafrechtelijk vervolgd. Het gaat om een groep van tientallen renners, met onder meer Tadej Pogacar en Remco Evenepoel. Mathieu van der Poel reed niet door rood.
"De overtreders zullen worden geïdentificeerd en er zal een proces-verbaal van worden gemaakt", laat een woordvoerder van de openbaar aanklager van de provincie Oost-Vlaanderen weten aan persbureau Belga. Het negeren van rood licht bij een spoorwegovergang geldt in België als een overtreding van de vierde categorie.
Dat betekent dat de renners die door rood reden zich in principe moeten verantwoorden voor de politierechtbank. Daar riskeren de wielrenners niet alleen een boete, maar ook een rijverbod.
Het incident vond vroeg in de wedstrijd plaats in Wichelen. De kopgroep was de spoorwegovergang al gepasseerd, toen het voorste deel van peloton de waarschuwingslichten plots zag branden. Achter pelotonleider Mikkel Bjerg reden onder anderen Evenepoel en Pogacar door het rode licht.
Op het moment van het passeren van de spoorwegovergang waren de slagbomen nog niet volledig naar beneden. Het achterste deel van het peloton, met onder anderen Van der Poel en Wout van Aert, wachtte tot de slagbomen omhoog gingen.
De wedstrijdjury liet de kopgroep doorrijden, maar sommeerde de groep van Pogacar en Evenepoel om te wachten op het achterste deel van het peloton. De renners die het rode licht negeerden werden door de wedstrijdjury niet gediskwalificeerd.