Ajax - PSV (2-2) was een kans voor de thuisploeg op een psychologische oppepper. Kampioen PSV leek lange tijd niet vooruit te branden. Maar Ajax-coach Oscar García miste het lef van collega Peter Bosz.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Eerbetonen genoeg voor kampioen PSV zaterdagavond in de Johan Cruijff Arena. Neem de angst van Ajax-coach Oscar García. Hij modelleerde zijn ploeg naar de gehavende en van echte scherpte gespeende tegenstander, maar Ajax kwam niet verder dan een benauwd gelijkspel (2-2) dankzij de ultralate gelijkmaker van Mika Godts.
Het thuispubliek ging nog vrolijk naar huis om zich daar, of al onderweg, te realiseren dat Ajax er maar weinig mee opschoot in de jacht op een plek in de Champions League of de voorrondes daarvan.
Voor de wedstrijd klonk het lied Een bossie rode rozen. Je zou er een serenade in kunnen zien voor de coach van PSV, Peter Bosz. Hij was negen jaar geleden Ajax-coach tijdens een spektakelseizoen waarin ‘lef’ en ‘voetbalplezier’ in het spel gekerfd stonden. Nu kwam Bosz om een laatste hiaat in zijn carrière als eredivisiecoach uit te gummen: winnen bij Ajax.
Lukte dus net niet. Typisch Bosz: hij was na afloop bozer over het spel van zijn ploeg in het eerste uur dat hij als ‘dramatisch’ betitelde. PSV is allang kampioen, en was een paar dagen naar Ibiza geweest. Bosz ergerde zich zaterdagavond alsnog aan de vele ballen breed en terug, gespeeld op een te laag tempo of niet op het juiste been. Met een gezicht vol afschuw: ‘Zo kan ik ook nog wel meedoen.’
Wisselspelers Dennis Man, Myron Boadu, Noah Fernandez en Sergino Dest brachten wel de juiste energie en zorgvuldigheid waar de rest zich in het laatste half uur aan optrok. Zo leerde Bosz lessen voor volgend seizoen. PSV wil weer doorselecteren. Onder anderen Couhaib Driouech, Yarek Gasiorowski, Esmir Bajraktarovic en Kiliann Sildillia vielen door de mand, al kijkt Bosz verder dan één wedstrijd.
Bosz legt de lat hoog, dat weten ze bij Ajax nog wel, waar zijn oude werkvriend Jordi Cruijff als technisch directeur is neergestreken. Hij posteerde García als nieuwe interim-coach. Die manifesteert zich vooralsnog meer als een puinruimer dan als een herschepper van oogverblindend spel. Daarvoor mist dit Ajax de fysieke voorwaarden, constateerde García eens te meer.
Daarom koos hij vooral voor strijders in plaats van artiesten. Liefst zeven spelers waren gericht op tegenhouden en rennen in plaats van aanvallend iets vernuftigs creëren. Niet erg Cruijffiaans. Het was allemaal vrij statisch, voorspelbaar en voorzichtig, terwijl er genoeg ruimte lag.
Winst met goed voetbal op dit lamentabele PSV zou een enorme psychologische oppepper zijn geweest voor Ajax. Niet alleen richting de laatste wedstrijden van dit seizoen, maar ook richting volgend seizoen.
Maar García koos voor Youri Regeer en Jorthy Mokio als middenvelders met Ko Itakura daar als breekijzer nog achter en hield de creatievelingen Oscar Gloukh, Rayane Bounida en Sean Steur langdurig op de bank. Centrumverdediger Itakura moest spelen o,mdat spits Wout Weghorst ziek was. Anders had hij te weinig goede koppers was García’s uitleg.
Dat er bij de uitbuikende kampioen nogal wat kopstukken (Ismael Saibari, Ivan Perisic, Jerdy Schouten) ontbraken, hinderde niet. García bleef hameren op de achterstand van 23 punten. Hij moest dus wel voorzichtig zijn en vond dat de eerste helft zijn gelijk bewees. Toen was Ajax ‘erg goed’, vond de coach.
Dat viel enorm mee. Als Ajax volgens de oude standaarden zou schiften, bleven er weinig spelers over. Youri Baas, Kasper Dolberg en Lucas Rosa manifesteerden zich tegen PSV. Vooral Dolberg was ouderwets goed. Handig doortikkertje hier, balletje achter het standbeen daar, slimme loopacties, zelfs een kordate tackle; de Deense spits toonde zijn brede arsenaal dat zo vaak verstopt blijft.
Mika Godts was tegen PSV minder zichtbaar, maar toonde in de 92ste minuut alsnog zijn klasse met een doeltreffende volley. Hij zal vertrekken, zodat Ajax cash heeft om de markt op te gaan. Spelers van wie Ajax af wil, leveren veel minder op.
Ajax - PSV was een pseudotopper, iets wat al voel- en zichtbaar was voor de wedstrijd in en rond het stadion. Het was rustig, het was tam. Ajax begroette kampioen PSV met een erehaag, althans de spelers deden dat. De fanatiekste Ajax-supporters stonden met hun rug naar het tafereel toe en floten de lippen kapot. Ze konden blijven fluiten, want hun favorieten gaven PSV in de eerste speelminuut ook nog een treffer cadeau, uitgerekend na een opeenstapeling van fouten bij hoge ballen.
Ajax was even groggy, ontheemd, hopeloos. Alsof de spelers dachten: hé, de trainer voegt een sterke kopper toe, maar we verliezen alsnog alles door de lucht en de organisatie klopt ook van geen kant. PSV kon toen voor de knock-out gaan, maar Driouech miste zowat voor open doel.
Bij PSV ontbrak de urgentie. Het leek soms een beetje op veteranenvoetbal, althans als je het vergelijkt met grootse wedstrijden als PSV - Napoli, Liverpool - PSV en PSV - Feyenoord. De buit is allang binnen, en werd getoond in het doorlopend zingende uitvak in de vorm van diverse (kartonnen) kampioensschalen.
Ajax kon zo weer in de wedstrijd komen. Anton Gaaei mocht in de 11de minuut in alle rust aannemen en uithalen. De Deen is misschien geen kundige verdediger, zo bewees hij ook zaterdagavond meermaals, maar hij blijft draven en kan goed schieten.
Daarna doofde de wedstrijd steeds meer uit. Wissels brachten vers elan. In de 78ste minuut frommelde Myron Boadu op aangeven van Dennis Man de 1-2 binnen. Weer kreeg PSV kansen op een grotere voorsprong. Tot Gaaei weer eens oprukte, schoot, Matej Kovár redde, maar Godts volleerde. Het volk zoog de zeldzame brille gulzig op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant