Home

Concertgebouworkest ontdekt nieuwe werelden met dirigent Raphaël Pichon

Muziek Dirigent Raphaël Pichon ontsloot met het Concertgebouworkest de poorten van hel en hemel in zijn eigen versie van Dante’s Goddelijke Komedie. Ze maakten een onvergetelijke reis door de opera’s van de Franse barokcomponist Jean-Philippe Rameau.  

Raphaël Pichon dirigeert het Concertgebouworkest, met onder anderen sopraan Julie Roset.

Klassiek

Stéphane Degout (bariton), Julie Roset (sopraan) & Concergebouworkest o.l.v. Raphaël Pichon met Rameau, Gluck en Rebel. Gezien: 1/5 Concertgebouw, Amsterdam. Terug te luisteren bij het zondagmiddagconcert van www.npoklassiek.nl.

Toen dirigent Nikolaus Harnoncourt halfweg de jaren zeventig kwam, zag en overwon bij het Concertgebouworkest, opende zich een nieuwe wereld voor de musici. „Zijn voorgangers poetsen een Mozart-symfonie altijd net zolang op tot alle noten blonken”, drukte oud-hoboïst Jan Kouwenhoven het eens uit. „Maar Harnoncourt nam ons mee het hart van het drama in.”

Wanneer bij het maken van een album de opnameleider opperde dat het orkest niet helemaal „gelijk” was, blafte Harnoncourt terug: „Aber das soll gar nicht zusammen sein!” Schoonheid – lees: technische perfectie – kon geen doel op zich zijn, alles stond in dienst van het verhaal en de zeggingskracht van de muziek.

Deze anekdote drong zich vrijdag op bij het Concertgebouworkest-debuut van de Franse dirigent Raphaël Pichon, die met zijn eigen ensemble Pygmalion nog nieuwe dramatische dimensies weet te vinden in ‘uitgebeende’ meesterwerken als Mozarts Requiem en de Bach-passies. Je kan hem op dit moment gerust de zonnekoning van de oude muziek noemen. Die reputatie maakte hij waar, ook met het Concertgebouworkest in een mooie eigen vertelling, opgebouwd met fragmenten uit opera’s van de Franse barokcomponist Jean-Philippe Rameau (1683-1764).

Pichon smeedde bijna twintig van diens stukken – aangevuld met twee Glucks en één Rebel – tot een variant op de Goddelijke Komedie van Dante: een reis naar drie mythische oorden: de onderwereld, de velden der vergetelheid en de Olympus, hemel en woonplaats van de goden. Pichon pakte vooraf de microfoon om zijn liefde te verklaren aan de „vergeten” Rameau, een genie zo mager dat men hem orgelpijp noemde, een theoreticus die de wetten van de harmonie vastlegde in een boek om daarna in de praktijk vooral tegen die wetten te zondigen, en een componist wiens eerste opera – pas geschreven op zijn vijftigste – Parijs in een muzikale burgeroorlog stortte. Geen kunst met de hoofse vormelijkheid die je zo vaak in de Franse barok tegenkomt, maar „muziek van vlees en bloed”, benadrukte Pichon.

Dramatisch vuur

De dirigent liet dat niet alleen in woord maar ook in daad horen. Hij maakte van de avond een avontuurlijke ontdekkingstocht voor het Concertgebouworkest, dat met dramatisch vuur de hel, de gelukzalige velden en de Olympus verkende. De strijkers zweepten – Pichon joeg ze diep de snaren in – slagwerk en koper donderden en stormden en de houtblazers kreten, maar de fluit van Emily Beynon, de fagot van Gustavo Nuñez en sopraan Julie Roset lieten daarna smekend, teder of vreugdevol de wolkenlucht weer openbreken. Miro Petkov ontsloot op zijn trompet de hemelpoorten. Ook bariton Stéphane Degout was op zijn plek met een stem die geen aanloop nodig had voor de sprong in het drama. Zijn eerste twee zinnen („Onze woede is niet vergeefs, de hel gaat spreken, laten we luisteren”) van enkele tientallen seconden vormden een indrukwekkende opmaat voor de muzikale clusterbom van ‘De Chaos’ uit Les Élémens van Rebel.

Alle puzzelstukken pasten volmaakt bij verhalenverteller Pichon. Hij liet – zoals Harnoncourt voorheen – het Concertgebouworkest nieuwe werelden ontdekken.

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next