Home

‘Van hier de laatste groeten’: dit stond er in de talloze afscheidsbriefjes die gedeporteerden uit de trein richting Auschwitz gooiden

Afscheidsbrieven Duizenden mensen gooiden tijdens de Tweede Wereldoorlog briefjes uit de treinen die hen naar de kampen voerden. Honderden zijn bewaard gebleven, dankzij mensen die de briefkaarten vonden en ze tot ergernis van de Duitsers verstuurden.

Enkele van de bewaard gebleven briefjes.

Sal Salomon Levie Woudstra

In Enschede werden in de zomer van 1941 sabotageacties gepleegd, de 51-jarige Salomon Levie Woudstra was op 14 september een van 105 personen die bij een razzia werden opgepakt. Een agent die aan de deur komt, geeft hem een uur om zijn koffer te pakken en misschien had Sal moeten proberen te vluchten, maar hij gaat mee. In de gymzaal van een school aan de Beltstraat wachten de mannen af wat er gaat gebeuren. Sal begint op papiertjes aan zijn vrouw Netty en hun kinderen Hanny en Ben te schrijven. „Blijven zeer waarschijnlijk eenige dagen hier.” Hij is hoopvol en denkt weer snel thuis te zijn. Hij verwacht een briefje te kunnen laten bezorgen en nog contact te hebben, maar dat blijkt niet het geval. Wel kan zijn familie nog wat zaken voor hem afgeven.

Sal begint zich zorgen te maken over wat er met hem gaat gebeuren en geeft zijn vrouw alvast raad over hoe financiële zaken thuis af te handelen. Hoe hij de briefjes die hij schrijft kan versturen weet hij niet, schrijft hij nog. „En nu mijn lieveling een laatste groet voor ik afreis.” Op 16 september moet hij op transport. Sal heeft voor zijn briefjes op een of andere manier een envelop gevonden, die gooit hij uit de trein. Sal Woudstra komt terecht in Mauthausen en wordt daar op 25 september 1941 vermoord. Netty Woudstra-Mainzer, Hanny en Ben overleven de oorlog in de onderduik. 

Jo Benjamins

Het is december 1942 als Jo Benjamins een briefkaart uit de trein gooit die bestemd is voor familie uit Woudrichem, waarschijnlijk zijn nichtje Lena Waterman-Benjamins en haar man Simon. Zij zijn onder dwang verhuisd naar de Amsterdamse Transvaalbuurt. Het is een vrijdag als hij schrijft, het transport gaat naar Auschwitz. De maandag ervoor, zo schrijft hij, is zijn broer al doorgegaan. Ook de ouders gingen die dag mee op transport. Kortom, op die onverbeterlijk optimistische toon die in zoveel kaarten te vinden is, vervolgt Jo: „Alles was goed. Je vader was prima. We hebben mooi weer.”

Daarna gaat hij over tot de orde van de dag. Alles goed en wel, maar ze kunnen de boel niet zomaar de boel laten. „Schrijf aan Jan en […] in Workum [Woudrichem] of hij de closets en waterleiding wil laten leeglopen. Ook het kraantje in de achterkamer bij jullie achter de kachel dan weet hij het wel wat ik bedoel. De groeten van ons allen en hebben veel moed dat we je spoedig weerzien.” Benjamins werd 42 jaar.  

Willy Tal

Willy Tal werkte als leerling-verpleegkundige in Joods psychiatrisch ziekenhuis Het Apeldoornsche Bos, waar hij op 28 april 1942 in dienst was getreden. In januari gingen de Duitsers ertoe over de inrichting te ontruimen en de patiënten naar Auschwitz te deporteren. Het ging er hardhandig aan toe in de nacht van 21 op 22 januari. Patiënten werden volgens ooggetuigen in vrachtwagens gegooid, laag op laag. „Het was zo verschrikkelijk, dat gebonk, dat gekerm en gedoe van die mensen, dat was vreselijk”, aldus een ooggetuige, geciteerd door Dirk Mulder in Buitengewone transporten. De vrachtwagens reden naar het station waar de patiënten in goederenwagons werden gesmeten. Het personeel, dat op den duur geheel Joods was geworden, moest door naar Westerbork. Op weg daarheen gooit Willy Tal een briefkaart uit de trein, gericht aan zijn familie in Amsterdam. De poststempel op de briefkaart is ……. N (mogelijk Apeldoorn) 22 I 1943 

Vrijdag

Tot nu toe alles goed. Op weg naar Westerbork. Ik schrijf wel uitvoeriger.

Beste gr sl

Willy

Informeer bij Alfred

Lotje weet meer die zal d’r wel wat geven.

Zoals jullie weten is Aad gewoon met de patiënten in…

Absoluut einde v/d patien

Vreselijke tonelen … ….

bij patiëntenvervoer. Niet te beschrijven We moesten ze als b… inladen

Ik was met nog 5 broeders op …

Dag Willy Tal

Tal zit korte tijd in Westerbork, maar moet mee met het transport van 2 februari 1943 naar Auschwitz, waar hij op 24 februari wordt vermoord. 

Lini Snoek

Branco Engeline ‘Lini’ Snoek uit Den Haag zit in augustus 1942 welgemoed in de trein briefkaarten aan haar zusje te schrijven. Ze gooit die naar buiten. Bij het vertrek kwam ze al bekenden tegen en ook onderweg naar Westerbork ziet ze af en toe nog ‘klanten’, die ze kent uit haar winkel in de Weimarstraat. De trein gaat naar Almelo en Lini schrikt als ze eraan denkt dat iedereen al meteen naar Duitsland moet, zo schrijft ze op een volgende kaart aan Emmy, de roepnaam van haar zusje Hermine. Ze stuurt er vijf in totaal.

De trein gaat nu tot haar opluchting toch eerst via Coevorden naar Westerbork. Lini heeft een indruk gekregen van hoe de stemming is onder haar medereizigers en schrijft: „Allen hier vertrouwen terug te komen.” In Westerbork krijgen de passagiers niet veel tijd om bij te komen. De trein arriveert in Hooghalen en vandaaruit moet iedereen vier kilometer lopen naar de registratie in het kamp. Vervolgens lopen ze weer helemaal terug naar station Hooghalen om op een volgende trein te stappen. Bestemming: Auschwitz. „Zou ik daar ook klanten zien”, vraagt ze zich af op de vijfde kaart die ze verstuurt. Het blijkt haar laatste levensteken, want Lini Snoek wordt op 24 augustus na aankomst in Auschwitz meteen vermoord.   

Anna van Dal

Anna van Dal, echtgenote van Salomon Israel, gooit samen met haar man en dochter Esther ‘Elly’ Israel een briefje uit de trein die op 6 juli 1943 op weg is naar Sobibor. Het briefje is aan haar vader, Samuel van Dal.

Het gezin Israel woonde in Rotterdam op de Zocherstraat 22-I en verbleef in kamp Vught. Salomon moest daar al in februari naartoe en werd tewerkgesteld in buitenkamp Moerdijk. Zijn vrouw en dochter volgden in mei. 

Lieve vader en opa,

Wij zitten hier in wagon 38 als haring in een ton maar met een gezellige ploeg alle jonge mensen alles gaat op rolletjes. Trek het u niet aan want wij zijn vol goeden moed hoor. Geef alle bekenden de groeten. Ik heb aan u barakleider gevraagd of hij goed voor u zal zorgen. Vader ik hoop dat u gauw naar huis mag komen. En mocht u zover zijn dan kan u moeite doen om ons terug te vorderen. Ik schrijf voor [de] zekerheid onze geboortedatum op.

S. Israël Geb 5-12-1902

Anna Israël v. Dal 11-3-1908

Esther Israël 12-5-27

Duizend maal gekust voor u van uw lieve kinderen Ans El en Sam

Kop op

Annie                                                 S. v. Dal

Sam Ellie                                         Barak 66          

                                                            2 Oct 1882     

Tot ziens  

Samuel van Dal, die sinds november 1942 in Westerbork zit, is op dat moment al vijf maanden bezig een vrijstelling te krijgen wegens zijn status van gemengd-gehuwde. Uiteindelijk lukt het hem in augustus die erkenning te krijgen en wordt hij ‘ontslagen’ uit Westerbork.

Zijn dochter en haar gezin worden bij aankomst in Sobibor nog dezelfde dag vermoord.

Ben Cahen

Bob Cahen moet een ondernemend en inventief iemand zijn geweest. Met alleen een EHBO-diploma van de padvinderij wist hij in Kamp Westerbork een baantje als verpleegkundige te bemachtigen, dat hij bijna anderhalf jaar had. Vaak moest hij in die functie vlak voor een vertrekkend transport achter „de joodse chef-arts dr. Spanier” aan lopen „met een koffertje medicamenten”, vertelde hij later. Iemand die „hysterisch was van angst om het naderend vertrek” moest snel een kalmerende injectie kunnen krijgen. In een in november 1942 uit het kamp verstuurde brief, vertelt Cahen over de toestanden in het Drentse doorgangskamp. Hoe het soms overvol is en onleefbaar. Dat gedeporteerden op transport moeten – of ze nu gezond zijn of behoeftig en ziek. Hij vertelt ook van iemand die zich de hals afsneed, gered werd en na herstel gewoon de trein in moest naar „de hel in Polen”. Kennis daarover was er niet echt, maar toch klopte er iets niet.

Het bracht Cahen op een idee. Na een paar maanden van treinen zien komen en gaan, viel het Cahen op dat steeds dezelfde wagons heen en weer gingen naar de kampen in Midden-Europa. In samenspraak met een paar bekenden vroeg hij gedeporteerden een reisverslag bij te houden en dat na aankomst op hun bestemming te verstoppen in een luchtrooster. Dat lukte en diverse reisverslagen kwamen terug. Hoe uniek en waardevol de reisverslagen ook zijn, helaas bevatten ze weinig nuttige informatie over de bestemming, want de verslaggevers moesten stoppen met schrijven en snel hun briefjes verstoppen voor ze uitstapten.

Op 18 januari 1944 gaat Cahen zelf op transport. Vrijwillig, want zijn moeder, Jeanette Susanna de Vries, is geselecteerd om naar Theresienstadt te gaan en Cahen kan het niet over zijn hart verkrijgen haar alleen te laten vertrekken. Samen schrijven ze een briefkaart aan Bobs zusje Nan en haar echtgenoot Joop die ze getuige de poststempel bij Sappemeer uit de trein gooien. „We gaan met veel bekenden. Mama is flink”, schrijft Bob. En mama schrijft: „God zegen jullie en tot ziens.” Mama wordt vermoord in Auschwitz, in juli 1944, Bob keert terug en zal 81 jaar worden.    

Lucas Ligtenberg: Van hier de laatste groeten. Briefkaarten uit de trein 1940-1945. Uitg. G.A. van Oorschot, 335 blz. € 23,50  

Tweede Wereldoorlog

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next