DEN HAAG - 'Ik moet hem constant van me afvechten. Ik heb al jaren conflicten met hem.' Ronald is een niet te stuiten spraakwaterval. Hij heeft de wijkagent via de app met de dood bedreigd, ja, dat is wel zo, maar daar had die man het dan ook wel zelf naar gemaakt.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter
Ronald belt op een dag zelf de politie. 'Ik weet niet eens meer waarom. Dan blijft het paar dagen stil en dan komt hij aan de deur en zegt dat ik moet ophouden en gaat hij me bedreigen en provoceren. Daarna heb ik hem dat berichtje gestuurd.'
Probleem is dat er van de vermeende dreigementen door de agent geen bewijs is, alleen Ronalds verhaal. 'Dat was niet via de app, maar aan de deur. Hij zei: als je doorgaat met de politie bellen maak ik je dood.'
'Ik word helemaal gek geterroriseerd door die man. Hij stuurt wel achttien berichtjes per dag. Ik weet niet waar hij last van heeft. En dan komt hij aan deur en bedreigt me en dan zeg ik: kom maar op dan maak ik jou eerst dood en daarna mezelf.'
'Het is gewoon een onvriendelijke, vervelende man.' De rechter vraagt: 'En dan wordt u ook onvriendelijk?' Ronald kent zichzelf goed genoeg om te weten dat dat zo is.
'Ja. Ik ben misschien opvliegerig, maar als je de politie belt dan hoop je dat er iemand komt die je begrijpt, niet iemand die ruzie met je zoekt.'
'Heeft u een klacht ingediend bij de politie', wil de rechter weten. Dat heeft geen zin, zo stelt de verdachte, want dan krijgt hij een locatieverbod voor het politiebureau.
Dat heeft hij inderdaad al gekregen en hij staat vandaag ook terecht voor overtreding van dat locatieverbod. Hij is op een dag met zijn boze hoofd toch weer dat bureau ingelopen.
'Ik dacht dat het verbod al was afgelopen. Het is toch sowieso raar dat je een locatieverbod voor een politiebureau kan hebben?'
Ronald zijn opvliegendheid heeft hem nog een keer parten gespeeld. Hij moest een gezondheidsverklaring zien te krijgen van de huisarts. Daar had de kantonrechter om gevraagd vanwege de schuldsanering waar Ronald in zit.
Maar zoals dat gaat tegenwoordig moest hij zich eerst minutenlang door een bandje en een keuzemenu heen worstelen voor hij de assistente aan de lijn had. Daar maakte hij een opmerking over en dat gesprek liep vervolgens gierend uit de klauwen.
De assistente zegt dat er een man belde die meteen dreigende taal uit ging slaan, zo leest de rechter in haar verklaring. 'Het lijkt erop dat u agressief wordt als u niet stante pede uw zin krijgt.'
Ronald struikelt bijna over zijn woorden als hij uitlegt hoe dat ging. 'Ik had al wel zestig keer gebeld, maar dan neemt er één of andere meid op die maar niet begreep wat ik wilde.'
De man blijkt voor zijn gezondheidsverklaring van het kastje naar de muur te zijn gestuurd. Steeds het verkeerde loket en ook de huisarts leek niet het goede loket. 'Ik voelde me vernederd. Ze maken me belachelijk omdat ik tien jaar op straat heb geleefd.'
Die opmerking maakt alles duidelijk. Ronald heeft sinds een jaar weer een huisje en een baan. Zijn grote mond maskeert één grote, allesoverheersende angst: dat hij zijn huisje kwijtraakt.
De reclassering maakt zich zorgen om de man en wil hem graag helpen, maar Ronald zit daar helemaal niet op te wachten. Hij heeft bepaald geen hoge pet op van zijn reclasseringsambtenaar, die blijkbaar van Spaanse komaf is.
'Dat is de gekke achterbuurman van tante Toos haar neef uit Spanje. Ik heb geen idee hoe hij wil helpen. Ik heb alleen maar tegenwerking van hem gehad. Als je niet uitkijkt randt hij je nog aan ook.'
Volgens de reclassering zou Ronald beter af zijn in een maatschappelijke opvang, maar hij interpreteert dat als wonen in de daklozenopvang van het Leger des Heils. Hij gaat naar eigen zeggen nog liever dood.
'Ik vind dat bedreigend. Ik ga niet weer naar het Leger, ik ga niet weer op straat slapen. Ik heb dat tien jaar gedaan. Je weet niet wat dat is. Ik ben doodsbang voor die mensen.' Hij gaat steeds sneller en harder praten, tot de rechter hem onderbreekt en vraagt: 'Wat wilt u dan?'
'Ik wil vrijspraak. Ik bel regelmatig 112 en dan komen er agenten aan de deur die me bedreigen. Ik snap niet waarom iedereen zo'n hekel aan me heeft.'
De rechter, de officier van justitie en Ronald zijn advocaat proberen uit te vinden wat nou een passende straf zou zijn voor deze verdachte. De man zelf wil dus geen maatschappelijke opvang, maar ook geen taakstraf. 'Doe dan maar de cel.'
De advocaat zegt dat hij dan misschien ook zijn huisje kwijtraakt, maar dat ziet Ronald niet gebeuren: 'Ik heb spaargeld, dus ik betaal de huur wel.' Die maatschappelijke opvang is wat hem betreft echt niet aan de orde.
'U kan me niet zomaar straffen op mijn huisvesting. Ik heb er hard voor gewerkt en dat laat ik me niet afpakken.' Die boodschap is in elk geval bij de officier van justitie wel aangekomen.
'Ik denk dat het probleem is dat de emotie heel hoog zit bij meneer', zo zegt ze. 'Er hoeft maar iets te gebeuren wat hem tot wanhoop drijft en dan wordt hij heel boos en gaat hij dingen zeggen die hij niet zo meent, maar die wel bedreigend overkomen.'
'We zijn er niet op uit om meneer te bestraffen en dat moet ook niet de uitkomst zijn. Het gaat om hulp, maar ook dat wekt emoties op bij meneer.'
De officier zegt dat voor de twee bedreigingen eigenlijk een boete van duizend euro op zijn plaats zou zijn, maar ze houdt het bij een voorwaardelijke taakstraf van twintig uur.
Ronald moet zich toch laten begeleiden of hij nou wil of niet. De reclassering moet daarvoor op zoek naar een medewerker die wel het vertrouwen van hem krijgt en die bijvoorbeeld kan helpen bij het verkrijgen van de gezondheidsverklaring.
Ook moet de man wat betreft de officier geloven aan het begeleid wonen in een maatschappelijke opvang, die niet het Leger des Heils is. 'Hij zit nu in een huis van de gemeente. Wij kunnen de gemeente niet sturen en als ze hem eruit zetten moet hij ergens terecht kunnen.'
Ronalds advocaat ziet ook geen andere optie, maar hij vraagt nog wel om vrijspraak voor de bedreigingen. Ronald zelf heeft aan het eind niet zoveel meer toe te voegen. Hij vindt het sowieso allemaal onrechtvaardig.
'Ik heb goed naar u geluisterd', begint de rechter zijn uitspraak. 'Ik heb de indruk dat het moeilijke gesprekken zijn geweest en dat er uiteindelijk lelijke dingen zijn gezegd en dat mag niet. Ik snap waar het vandaan komt: u zoekt hulp, u krijgt nul op het rekest en u voelt dat er niemand luistert.'
Ronald valt hem in de rede en begint weer te ratelen, maar de rechter onderbreekt hem. 'Ik denk dat het goed is dat u toch begeleiding krijgt.'
De rechter veroordeelt de man tot de voorwaardelijke taakstraf van twintig uur die de officier had geëist, met als voorwaarden de begeleiding door de reclassering en het begeleid wonen. Als Ronald de taakstraf uiteindelijk zou weigeren, moet hij tien dagen de cel in.
'Mag ik die meteen opvragen dan? Want ik ga dat toch niet doen', reageert Ronald, die in zijn boosheid het woordje 'voorwaardelijk' waarschijnlijk niet heeft gehoord.
'Ik ga in hoger beroep. Ik ben zeer ernstig beledigd. Ik vind dit geen normale zitting.' Hij pakt zijn jas, beent boos richting de deur en roept onderweg nog naar de rechter: 'En geen fijne dag!'
De naam van Ronald is gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag