Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
We stapten uit op Amsterdam Centraal. ‘Weet je’, zei mijn vriend terwijl we over het perron liepen, ‘ik vind het teleurstellend hoe weinig mensen op mijn liedje hebben gereageerd.’ Hij had het over My Neck, My Back (Lick It) van Khia. Hij had een link naar het liedje in onze appgroep gepost. Ik ken het liedje, omdat het al een jaar of twintig oud is en vooral vanwege de zinsnede: My neck, my back. Lick my pussy and my crack.
‘Ja, ik kende hem dus al’, zei ik.
‘O, echt?’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Na een paar minuten wandelden we over de Nieuwezijds Voorburgwal. ‘Hier heb ik ooit een heel portiek volgescheten’, zei mijn vriend. Waar precies wist hij niet meer.
Hij speurde de gevels af. ‘Het moet hier ergens geweest zijn.’
‘Wat was er ook alweer gebeurd?’, vroeg ik.
‘Vlees’, mijmerde hij hoofdschuddend. ‘Te veel vlees’. Zijn vrouw en hij waren uit eten geweest. ‘Mijn maag begon al op te spelen in de trein terug naar Amsterdam. Maar ik weigerde om in een wc in de trein te schijten.’ Omdat ze zelf destijds op de Nieuwezijds Voorburgwal woonden, dacht hij dat hij het nog wel zou kunnen volhouden tot ze thuis waren.
Wat mijn vriend die avond op vernederende wijze leerde, was dat je nooit de strijd met de kringspier moet aangaan. De kringspier wint die altijd. ‘Ik denk dat het hier was.’ Hij wees een portiek aan dat net onder straatniveau lag.
Hij liep ernaartoe en probeerde te reconstrueren wat er gebeurd was. Met zijn beide handen hield hij zich vast aan de trapleuningen aan weerszijden van het portiek en hurkte. Hij stond weer op en liep nu naar de stoep, waar hij naar zijn vorige zelf wees en hardop lachte. Dat was hoe zijn vriendin erbij had gestaan: wijzend en lachend naar haar liefde, overmeesterd door zijn eigen peristaltiek.
Het was het meest gênante moment uit zijn leven, vertelde hij. Maar ook een van de Grote Herinneringen, in het geheugen gebeiteld. Als zijn kinderen oud genoeg zijn om de omvang en de betekenis te begrijpen, zal hij ze hier mee naartoe nemen. En zij hun kinderen.
Uren later, nadat we hadden gegeten en gedronken, liepen we weer terug naar het station. De cocktails als brandstof voor een gesprek over vrouwelijk leiderschap. ‘Nee!’, riep hij midden in een zin. Ik schrok.
Een uitgestrekte, trillende vinger wees naar een donker portiek vlak naast een coffeeshop. ‘Hier was het.’ Daar was het. We keken en knikten respectvol. Als je heel goed luisterde, kon in het verste verleden zijn darmen horen rommelen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant