‘Zij doen net alsof ze druk hervormen, wij doen net alsof we hen er graag bij willen.” Dit is maar één van de vele wrange grappen die je hoort over de uitbreiding van de EU. Aangezien sommige kandidaatlanden al jaren in de wachtkamer zitten – zelfs een land als Noord-Macedonië, dat aan alle eisen voldoet – kun je je die wrangheid best voorstellen.
Sommigen zeggen dat Oekraïne nu ook in de categorie van ‘gefrustreerde hopefuls’ terecht kan komen. De Hongaarse premier Orbán, die Oekraïne zo ver mogelijk van de EU af probeerde te houden, mag binnenkort weg zijn, maar dat brengt de Oekraïense toetreding niet echt dichterbij. Afgelopen weken is duidelijk geworden dat veel andere Europese regeringsleiders zich soms dankbaar achter Orbáns brede rug hebben verscholen.
In maart veegden ze een voorstel van de Europese Commissie van tafel om met Oekraïne een soort ‘omgekeerde uitbreiding’ te doen: eerst toelaten, zodat het belegerde land onder de Europese veiligheidsgaranties zou vallen, en dan pas hervormen. Dit plan laat zien hoezeer de uitbreiding, eens een saai, technisch traject van aanpassing aan alle EU-regels, sinds de Russische invasie is veranderd in een strategisch, politiek instrument om Oekraïne in te bedden in de Europese economische en veiligheidsarchitectuur. Zij veiliger, wij veiliger.
Maar het ging de 27 toch te ver. Velen willen Oekraïne nog altijd toelaten, maar niet versneld. Het rechtsstatelijke afglijden van landen als Polen of Hongarije heeft hen voorzichtig gemaakt – als een land eenmaal binnen is en mag meebeslissen, kan de rot zich door heel Europa verspreiden en belangrijke besluitvorming saboteren.
Dat de Amerikaanse ‘vredes’-onderhandelaars Steve Witkoff en Jared Kushner keihard bezig zijn om Oekraïense leiders zakelijke voordeeltjes en winstpercentages af te troggelen in ruil voor een wapenstilstand, helpt ook niet: sommigen vrezen dat Oekraïne, dat afgelopen jaren stukken minder corrupt is geworden, nu onder invloed van die maffiose pressie vanuit het Witte Huis juist weer méér corrupt wordt.
Je moet er niet aan denken dat Oekraïense politici straks in Brussel gaan meebeslissen terwijl ze in de zak zitten van MAGA-kleptocraten. Europese regeringsleiders zijn ook bang voor de institutionele aanpassingen binnen de Unie zelf, nodig om zo’n groot nieuw land te kunnen absorberen – anders kan het bestaande systeem van landbouwsubsidies en sociale cohesie uit zijn voegen barsten. En ten slotte vrezen ze ook hun eigen publieke opinie die, decennialang gevoed met negatieve verhalen over eerdere uitbreidingen, bij de ratificatie weleens een spaak in het wiel zou kunnen steken.
Kortom, het is duidelijk dat Oekraïne geen fast track-ticket krijgt en gewoon door alle EU-hoepeltjes moet springen.
Toch is dit geen klassiek uitbreidingsproces. De lidstaten beseffen dat achterover leunen, vertragen en op alle technische slakken zout leggen geen optie is. Oekraïne is onontbeerlijk voor de Europese veiligheid nu de Amerikanen afhaken. Als het onderuit gaat, heeft Europa een levensgroot probleem.
En dus zie je dezer dagen allerlei voorstellen langskomen van EU-landen (een Frans-Duits plan, een Litouws plan) om Oekraïne gefaseerd te integreren of in sommige sectoren op proef te laten meedraaien zonder medebeslissingsrecht.
Hiermee bevestigen ze een ontwikkeling die al langer gaande is, namelijk dat de EU flexibeler is dan vroeger. Veel flexibeler. Oekraïne doet al mee met het Europese roamingsysteem, Erasmus-uitwisselingen en Horizon-onderzoeksprogramma’s. Het zit op het Europese elektriciteitsnet, heeft snelle transportcorridors gekregen (‘solidarity lanes’) en mag meedoen met het Europese SAFE-aanbestedingsprogramma voor defensie. Oekraïense instellingen draaien ook deels mee in het Europese ruimteprogramma en digitale projecten.
Zo wordt het land steeds meer ingebed in Europese systemen, waarbij het perspectief houdt en gemotiveerd blijft. Op hun beurt houden EU-landen greep op dat proces en kunnen ze het – dat staat in die plannen – pauzeren of terugdraaien als Oekraïne niet (meer) aan de voorwaarden voldoet.
Als nationale regeringsleiders zulke ontwikkelingen ook eens zouden bespreken met burgers, met alle bijbehorende geopolitieke context en dilemma’s, zou dat helemaal fijn zijn. Wie weet wordt het dan nog eens wat met die uitbreiding.