is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.
De vorige keer dat de toekomst geen toekomst bleek, maar barre actualiteit, was met corona. De mensen wisten dat we massaal ziek kunnen worden van de menselijke misdragingen tegenover dieren, of ze hadden het kunnen weten, want aan waarschuwingen, onderzoek en voorafschaduwingen geen gebrek. Ze bleven doen alsof het altijd iets van ooit zou blijven want zolang je weinig merkt, is er weinig aan de hand. En toen het zover was, was het ‘Hoe kan dit nou?’ zus en ‘Waarom moet dit ons overkomen’ zo en ook nog: ‘Nertsen? Fokken wij hier nertsen??’
Nu zijn er de dagen met brandgevaar. Al jaren is het een mogelijkheid in de toekomst dat het er meer zullen worden, dat elke voorjaarsdag in potentie een natuurbranddag zal zijn, iets dat een keer wellicht gaat gebeuren, ooit, want eens zullen we op de koffie komen vanwege alle CO2 die we met z’n allen hebben uitgestoten. Drie jaar geleden schreven onderzoekers van onder meer Deltares, Wageningen Universiteit en het KNMI het handzaam op in Natuurbrandsignaal ’23: natuurbranden in Nederland zullen vanwege de verdroging en verhitting van de aarde en vanwege een lager grondwaterpeil frequenter en onbeheersbaarder worden, groter dan de branden die we kennen van vroeger. Met evacuaties en ander ongemak, want door natuurgebieden, die in dit land zelden onbekommerd totaalnatuur kunnen zijn, lopen hoogspanningskabels en staan schakelstations voor de elektriciteit.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Over dit signaal is toen braaf gesproken in de politiek, zoals het hoort, compleet met een kabinetsreactie en moties waarin de Tweede Kamer, gehoord de beraadslagingen, verzoekt om preventie, góede preventie vooral, want daar is niemand tegen. Dat we niet denken dat het onopgemerkt is gebleven. Ook over zoönosen is vóór corona weleens gedebatteerd; daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat de toekomst het altijd verliest van het nu. Preventie kost geld waar je in het nu niets tastbaars voor kunt laten zien, terwijl er altijd wel iemand staat te schreeuwen dat iets anders, het eigen risico in de zorg ofzo, NU NU NU moet.
Nu is de toekomst tegenwoordige tijd aan het worden, en dat is schakelen in sommige hoofden. Daar hoort cognitieve dissonantie bij, want je zult ze de kost moeten geven, de mensen die zorgen over klimaatverandering altijd ‘emotioneel’ hebben genoemd. Zichzelf vonden ze ‘heel rationeel’, wat erop neerkwam dat ze vaak ‘Zolang je weinig merkt is er weinig aan de hand’ zeiden. Voor wie het ook lastige tijden zijn: de mensen die klimaatverandering meer iets voor elders vonden, voor 46 graden in de schaduw in Zuid Spanje en voor Tuvalu dat in de golven verdwijnt.
We moeten leren leven met het vuur, lees ik in de krant. Ons gedrag aanpassen, niet roken of barbecueën, wegblijven uit de natuur op brandgevaardagen, niet met vlammenwerpers lopen sjouwen over de krukdroge hei, van die dingen. Dat klinkt logisch, maar ik vraag me af of daar niet iets vóór komt. Iets met minder fossiele brandstoffen verbranden en minder dingen kopen die de halve aardbol worden overgevlogen terwijl we ze niet nodig hebben, en sowieso gewoon minder, en de toekomst serieus nemen, maar dan echt.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.