Caro Verbeek | geurhistoricus Als je ruikt ga je beter kijken. Caro Verbeek houdt zich bezig met de overlap tussen reuk en andere zintuigen. „Sommige geuren blijven honderden jaren intact.”
Caro Verbeek in Kunstmuseum Den Haag, met in haar hand de ‘Odophone’, een kunstwerk dat de connectie tussen geur en gehoor uitbeeldt.
Geurhistoricus Caro Verbeek moet haar neus blijven trainen. Thuis bouwt ze al vijfentwintig jaar een geurenarchief op. In Tupperware-bakjes bewaart ze flesjes met geurende planten en harsen, ernaast staat een historische parfumcollectie. Haar zevenjarige zoontje vraagt geregeld: „Mama, zullen we samen geuren herkennen in je archief?”
Een herwaardering van ons reukzintuig, daar pleit Verbeek (1980) al jaren voor. Als universitair docent olfactorisch erfgoed aan de Vrije Universiteit onderzoekt ze hoe kunstenaars geur gebruiken in hun werk en reconstrueert ze hoe het vroeger moet hebben geroken. Ze richtte een vak op over analytisch ruiken, geeft geurige lezingen, en tijdens corona organiseerde ze ‘keukenkastjes-sessies’ via Zoom, waarin ze met deelnemers geuren uit keukenkastjes onderzocht. In de exposities die ze maakt als conservator voor verschillende musea wordt de neus van bezoekers nooit met rust gelaten.
Voor haar proefschrift (uit 2020) ontwierp ze met geurproducent IFF geuren bij schilderijen van het Rijksmuseum en onderzocht het effect daarvan op bezoekers. Je gaat beter kijken van ruiken, was haar conclusie. „Neem bijvoorbeeld de Slag bij Waterloo van Jan Willem Pieneman. Bezoekers kijken opeens meer naar de donkere lucht op het schilderij, want in het parfum zit de geur van regen. Ze letten meer op de grond, want er zitten ook tonen van natte aarde in. En door de geur van angstzweet kijken bezoekers beter naar de uitdrukkingen van de mensen én dieren op het kunstwerk. Dan valt opeens op dat de soldaten heroïsch zijn afgebeeld, terwijl alleen de paarden in paniek zijn.”
De laatste tijd houdt Verbeek zich veel bezig met de overlap tussen reuk en andere zintuigen. Vorige week opende een door haar gecureerde tentoonstelling in het Kunstmuseum Den Haag. Bezoekers kunnen onder andere ondervinden hoe geur invloed heeft op hun perceptie van muziek. „Een primeur voor een Nederlands museum.”
„Dat is een heel specifiek moment geweest, zo’n vijfentwintig jaar geleden. Met mijn eindexamenjaar van de master kunstgeschiedenis bezochten we de Biënnale van Venetië. Al bij de ingang rook ik een heel sterke, kruidige geur, waar ik me aan stoorde. Ik dacht dat de curatoren een chic diner hadden gehad, waarvan de specerijenlucht was blijven hangen. Maar de geur bleek afkomstig van een immersief kunstwerk, genaamd We Fishing the Time van Ernesto Neto. Voor het eerst realiseerde ik me: geur kan ook kunst zijn.”
„Ik gebruik neusgetuigenverslagen, zoals ik ze noem. Mensen praten over geuren in egodocumenten als dagboeken en brieven, of in receptenboeken, reclames en affiches. Soms gebruik ik de methode gaschromatografie. Bij een oude parfumfles, waar schijnbaar niets meer in zit, kun je via fysische processen toch achterhalen welke moleculen ooit in de fles hebben gezeten. Een soort geurarcheologie. En dan mijn favoriet: je eigen neus gebruiken. Ik steek mijn neus in archieven, in depots, in allerlei flessen, om te achterhalen hoe iets geroken heeft, of zelfs nog steeds ruikt. Sommige geuren blijven honderden jaren intact.”
„Eeuwenlang werd de reuk heel bewust ingezet, onder andere om ziektes te diagnosticeren en te genezen door daarvoor opgeleide dokters, om kwaad te weren, en om te communiceren met God.
„Vanaf eind negentiende eeuw kreeg reuk een minder belangrijke rol. Verlichte denkers noemden reuk, smaak en tast al de ‘lagere zintuigen’. Sigmund Freud gaf een genadeklap, door te stellen dat de ‘dierlijke’ reukzin overbodig werd toen de mens rechtop ging lopen. Kijken werd verheven tot primaire informatiebron. De opkomst van media droeg verder bij aan een visueel ingestelde maatschappij. Radio, kranten, tv en internet kunnen geen geuren verspreiden. Sommige mensen geloven nog steeds dat ons reukorgaan onderontwikkeld is, terwijl we juist een heel goede neus hebben.
„Sinds enkele jaren is geur gelukkig weer populair onder kunstenaars en kunsthistorici. Ook museumprofessionals omarmen het zintuig nu. Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat een zintuiglijke benadering kunst en geschiedenis voor iedereen toegankelijker maakt. Door geur te introduceren, beklijft informatie beter. Geen enkel zintuig roept zo sterk emoties en herinneringen op als geur, waardoor je je meer verbonden voelt met de verhalen die worden verteld.
„We ruiken allemaal, de hele dag, maar we hebben er de juiste woorden niet meer voor. Daar probeer ik met mijn werk verandering in te brengen. De woorden bestaan al, ik put voornamelijk uit historische geurvocabulaires en receptenboeken. Ik leer mensen ze opnieuw toe te passen.”
„In deze tentoonstelling over muziek en instrumenten focus ik op de interactie tussen reuk en andere zintuigen. In historische bronnen wordt synesthesie, het vermengen van zintuiglijke waarnemingen, al honderden jaren gebruikt om geuren te beschrijven. De connectie tussen smaak en geur is bekend, maar synesthesie is ook het ruiken van kleuren, of het zien van geluid. De meeste mensen weten intuïtief het antwoord op de vraag: ‘Wat ruikt als een lagere noot, teer of roos?’
„In de tentoonstelling kunnen bezoekers luisteren naar een historisch muziekstuk van Claude Debussy of een modern stuk van Ibo Bakker, terwijl ze drie verschillende geuren ruiken. De zogenoemde majeurakkoordgeur is vol en diep, de geur bij het mineurakkoord ruikt licht en ijl, en die voor de losse noot C is geen samenstelling maar de enkele geur van jasmijn. De bedoeling is dat bezoekers op andere klanken in de muziek letten, afhankelijk van welke geur ze ruiken.”
„Het is de eerste keer dat ik smound heb gebruikt in een expositie. Hoewel het geen nieuw idee is, want zelfs Wagner baseerde zijn muziek op geuren die hij in zijn studio verspreidde. De tentoonstelling gaat uit van de geurnootladder van chemicus en parfumeur Septimus Piesse, die in 1862 al opmerkte dat wat we ruiken beïnvloedt wat we horen, en andersom.”
„Ik denk nu niet meer dat we een geurmuseum nodig hebben. Dan zonder je het reukorgaan af, terwijl we de wereld waarnemen met al onze zintuigen. In de kunst worden die nog te vaak van elkaar gescheiden. Ik wil die multizintuiglijke context herstellen, juist in bestaande musea.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin