Home

Van diplomaten tot generaals: onder de Iraanse onderhandelaars zitten ook hardliners die geen enkele concessie willen doen aan de VS

Iraanse diplomatie Terwijl er nauwelijks beweging zit in de gesprekken tussen Teheran en Washington rijst de vraag of de stilstand wordt veroorzaakt door spanningen binnen het Iraanse onderhandelingsteam. Wie speelt welke rol binnen de delegatie? En wat zegt dit over de krachtsverhoudingen binnen het Iraanse regime?

Delegaties van Pakistan en Iran tijdens hun ontmoeting in Islamabad op 11 april. Naast de Pakistaanse premier Shehbaz Sharif (midden rechts) zit de Iraanse parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf.

Diplomaten of generaals? Let op wie er namens Iran onderhandelt en je weet wie het er voor het zeggen heeft.

In de twaalf jaar die het duurde om het nucleaire akkoord (JCPOA) met Iran te sluiten, van 2003 tot 2015, stuurde Teheran altijd diplomaten naar de onderhandelingstafel. Dit jaar is het hoofd van de Iraanse delegatie een generaal. Mohammad Bagher Ghalibaf leidde de 71-man sterke delegatie die begin april naar Islamabad afreisde voor de eerste directe gesprekken met de VS sinds 1979. Hij is parlementsvoorzitter, maar was eerst commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde.

Dat is geen toeval, zegt Iran-analist Shermin Amiri. Na de liquidatie van opperste leider Ali Khamenei op 28 februari is de Garde prominenter geworden in het politieke bestel. „De opperste leider speelde een belangrijke rol in het bewaken van de balans tussen de Garde en de politiek.” Die balans is nu verstoord — en de samenstelling van de delegatie maakt dat zichtbaar.

Naast Ghalibaf zitten ook Garde-veteranen Esmail Ahmadi Moghadam en Ali-Akbar Ahmadian in het team. Diplomaten zijn er ook nog: minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi en een groep onderhandelaars met ervaring in de eerdere JCPOA-gesprekken.

Een opvallende afgevaardigde is het ultraconservatieve parlementslid Mahmoud Nabavian, gelieerd aan de Paydari-factie — de stroming van hardliners die elke onderhandeling met Amerika categorisch afwijst.

De Garde geeft bewust de voorkeur aan zo’n gemengde samenstelling, stelt Iran-analist Ali Alfoneh. „In deze constructie domineert de Revolutionaire Garde de strategische besluitvorming, terwijl de civiele leiders de politieke verantwoordelijkheid dragen als de onderhandelingen mislukken.”

Een deal met de VS sluiten is één ding — haar verkopen aan de eigen achterban is even belangrijk. De aanwezigheid van Nabavian dient als signaal naar de achterban dat Iran geen grote concessies zal doen. „Zijn ideologische stroming vertegenwoordigt de hardliners die zich ’s avonds op pleinen mobiliseren”, zegt Amiri. „Die straatmobilisatie voorkomt een volksopstand.” Het onderhandelingsteam communiceert dus niet alleen met Washington — maar ook met de eigen bevolking.

Hardliners niet tevreden

Ook in het parlement roeren hardliners zich. Nabavian zei na de eerste onderhandelingsronde tegen lokale media dat onderhandelen „pure schade” oplevert en dat niemand daaraan mee zou moeten doen. De opname van het nucleaire programma in de gesprekken noemde hij een „strategische fout”. Een recente steunverklaring van het parlement aan de delegatie werd ondertekend door 261 van de 290 leden, maar niet door een groep hardliners rond de Paydari-factie.

Dat er druk wordt uitgeoefend, is te merken. Toen Araghchi eind april opnieuw naar Islamabad afreisde om de Iraanse positie toe te lichten, was Ghalibaf niet van de partij. De formele reden was dat er geen volwaardige gespreksronde met de VS gepland stond. Maar volgens Amiri is de politieke context minstens zo belangrijk. „Na de kritiek uit het hardlinerkamp was het voor Ghalibaf riskant om opnieuw het gezicht van de onderhandelingen te worden. Zijn afwezigheid verlaagde het diplomatieke profiel van de reis en bood Teheran tegelijk ruimte om naar buiten toe vol te houden dat men niet onder Amerikaanse druk onderhandelt.”

De hardliners hebben zijn afwezigheid waarschijnlijk niet rechtstreeks veroorzaakt, maar hun druk heeft wel bepaald op welk niveau Iran nog diplomatiek wil opereren.

Intussen proberen zowel president Masoud Pezeshkian als Ghalibaf eenheid uit te stralen. „In ons Iran zijn er geen hardliners of gematigden”, schreef Pezeshkian op X. Ghalibaf liet zich op 23 april in vergelijkbare bewoordingen uit: „Wij zijn allemaal Iraniërs en revolutionairen. Eén God, één leider, één natie, en één weg.”

Eén gereedschapskist

Iran-expert Damon Golriz van het Haagsch Instituut GeopolitiekNU verwerpt de conclusie dat interne kritiek betekent dat Iran werkelijk verdeeld is. Alle facetten van het regime dienen uiteindelijk hetzelfde belang: het voortbestaan van de Islamitische Republiek. Diplomaten, gematigde technocraten en hardliners zijn verschillende instrumenten uit dezelfde gereedschapskist — geen rivaliserende kampen.

Wendy Sherman, de Amerikaanse hoofdonderhandelaar bij het nucleaire akkoord JCPOA uit 2015, gaf hier onlangs in een BBC-podcast een goed voorbeeld van. Toen de parameters voor het akkoord klaar lagen in Genève, kwam Khamenei op het laatste moment met een lange lijst nieuwe eisen — mogelijk zonder medeweten van de Iraanse onderhandelaars in de zaal, aldus Sherman. De toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry werd zo boos dat hij met zijn hand op tafel sloeg — een pen vloog door de lucht en raakte Araghchi. Uiteindelijk werd het akkoord toch gesloten.

Of dat nu ook lukt, is onzeker. Na de Amerikaans-Israëlische aanval zette Iran de hakken in het zand. Het kwam met een nieuw voorstel: eerst praten over heropening van de Straat van Hormuz en de opheffing van de zeeblokkade, en pas daarna over het nucleaire programma. Daarmee zetten de Iraniërs de klok terug naar voor de oorlog, zegt Iran-analist Ali Vaez — toen zeestraat nog niet werd geblokkeerd. Voor Iran is het een lakmoesproef: als er zelfs over de Straat geen overeenstemming mogelijk is, waarom dan überhaupt verder onderhandelen?

Washington wijst het Iraanse voorstel af. Defensieminister Pete Hegseth rekent erop dat de Amerikaanse blokkade van de zeestraat Iran uiteindelijk tot een nucleaire deal dwingt. Danny Citrinowicz, senior Iran-onderzoeker aan het Institute for National Security Studies, noemt dat een misrekening. „Een blokkade zal Iran niet doen capituleren — niet op het nucleaire programma, niet op de raketten, niet op de Straat van Hormuz.”

Zolang beide partijen geloven dat de ander de zwakkere kaarten heeft, blijft de impasse in stand. Wanneer Iran en de VS weer aan tafel gaan — en óf dat gebeurt — is vooralsnog onduidelijk. Maar wie er dan namens Teheran verschijnt, generaals of diplomaten, hardliners of pragmatici, zal op zijn minst iets verraden over de verhoudingen binnen het regime.

Drie mannen, drie perspectieven

Een militair, een diplomaat en een geestelijke: het Iraanse onderhandelingsteam kent veel meer leden dan Mohammad Ghalibaf, Abbas Araghchi en Mahmoud Nabavian, maar zij drieën zijn er wel een goede afspiegeling van. Wie zijn deze mannen en waar zijn ze goed in?

RolParlementsvoorzitter en delegatieleiderLeeftijd 64 OpleidingDoctoraat politieke geografie; militair vliegbrevetIRGC-dienstjaren1980–20001997–2000: Commandant luchtmacht IRGC 2000–2005: Chef nationale politie 2005–2017: Burgemeester Teheran 2020–heden: Parlementsvoorzitter 

Een parlementsvoorzitter aan het hoofd van een onderhandelingsdelegatie lijkt wat ongebruikelijk. Maar Ghalibaf heeft iets wat de diplomaten in zijn ploeg niet hebben: het vertrouwen van de Garde. Volgens Amiri weegt dat tegenwoordig zwaarder.

Ghalibaf sloot zich op zijn achttiende aan bij de Garde en klom op tot commandant. „Hij is daarmee onderdeel van de oude garde van de Islamitische Republiek, met relevante netwerken en de steun van de Garde”, zegt analist Dina Esfandiary. Voor de Garde fungeert hij als een verzekeringspolis, aldus Amiri: iemand die waarborgt dat de onderhandelingen trouw blijven aan de revolutionaire waarden.

Die begrenzing liet hij zelf zien op de Iraanse staatstelevisie op 18 april. In een interview zei hij dat hij de Amerikaanse vicepresident JD Vance openlijk had verteld dat er „nul vertrouwen” was, en dat Washington eerst geloofwaardigheid moet opbouwen. Diplomatie, zei hij, is een voortzetting van het conflict met andere middelen — een manier om een militaire positie om te zetten in politieke uitkomsten.

Zijn invloed loopt mogelijk ook via zijn vriendschapsband met Mojtaba Khamenei, zoon van de geliquideerde ayatollah, een rol. Volgens The New York Times kwamen Ghalibaf, Mojtaba Khamenei en hun gemeenschappelijke vriend Hossein Taeb jarenlang wekelijks bijeen in het Ayatollah-complex — bekend als de ‘driehoek van de macht’.

Dat netwerk heeft hem niet altijd geholpen. Ghalibaf stelde zich vier keer presidentskandidaat – in 2005, 2013, 2017 en 2024 – maar won nooit.

De Iraanse parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf (rechts) schudt de hand van de Pakistaanse legerleider Asim Munir bij hun ontmoeting in Teheran op 16 april.

Ghalibaf schroomt niet om hard op te treden. In een uitgelekte geluidsopname vertelde hij dat hij zelf demonstranten had geslagen — rijdend op een motorfiets, met een houten knuppel — en daar trots op was. Als politiechef was hij verantwoordelijk voor de onderdrukking van de studentenprotesten van 2003. Tijdens een debat in 2013 onthulde Hassan Rouhani, die dat jaar de presidentsverkiezing zou winnen, dat Ghalibaf had voorgesteld om studenten een protestvergunning te geven – om ze vervolgens in een val te lokken.

Inmiddels heeft Ghalibaf ook een bestuurlijke kant ontwikkeld. Eerst als burgemeester van Teheran en nu als parlementsvoorzitter is hij gaandeweg ook pragmaticus geworden, zegt Amiri. 

Of hij de beslissingen neemt, is een andere vraag. „Hij is een soort oliemannetje, vanwege zijn brede netwerk binnen de Revolutionaire Garde en de politiek”, zegt Amiri. Danny Citrinowicz, een voormalig Israëlisch defensie-inlichtingenofficier, is stelliger: „Hij is een senior figuur, maar niet degene die werkelijk de macht heeft in Iran. Hij had hooguit een mandaat om te onderhandelen met duidelijk afgebakende grenzen.” De werkelijke macht ligt volgens Citrinowicz bij Mojtaba Khamenei en Garde-leider Ahmad Vahidi.

Rol: Minister van Buitenlandse Zaken Leeftijd: 63 Opleiding: BA internationale betrekkingen; MA politicologie; PhD politiek denken IRGC-dienstjaren: alleen actief tijdens de Iran-Irakoorlog1999–2003: Ambassadeur in Finland 2007–2011: Ambassadeur in Japan 2011–2013: Plaatsvervangend minister voor Azië-Pacific 2013–2021: Vice Minister van Buitenlandse Zaken; senior onderhandelaar in het Iraanse nucleaire dossier2024–heden: Minister van Buitenlandse Zaken

Op de foto’s van de eerste onderhandelingsronde in Islamabad kijken de leden van team Iran naar Ghalibaf. Maar als er iemand is die de inhoud van de onderhandelingen kent, is het de man naast hem: Abbas Araghchi, minister van Buitenlandse Zaken en een van de meest ervaren nucleaire onderhandelaars die Iran heeft. Als tiener nam hij deel aan de Iraanse Revolutie. Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak diende hij in de Garde. Vanaf 1989 bouwde hij een dertigjarige diplomatieke carrière op bij Buitenlandse Zaken.

Zijn weg naar het nucleaire dossier begon in 2003. Terwijl Jared Kushner dat jaar zijn bachelordiploma haalde aan Harvard, Steve Witkoff vastgoeddeals sloot in New York en JD Vance zich aanmeldde bij het Korps Mariniers, coördineerde Araghchi vanuit Teheran de eerste nucleaire gesprekken met het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk. Bij dat nucleaire akkoord regelde Araghchi dat het exportverbod op Iraanse tapijten naar de VS werd opgeheven. Een cadeau, zei hij zelf, voor zijn broer — die in de tapijthandel zit.

De Pakistaanse legerleider Asim Munir (midden-rechts) in gesprek met de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi (midden-links) tijdens een ontmoeting in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad op 25 april.

Zijn Amerikaanse tegenhanger bij die onderhandelingen, staatssecretaris Wendy Sherman, omschreef hem als iemand die ook persoonlijk kon zijn. Ze herinnerde zich hoe de twee elkaar foto’s lieten zien van hun pasgeboren kleinkinderen, en daarna kaarten bleven sturen voor Kerst en Nowruz, het Perzische nieuwjaar. Maar diezelfde Sherman brak in tranen uit in de laatste uren van de onderhandelingen, toen Araghchi een al afgehandeld punt opnieuw opende. Die tactiek beschreef hij later zelf in zijn boek De kracht van onderhandelen (2024): net als in de bazaar ga je door met nieuwe argumenten totdat je een betere deal hebt.

Toch zien de Amerikanen Araghchi niet als de beslisser. Volgens Axios gelooft Washington niet dat hij het mandaat heeft om zelfstandig een deal te sluiten. Zoals Iran-expert Ali Vaez stelt: „Hij is altijd een uitvoerder geweest. Niet iemand die het beleid bepaalde.”

RolparlementslidLeeftijd61Opleidingdoctoraat in de filosofie

Een opvallend lid van team Iran is het parlementslid Mahmoud Nabavian — sjiitisch geestelijke met een doctoraat in de filosofie, aangesloten bij de ultraconservatieve Paydari-fractie.

Over zijn stijl en mandaat is weinig bekend. Nabavian was er ook niet als onderhandelaar, maar als ideologische grenswachter, zegt Amiri — iemand die namens de hardliners in de gaten houdt dat de rode lijnen niet worden overschreden.

Wel staat vast dat hij een felle tegenstander is van diplomatieke toenadering tot het Westen. Zo vergeleek hij de JCPOA met het Verdrag van Torkamanchai uit 1828, waarbij Iran grote delen van de Kaukasus aan Rusland moest afstaan — tot op de dag van vandaag symbool voor nationale vernedering. En hij pleitte er openlijk voor dat Iran een nucleair arsenaal opbouwt dat gelijkwaardig is aan dat van de VS en Israël.

Geopolitiek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next