Het vertrouwen in de toekomst is drastisch afgenomen, ziet de Duitse socioloog Andreas Reckwitz. Daarom overheersen in rijke landen gevoelens van verlies.‘Zolang je gelooft in vooruitgang, zijn verliezen niet zo dramatisch. Maar nu is het alsof je een deken wegtrekt.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
De Hackesche Höfe in Berlijn werden in de jaren dertig gebruikt als pakhuis, in de Tweede Wereldoorlog beschadigd door bommen en in de DDR-tijd schromelijk verwaarloosd. Maar in de jaren negentig werden de hofjes schitterend gerestaureerd tot een toeristische attractie, een jugendstilcomplex van dure appartementen, creatieve bedrijven en designwinkels.
Destijds geloofden we weer in vooruitgang, zegt de Duitse socioloog Andreas Reckwitz, in een restaurant in de Hackesche Höfe. ‘De jaren zeventig en tachtig waren somber geweest. Het was de tijd na de naoorlogse boom, waarin veel fabrieken moesten sluiten. De Club van Rome kwam met haar rapport Grenzen aan de groei, waarin betoogd werd dat de planeet de economische groei niet meer aankon.
‘Toen kwamen de jaren negentig. Door de val van het communisme en de globalisering werd het verhaal van vooruitgang nieuw leven ingeblazen. Denk aan het boek Het einde van de geschiedenis van Francis Fukuyama. Het Westen had de strijd definitief gewonnen. De jaren zeventig en tachtig leken een depressief intermezzo.
‘Maar na 2010 heeft het geloof in de vooruitgang opnieuw aan kracht ingeboet. Nu lijkt het omgekeerd: de periode na de val van de Muur was een euforisch intermezzo’, zegt Reckwitz.
Maar liefst 84 procent van de Duitsers is pessimistisch over de toekomst, volgens een enquête uit 2022. Peilingen in andere westerse landen laten een vergelijkbaar beeld zien.
In rijke landen overheersen gevoelens van verlies, schrijft Reckwitz in zijn vorig jaar verschenen boek Verlies – Een kernprobleem van de moderniteit. Veel maatschappelijke debatten gaan over de vraag wie de verliezer is. De nazaat van de tot slaaf gemaakte? De ‘gewone’ die zijn land ‘verliest’ door immigratie? Of juist de hoger opgeleide stadsbewoner, de schijnbare winnaar, die vreest de liberale democratie te verliezen aan het almaar sterker wordende rechtse populisme?
Andreas Reckwitz is hoogleraar sociologie aan de Humboldtuniversiteit van Berlijn en geldt als een van de toonaangevende sociologen van Duitsland. Ook in zijn vorige boek, Das Ende der Illusionen, speelden verlies en onzekerheid over de toekomst een grote rol. In zijn nieuwe boek onderwerpt hij het thema verlies aan een nader onderzoek.
Gevoelens van verlies zijn de afgelopen decennia onmiskenbaar toegenomen – Reckwitz spreekt van ‘verliesescalatie’ – maar allerminst nieuw. Sterker nog, betoogt Reckwitz, verlies is onlosmakelijk verbonden aan de moderniteit, die in de 18de eeuw begon met de Verlichting. De moderniteit streeft voortdurend naar verandering en verbetering, maar produceert daarmee steeds weer haar eigen verliezers.
Reckwitz: ‘Ik noem dat de verliesparadox. Een goed voorbeeld zijn de industriearbeiders in het Ruhrgebied of het Amerikaanse Midden-Westen die hun banen verloren door de modernisering van de economie. De moderne samenleving heeft een bijzondere verhouding tot verlies, omdat zij wordt aangedreven door het gebod van vooruitgang. De moderniteit denkt in reeksen van verbetering. Als een samenleving zo denkt, wordt verlies als een schandaal ervaren.’
Tijdens de hoogtijdagen van de industrialisering werd geklaagd over de teloorgang van het platteland, met zijn organische en natuurlijke manier van leven. Waarom gelooft u dat er juist nu sprake is van een escalatie van verliezen?
‘Ik geloof niet dat er nu meer verliezen zijn dan vroeger. Dat is ook moeilijk vast te stellen. Fundamenteel aan de moderne samenleving is de tegenstelling tussen de oriëntatie op vooruitgang en de ervaring van verlies. In de naoorlogse industriële samenleving lukte het vaak om die paradoxale constellatie van vooruitgang en verlies in evenwicht te houden.
‘Voor een deel gebeurde dat door verliezen te reduceren, bijvoorbeeld door de geneeskunde, de verzorgingsstaat of economische groei. Dat werkte vaak ook heel goed. Voor een ander deel door verliezen onzichtbaar te maken. In Duitsland werd na de oorlog bijvoorbeeld weinig gepraat over het geweld van het Derde Rijk en zijn slachtoffers. Het onderwerp werd taboe verklaard.’
Waarom lukt het nu niet meer om zo’n evenwicht te bereiken?
‘Er zijn nieuwe verliezen bij gekomen, zoals de ecologische schade en het klimaatprobleem, waarvan men zich vroeger niet bewust was. De desindustrialisatie heeft sommige groepen zwaar getroffen. Oude verliezen, zoals de slavernij of het kolonialisme, laten zich niet meer zo gemakkelijk onzichtbaar maken. Daarnaast is de gevoeligheid voor verliezen toegenomen. Als je hogere verwachtingen van het leven hebt, is de teleurstelling ook groter.
‘Maar wat mij het belangrijkste punt lijkt, is dat het verhaal van de vooruitgang zelf aan geloofwaardigheid heeft verloren. Verliezen worden als een groter probleem gezien, omdat men niet meer de hoop heeft dat ze in de toekomst worden overwonnen. Zolang je gelooft in vooruitgang, zijn verliezen niet zo dramatisch. Maar nu is het alsof je een deken wegtrekt en de verliezen blootlegt.’
Is het gevoel van verlies in Duitsland bijzonder sterk? Het land lijkt in de greep van de angst voor de Abstieg, het verval.
‘Dat geloof ik niet. Mijn boek gaat over de gehele westerse wereld. Gevoelens over verlies zijn overal een beetje hetzelfde. Als je in Londen of Parijs een boekhandel binnenstapt, zie je ook boeken over verval. In Nederland zal het niet anders zijn.
‘Ik denk wel dat de situatie in Duitsland een beetje speciaal is, omdat Duitsland relatief lang in een verhaal van vooruitgang heeft geloofd. De geschiedenis na 1945 leek een succesverhaal, met het Wirtschaftswunder (de economische opbloei in de jaren vijftig en zestig, red.), de vestiging van een stabiele democratie, de hereniging in de jaren negentig en de economische kracht aan het begin van deze eeuw.
‘De laatste vijf jaar is dat allemaal snel veranderd. Door de oorlog in Oekraïne is de veiligheidssituatie verslechterd. Het economisch model is ook niet meer zo succesvol als voorheen. Dat is bijzonder irritant voor de Duitsers. Duitsland geloofde ook lange tijd dat het door zijn geschiedenis immuun was voor het rechtse populisme. Dat kwam met de AfD relatief laat, maar ook sterk. In andere landen heb je ook zulke partijen, maar die zijn er langer, waardoor men er bijna aan gewend is. In Duitsland is het relatief nieuw.’
Onder de hedendaagse escalatie van verliezen ligt een ingrijpende verandering in de maatschappelijke structuur. Het vooruitgangsoptimisme bereikte zijn hoogtepunt in wat Reckwitz de klassieke moderniteit noemt, de naoorlogse periode van almaar stijgende welvaart.
De cultuur van de toenmalige industriële samenleving werd gedragen door een brede middenklasse, waarin ook de arbeidersklasse was opgenomen, aldus Reckwitz. Vanaf de jaren zeventig treedt de ‘late moderniteit’ in, waarin deze brede middenklasse uit elkaar valt.
‘Door academisering en een stijging van het onderwijsniveau is een nieuwe middenklasse ontstaan, die liberaal en kosmopolitisch is en sterk naar zelfontplooiing streeft. Deze groep heeft van de economische structuurveranderingen van de laatste decennia geprofiteerd.
‘Anderzijds is er een traditionele middenklasse, die minder mobiel is, meer georiënteerd is op het eigen land en die zichzelf niet meer als speerpunt van de vooruitgang ziet. Juist die groep heeft veel verlieservaringen, omdat bepaalde dingen die voor haar belangrijk zijn, zoals regionale verankering of het klassieke gezin, aan maatschappelijke relevantie verloren hebben.’
Het populisme maakt gebruik van zulke gevoelens van verlies. U noemt het populisme ‘verliesondernemerschap’.
‘Ja, het populisme is een reactie op gevoelens van verlies, en angsten voor verlies, die onder de bevolking leefden maar niet door de gevestigde partijen werden vertolkt. De populisten hebben deze gevoelens niet alleen opgepikt, maar ook polemisch toegespitst.
‘Ze kapitaliseren de verliezen, daarom spreek ik van verliesondernemerschap. Ze werken met een verhaal van slachtoffers en daders. Ze zeggen tegen hun aanhangers: jullie horen helemaal niet te verliezen, het is de schuld van de liberale en mondiale elites, de poppenspelers die erachter zitten. Wij zullen ze ter verantwoording roepen.
‘Het is een vorm van emotiepolitiek, waarin wraak een grote rol speelt. Zoals Trump over Hillary Clinton zei: sluit haar op. Zij is een dader en nu moet zij lijden. Jullie hebben verloren, nu moeten de anderen verliezen. De populisten willen de samenleving niet gezamenlijk verbeteren, maar de verliezen maatschappelijk verschuiven.
‘Toch is de indeling in winnaars en verliezers niet meer zo duidelijk. Juist door de opkomst van het rechtse populisme lijdt ook de nieuwe middenklasse aan verliesangst. Zij ziet dat de liberale democratie, waaraan zij veel waarde hecht, in het defensief is geraakt. De nieuwe middenklasse ziet zijn culturele dominantie onder druk staan. Het thema ‘verlies’ treft ondertussen iedereen.’
De ‘winnaars’ maken het zichzelf ook moeilijk. Ze staan onder druk om succesvol te zijn, waardoor depressie, burn-out en andere psychische klachten toenemen.
‘De winnaars zijn niet alleen winnaars. In mijn boek Das Ende der Illusionen schreef ik over uitgeputte zelfontplooiing. Mensen putten zichzelf uit met hun verwachtingen en ambities.’
De traditionele middenklasse voelt zich vaak geminacht door de nieuwe, stedelijke middenklasse. Hoe kun je die groepen dichter bij elkaar brengen?
‘De laatste decennia zijn individuen gehonoreerd op basis van hun succes op de markt. Je ziet wel een tegenbeweging. Tijdens de pandemie werd het verplegend personeel zeer gewaardeerd vanwege hun waarde voor de samenleving. Misschien zitten we al in een verandering. Door AI verliezen de kennisberoepen wellicht aan waarde, terwijl handarbeiders belangrijker worden omdat hun werk niet geautomatiseerd kan worden.’
Is meer sociaal-economische gelijkheid een oplossing?
‘Het gaat niet alleen om het materiële, maar juist ook om erkenning en waardering. Het lijkt me vooral belangrijk om een goede sociale infrastructuur te bieden, waardoor iedereen toegang heeft tot onderwijs, zorg, kinderopvang en andere sociale voorzieningen, ongeacht zijn inkomen, beroep of succes op de markt.’
U bent de favoriete denker van bondskanselier Friedrich Merz, schreef journalist Mariam Lau in haar boek over Merz. Spreekt u hem weleens?
‘Ik heb Merz nog nooit ontmoet. Met zijn voorganger Olaf Scholz heb ik wel een paar keer wat langer gesproken. Natuurlijk ben ik blij dat mijn boeken kennelijk ook in politieke kringen worden gelezen, maar ik zie mezelf niet als politiek adviseur. Ik geef een analyse, de oplossingen moeten in het politieke debat ontstaan.’
Toch eindigt u uw boek met een aantal ideeën om de moderniteit te ‘repareren’.
‘Ik ben heel terughoudend met voorstellen of recepten. Maar in het slotdeel geef ik toch een aanzet, omdat de vraag hoe het verder moet zich natuurlijk opwerpt. Ik gebruik de reparatie van de moderniteit als een metafoor om op een andere manier met de moderniteit om te gaan.
‘Ik denk dat we nog steeds in de moderniteit leven, omdat er nog altijd vooruitgang mogelijk is. Maar we hoeven niet altijd naar radicale verbetering te streven. We moeten proberen de moderniteit te verbeteren, maar ook met haar schade en verliezen omgaan. Dat is een vorm van maatschappelijke volwassenheid.
‘Zo moeten we beter nadenken waar verliezen kunnen optreden, en ons daartegen wapenen. We hebben meer veerkracht en voorzorg nodig, bijvoorbeeld tegenover nieuwe pandemieën. Daarnaast moeten we leren omgaan met onze verliezen. De veiligheidssituatie in Europa is ongetwijfeld verslechterd. Dat kunnen we niet negeren, daar moeten we mee leven.
‘Ik denk dat we ook anders moeten nadenken over vooruitgang. Dat is niet per se iets wat we in de toekomst moeten bereiken, maar iets wat we op veel terreinen al bereikt hebben. We moeten vooruitgang ook zien als een erfgoed, iets wat de moeite van het bewaren waard is. De liberale democratie is bijvoorbeeld iets om te verdedigen. Als het daarom gaat, zullen progressieven conservatieven moeten worden, want ze hebben echt iets te verliezen.’
Kampen de gevestigde politieke partijen niet met een sociologisch probleem? Ze kunnen mooie plannen bedenken, maar bereiken ze de burgers die zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de christen- of sociaaldemocraten?
‘De middenpartijen moeten accepteren dat de maatschappelijke structuur veranderd is. In de jaren tachtig kregen de CDU en de SPD in Duitsland samen nog 80 procent van de stemmen. Dat komt niet meer terug. Het is een vorm van nostalgie om daarnaar te verlangen.
‘De middenklasse is gesegmenteerd in verschillende groepen die door verschillende partijen worden bediend. Ik zie niet in hoe je dat de komende tijd ongedaan kunt maken.’
Hoe kun je middenpolitiek bedrijven als het electorale landschap zo gefragmenteerd is?
‘Dat lijkt me de grote uitdaging. Als geen enkele partij meer dan 30 procent haalt, heb je een grote bereidheid tot compromis en samenwerking nodig. En als je dan een Brandmauer (cordon sanitaire, red.) hebt waardoor de AfD wordt uitgesloten, worden partijen uit verschillende kampen gedwongen met elkaar samen te werken. Het risico is dat de vaardigheid om te regeren nog verder afneemt en de onvrede toeneemt, waardoor je in een negatieve spiraal terechtkomt.’
Hoe moet je dan nog een compromis tussen nieuwe en traditionele middenklasse sluiten?
‘Dat is de uitdaging voor iets grotere partijen als de CDU of de SPD. De AfD zal geen verhaal van vooruitgang voor de hele samenleving kunnen formuleren, omdat zij leeft van het tegen elkaar uitspelen van verschillende groepen. De Groenen kunnen daar op een andere manier ook niet voor zorgen. Je hebt partijen nodig die verschillende milieus vertegenwoordigen, al doen ze dat in mindere mate dan vroeger.’
Vaak wordt gezegd dat de weg naar vooruitgang in Europa ligt. Europa moet meer integreren om een noodzakelijk tegenwicht voor de Verenigde Staten en China te vormen. Maar zullen veel burgers dit ook niet opvatten als een verlies, in dit geval van nationale soevereiniteit?
‘Europa is niet meer het centrum van de wereld. Het is een provincie geworden. Dat kan men als een krenking opvatten, maar ook als een kans. Europa als een provincie die haar eigen zaken goed moet regelen, met een florerende democratie, een goede economische basis en een verzorgingsstaat – een continent waar het goed leven is.
‘Het is duidelijk dat Europa sommige dingen alleen gemeenschappelijk kan doen, zoals militaire afschrikking of het sluiten van handelsakkoorden. Zo kun je uit die valse tegenstelling tussen natiestaat en Europa komen, die rechtse populisten proberen te formuleren. Ik denk dat Europeanen heel goed zullen begrijpen dat je op sommige gebieden wel gemeenschappelijk moet handelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant