Heksenwandeling In Roermond moet een Nationaal Heksenmonument voor slachtoffers van vervolging verrijzen. Daar werden in 1613 en 1614 de meeste heksenprocessen van heel Nederland gehouden. De locatie van het monument is nog onzeker. „De bisschop wil niet dat het op gewijde grond komt.”
Standbeeld van sprookjesheks Hiacinthe in Roermond.
Om teleurstelling te voorkomen, trapt Harrie Heldens de heksenwandeling af met een disclaimer. „U snapt wel dat we onderweg geen heksen meer tegenkomen”, zegt de stadsgids midden op de Markt in Roermond tegen twaalf toehoorders. „We gaan ook geen mensen verkleden of zo.” Eerdere deelnemers bleven weleens teleurgesteld achter na de rondleiding, omdat ze in anderhalf uur tijd geen tarotkaart hadden gezien, licht hij toe.
Bij de afgesloten ingang van een voormalige kerker naast het stadhuis, de eerste stop, legt Heldens uit hoe de wipgalg werkt. In het cachot staat een replica. Vermeende heksen (onder anderen) werden hierbij aan hun op de rug vastgebonden handen omhooggetakeld. Dan zouden ze hun verbond met de duivel wel opbiechten, was het idee.
„Eerst scheuren de pezen van je schouderbladen af, vervolgens gaan je armen uit de kom”, legt de stadsgids het martelproces uit. „Als ze een steen aan je voeten hangen, kun je ongeveer zes centimeter uitrekken. Dan scheuren wel je darmen van het buikvlies.” De gezichten van de toehoorders vertrekken. Binnenkort komt er ook een kindvriendelijke tour, zegt Heldens als hij naar de volgende stop beent.
Vroeger was de heksentocht lolliger, maar na kritiek van de Stichting Nationaal Heksenmonument werd de rondleiding vorig jaar aangescherpt: géén ‘heksendans’ met deelnemers meer. De stichting, onder leiding van theatermaker Manja Bedner en schrijvers Susan Smit en Bregje Hofstede, wil een standbeeld optuigen in de stad, waar in 1613 en 1614 de grootste heksenprocesreeks zich voltrok in wat nu Nederland is, voor álle slachtoffers in de Lage Landen.
In Rusland waren juist meer mannen slachtoffer van de vervolgingen, vertelt stadsgids Harrie Heldens.
Bedner ontdekte dat in haar dorp de eerste als toveres bestempelde vrouw in Nederland werd verbrand. Aan die vrouw, de in 1472 vermoorde vroedvrouw Aleyda, heeft ze een theatervoorstelling gewijd: De Heks van Almen (vanaf mei weer te zien). Na het toneelstuk wordt deelnemers gevraagd een kaarsje aan te steken bij een (meegebracht) gedenkteken. Mede daardoor ontstond de wens voor een nationaal monument.
Van de vijftiende tot de zeventiende eeuw, tijdens de piek van de vervolgingen, werden in Europa vermoedelijk vijftig- à zestigduizend mensen gedood die als heks werden weggezet. Circa driekwart van de slachtoffers was vrouw. In onder andere Rusland waren juist meer mannen slachtoffer, vertelt Heldens. Toen overheden stopten met het verbranden van vermeende heksen, deden burgers het zelf. In het Verenigd Koninkrijk werden verre nazaten van slachtoffers nog tot begin twintigste eeuw in elkaar geslagen.
Met vlotte tred gidst Heldens, in zwart fleecejack en met bruine puntschoenen, de toehoorders door de oude binnenstad. Haast is geboden om de tweede groep van zestien heksenwandelaars niet voor de voeten te lopen. De wandeling is populair, zegt Heldens, die van vrouwengenootschappen ook geregeld aanvragen voor privérondleidingen ontvangt.
Deelnemers noemen de aantrekkingskracht van ‘het mystieke’ als reden voor deelname. „Misschien ben ik ooit een heks geweest”, zegt deelnemer Sandra Bidlot. Als kind had ze „heel veel” nachtmerries. Ze schreeuwde dikwijls „moord en brand” en wekte daarmee haar hele ouderlijk huis. Daarom denkt ze weleens: „In een vorig leven heb ik zelf op de brandstapel gestaan.”
Bij zijrivier de Roer houdt de groep halt. Er werd geloofd dat heksen naar een heksensabbat vlogen om „geslachtsverkeer” met de duivel te hebben, vertelt Heldens. „Wat natuurlijk de grootste onzin is, maar men geloofde dat verhaal wél.” Die complottheorie zorgde ervoor dat slachtoffers andere onschuldigen, die ook bij ‘de sabbat’ aanwezig zouden zijn geweest, moesten aanwijzen.
Niet alle stadsgidsen willen de heksenwandeling leiden, zegt Heldens. Er staat in Roermond weinig uit de zeventiende eeuw overeind. „Ik moet het echt van het verhaal hebben”, zegt hij. De Rattentoren, een overblijfsel van de middeleeuwse vestingwerken dat in verval raakte en zodoende een tijd ongedierte huisvestte, staat er nog wel. In de toren, met puntdak in de vorm van een ‘heksenhoed’, werden als heks bestempelde mensen opgesloten en gemarteld. Wie de folteringen overleefde, eindigde op de Galgenberg verderop.
De Rattentoren leek een geschikte locatie voor het Nationaal Heksenmonument. Maar, vervolgt de 73-jarige stadsgids, de Sint-Christoffelkathedraal die de grond in bezit heeft, weigerde: „De bisschop is wat dat betreft wat traditioneel.” Die wil niet dat het monument op gewijde grond komt. Op de plek waar nu een perkje ligt, was vroeger een begraafplaats.
De Rattentoren, waar de ‘heksen’ vroeger werden opgesloten.
De Stichting Nationaal Heksenmonument hoopt dat Roermond uiterlijk half mei duidelijkheid verschaft over een nieuwe locatie. De initiatiefnemers willen het monument van vermoedelijk tweeëneenhalve meter hoog eind dit jaar oprichten, maar moeten eerst nog flink wat fondsen werven: van de benodigde ton is circa de helft opgehaald. Ook is nog geld nodig voor educatiemateriaal.
Met het monument hoopt de stichting bewustzijn te kweken over de gevolgen van deze traumatische periode. „En ook eerherstel te geven voor hetgeen we mogelijk onderdrukken in onszelf”, zegt Bedner aan de telefoon.
Uit angst voor de brandstapel leerden vrouwen volgens haar gedrag aan om zichzelf te beschermen dat tot de dag van vandaag doorwerkt. „Veel vrouwen voelen nog steeds onbewust de noodzaak om zich achter een man te verschuilen, durven geen grote mond te hebben en ontkennen de eigen intelligentie”, aldus Bedner.
„Pas als je herkent door welk trauma de overlevingsmechanismen ontstonden”, vervolgt Bedner, „kun je werkelijk helen en die mechanismen doorzien en loslaten.”
Verder hoopt de stichting dat het gedenkteken helpt om scholieren meer bij te brengen over de geschiedenis van femicide. „Toen was femicide heel makkelijk”, volgens Bedner. „Een man hoefde bij wijze van spreken een vrouw alleen maar als heks aan te geven en het was gepiept.”
Bij elke feministische golf zie je de populariteit van de heks als type of symbool toenemen, zegt historicus Kristof Smeyers van de nieuwe leerstoel Hekserij in de Lage Landen van de KU Leuven. In de Verenigde Staten verkleedden feministen zich in de jaren zestig als een stereotiepe heks met puntmuts en kat. Activisten tonen tegenwoordig protestborden met de leus ‘We are the great-granddaughters of the witches you couldn’t burn.’
Als Smeyers zalen toespreekt, brengt altijd wel iemand uit het publiek het bekende, rechtlijnige verhaal over heksenvervolgingen in: slachtoffers waren sterke, rebelse vrouwen, woonden aan de rand van het bos en hadden veel kennis over geneesmiddelen. Ze zouden systematisch zijn uitgemoord door mannelijke machtswellusten, vaak gelieerd aan de Katholieke Kerk. „Een heel aantrekkelijk verhaal, maar het houdt op basis van de bronnen geen steek”, aldus Smeyers.
Natuurlijk kende de zeventiende eeuw een ‘manosfeer’, vervolgt Smeyers. Maar die als oorzaak aanwijzen voor heksenvervolgingen, doet onrecht aan de geschiedenis en slachtoffers. Het fenomeen vrouwenhaat heeft veel diepere historische wortels, zegt hij.
De Stichting Nationaal Heksenmonument stelt dat misogynie een grote rol speelde bij de heksenvervolgingen. De Kerk legde eerst met de bul van paus Innocentius VIII en vervolgens met De Heksenkamer (een handboek voor heksenjacht) de voedingsbodem voor de vervolgingen, aldus de stichting.
De Katholieke Kerk vervulde niet de rol die haar doorgaans wordt toegedicht, nuanceert Smeyers. De inquisitie tikte de auteur van De Heksenhamer op de vingers. Burenruzies, pech, (misogyne) angst en oprechte vrees voor de duivel leidden tot de chaotische, plots opstekende heksenvervolgingen, legt de geschiedkundige uit. Maar als hij en collega-historici dergelijke nuances pogen aan te brengen, botsen ze bij leken vaak op een muur van halsstarrigheid, zegt hij.
Illustratie van een vermeende heks die wordt onderworpen aan de waterproef.
Heksenvervolgingen behoren overigens niet tot het verleden. De VN-Mensenrechtenraad slaat jaarlijks alarm over vervolgingen in onder meer Europa, Noord-Amerika, Azië en Afrika, waarbij bijvoorbeeld mensen met albinisme worden toegetakeld of vermoord. Een verschil met de vroegmoderne tijd: tegenwoordig is het lynchen vanwege ‘hekserij’ meestal strafbaar, aldus historicus Smeyers.
Smeyers merkt dat huidige heksenvervolgingen worden aangegrepen om vermeende culturele verschillen tussen bevolkingsgroepen aan te zetten en vijandbeelden te creëren. In westerse media en in rechtszaken worden heksenvervolgingen neergezet als probleem van ‘slecht geïntegreerde’ minderheidsgroepen, zegt hij. Er was vorig jaar bijvoorbeeld veel aandacht voor een Surinaams winti-ritueel in Rotterdam, waarbij een achttienjarige vrouw vanwege haar auto-immuunziekte zwaar werd toegetakeld.
„Hetzelfde soort geweld komt echter ook nog steeds bij witte, West-Europese, christelijke gemeenschappen voor”, aldus Smeyers. „Maar die zaken krijgen aanzienlijk minder aandacht. Het rijmt niet met de westerse blik.”