Home

Anne Frank is ‘verdraaid, vervormd, veranderd in kitsch en arrogant ontkend’, aldus biograaf Ruth Franklin

Anne Frank was niet alleen een historisch figuur, ze is ook tot icoon gemaakt. De veelgeprezen biograaf Ruth Franklin streeft ernaar Anne weer zichzelf te laten zijn. ‘Zo veel mensen proberen haar woorden in allerlei bochten te wringen zodat ze bij hun eigen boodschap passen.’

Ze excuseert zich voor het lawaai, maar het is even niet anders. Net voordat dit interview begon, kreeg de Amerikaanse schrijver Ruth Franklin namelijk een berichtje op haar Home Front Command-app over naderende raketten. Advies: ga naar de schuilkelder.

‘Kijk’, zegt ze terwijl ze haar laptop van links naar rechts beweegt in een poging de ruimte onder haar appartementencomplex te laten zien. De meeste buren staren routineus naar hun telefoons. Ze zitten hier wel vaker.

Het was de bedoeling dat dit interview plaatsvond in Amsterdam, waar Franklin (51), als biograaf van Anne Frank, in gesprek zou gaan met onder anderen Arnon Grunberg over de manier waarop de interpretatie van Franks dagboek door de geschiedenis heen continu verandert. Alleen ging dat gesprek niet door vanwege de oorlog in Iran. Hoewel Franklin normaal gesproken namelijk in New York woont, verblijft ze gedurende dit schooljaar samen met haar gezin in Tel Aviv, waar veel van haar familie woont. ‘We hebben achteraf gezien nogal het jaar daarvoor uitgekozen. Maar het stond al veel langer gepland, vanwege persoonlijke redenen. Dus het is wat het is. Zal ik anders even in een rustiger hoekje gaan zitten? Dat praat wat makkelijker.’

Zou het helpen om het interview op een later moment te doen?

‘Nee, het luchtalarm gaat om de haverklap af hier, dus dat heeft geen zin. Bovendien is de wifi hier prima.’

Ruth Franklin, literair criticus van het Amerikaanse tijdschrift The New Republic, schreef eerder een veelgeprezen biografie van Shirley Jackson, de griezelschrijver van onder meer The Haunting of Hill House. Die schrijversbiografie smaakte naar meer, veel meer zelfs, en dus richt ze zich ditmaal op de auteur van het bestverkochte non-fictieboek aller tijden: Anne Frank.

Of misschien specifieker: ze richt zich in haar biografie De vele levens van Anne Frank op zowel Anne Frank als ‘Anne Frank’. Dat betekent: ze richt zich zowel op Franks daadwerkelijke, historische leven als op de manier waarop ze in de decennia na haar dood is ‘verdraaid, vervormd, veranderd, verraden, vernauwd; is geïnfantiliseerd, veramerikaniseerd, gehomogeniseerd, sentimenteel gemaakt, vervalst, in kitsch veranderd en eigenlijk schaamteloos en arrogant ontkend’.

Anne Frank is naast historisch figuur namelijk ook een toneelstuk op Broadway en een film in Hollywood. Ze is een Halloweenkostuum dat om de zoveel jaar weer opduikt, een sticker die supporters van AS Roma maakten in de kleuren van hun tegenstander Lazio. Anne Frank werd tijdens de Gaza-oorlog door een Noorse straatkunstenaar afgebeeld met een keffiyeh, dook op tijdens anti-apartheidprotesten in Zuid-Afrika.

Anne Frank is, met andere woorden, een wereldwijd icoon van ongekende omvang en wordt daardoor, zo stelt Franklin, door zo veel bewonderaars geïnterpreteerd dat de daadwerkelijke Anne Frank inmiddels verstopt zit achter een waas van beelden. ‘Zij is niet meer zomaar een jong meisje dat vrouw wordt, en schrijft om zin te geven aan wrede opsluiting, maar is een heilige geworden van de adolescentie, een fervent feministe, een literair wonderkind, een voorvechter van religieuze en raciale gelijkheid.’

‘Ik streef ernaar Anne weer zichzelf te laten zijn’, schrijft u ergens in uw boek. Was dat het voornaamste doel van deze biografie?

‘Als biograaf vind ik het belangrijk om de mythen over iemands leven te scheiden van de realiteit. En zeker rondom Anne Frank hebben zo verschrikkelijk veel mensen geprobeerd namens haar te spreken, of haar woorden in allerlei bochten gewrongen zodat ze bij hun eigen boodschap passen. Ik wilde die verschillende werelden graag weer van elkaar scheiden.

‘Ik leg in mijn boek daarom eerst uit wie Anne Frank was als historisch figuur en in deel twee laat ik vervolgens zien op welke verschillende manieren ze na haar dood tot icoon is gemaakt. Het eerste deel van het boek is daarom een meer traditionele biografie: van haar kindertijd in Frankfurt, haar periode als jonge vluchteling in Amsterdam en het leven in het Achterhuis tot uiteindelijk haar verschrikkelijke dood in Bergen-Belsen. In het tweede deel van het boek beschrijf ik de vele levens, of identiteiten, die aan Anne zijn toegekend na die dood. Dan wordt het dus meer een culturele geschiedenis over het idee ‘Anne Frank’ en de manieren waarop dat idee door de tijd heen is veranderd, ontwikkeld, gebruikt en ook misbruikt.’

U beschrijft Anne als kind, als vluchteling, als geliefde en gevangene, maar ook Anne als auteur, als celebrity, als ambassadeur, als personage in fictie en als pion in de politieke wereld. Welke van die vele levens van Anne Frank is u eigenlijk het meest dierbaar?

‘Dat is zonder twijfel Anne Frank als kunstenaar. Ik vermoed dat nog steeds heel veel mensen niet weten in hoeverre zij haar eigen dagboek bij leven heeft bewerkt en herzien. De meeste mensen weten wel dat haar vader Otto bepaalde passages heeft aangepast – daar is hij later ook behoorlijk om verguisd – maar Anne zelf heeft nog veel meer aangepast. Ik plaats haar dan ook heel bewust in een rijtje van beroemde dagboekschrijvers als Anaïs Nin, Susan Sontag, Virginia Woolf en andere vrouwelijke auteurs die over het zeldzame talent beschikken hun eigen persona te creëren in hun dagboeken. Net als die andere schrijvers dacht Anne Frank heel bewust na over wat ze schreef. Ze schreef niet als pubermeisje, maar als een volleerd auteur.’

Dat was overigens niet altijd zo. Pas na een oproep in maart 1944 van de Nederlandse minister van Onderwijs in ballingschap Gerrit Bolkestein (1871-1956) op Radio Oranje, waarin hij Nederlanders vroeg hun papieren te bewaren zodat na de oorlog duidelijk kan worden wat er tijdens de Duitse bezetting allemaal is gebeurd, besluit Anne dat haar dagboek perfect is om ooit te publiceren. Dan pas begint ze haar dagboek te zien als een mogelijk publiek document, waarna ze begint te herschrijven.

Een voorbeeld: op woensdag 8 juli 1942 begint de dan net 13-jarige Anne haar dagboekpassage met de zin: ‘Ik moet nu nog een heleboel in mijn dagboek schrijven’, waarna een keurig chronologisch verslag volgt van wat er allemaal in haar puberleven is gebeurd sinds afgelopen zondag, toen ze voor het laatst iets had geschreven. Ruim anderhalf jaar later herschrijft ze diezelfde passage, maar ditmaal begint ze met de zinnen: ‘Vanaf zondagmorgen tot nu lijkt een afstand van jaren. Er is zoveel gebeurd, dat het is alsof de hele wereld zich plotseling omgedraaid heeft.’

Die bewerkingen achteraf, waardoor de tekst niet alleen literairder is geworden, maar er ook opeens veel meer politieke context over de Jodenvervolging op de pagina’s verschijnt, maken van het dagboek van Anne Frank eigenlijk memoires in de vorm van dagboekaantekeningen, zegt Franklin. ‘De Anne Frank die haar dagboek begint in juni 1942 heeft geen uitzonderlijk talent. Ze schrijft op dat moment als ieder ander pubermeisje over haar vriendinnen en haar vriendjes. Ze schrijft over roddels uit de klas en over dat ze niet weet waarover ze moet schrijven.

‘Maar de manier waarop haar stem zich in de anderhalf jaar daaropvolgend ontwikkelt, is wat mij betreft een buitengewone overgang. Ze is heel doelbewust bezig met het ambacht en gebruikt dat om een prachtig, gedenkwaardig en leesbaar proza te creëren. Je herkent bijvoorbeeld de kleine middelen die ze leerde door het lezen van literatuur. Haar vader Otto voedde haar in het Achterhuis met een dieet van Goethe, Dickens, Oscar Wilde en al die andere fantastische auteurs die hij zelf las tijdens het onderduiken. Die invloed zie je terug aan haar stijl.’

U noemt haar op een bepaald moment zelfs een ‘briljant schrijver’. Dat is best een grote term.

‘Dat is zeker een grote term, maar ik vind haar nu eenmaal briljant. Het bewijs daarvoor is denk ik de duurzaamheid van haar dagboek, dat zelfs nu, tachtig jaar na haar dood, nog altijd populair is. Er zijn zoveel getuigenissen en Holocaustmemoires geschreven, echt honderden, maar vrijwel geen enkele daarvan bezit de blijvende kracht van het dagboek van Anne Frank. Ze zit in die zeldzame categorie waar verder alleen Nacht van Elie Wiesel en Is dit een mens van Primo Levi in zitten.

‘Ik heb er veel gelezen. Ik ben opgegroeid in een familie van Holocaustoverlevenden en Annes dagboek was het zoveelste boek over de Holocaust dat letterlijk in mijn handen werd gedrukt. Als rebelse tiener was ik op gegeven moment een beetje klaar met die continue last van de geschiedenis op mijn schouders, waardoor ik er als kind niet echt van heb genoten.

‘Maar toen ik het later herlas, zag ik pas wat voor intieme weergave het is van haar leven als tiener en alles wat daarbij komt kijken: van de ruzies met haar ouders en haar intellectuele nieuwsgierigheid tot, uiteraard, haar ontluikende liefdesgevoelens. En wat ik misschien wel het fascinerendst vind, is de kracht die haar boek heeft om het leven van lezers blijvend te veranderen. Op de Bijbel na kan ik eigenlijk geen ander boek bedenken dat eenzelfde soort kracht heeft.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Nou, in mijn boek haal ik bijvoorbeeld het verhaal aan van een Eritrese jongen die het dagboek ontdekte in een vluchtelingenkamp in Ethiopië. Hij identificeerde zich vervolgens zo sterk met haar verhaal dat hij besloot het dagboek met de hand over te schrijven in zijn moedertaal, zodat zijn medevluchtelingen het ook konden lezen.

‘Later reisde hij via Soedan en Egypte naar Israël, omdat hij ervan overtuigd was dat Anne Franks volk vast goed voor hem zou zijn. Ik vond dat zo’n buitengewoon verhaal: het leven van iemand die op het eerste gezicht totaal niet tot de doelgroep behoort, verandert blijvend door zijn ontmoeting met het dagboek, dat dus blijkbaar een bijna bovennatuurlijke kracht bezit om mensen te kunnen inspireren.’

Over dat bovennatuurlijke gesproken: journalist Ian Buruma omschreef Anne Frank ooit als een van de weinige joodse heiligen. Hoe voorkwam u dat uw biografie veranderde in een hagiografie?

‘Een biograaf is natuurlijk iets anders dan een geograaf. Je kunt je onderwerp niet onderzoeken en beschrijven alsof het een steen is. Je moet een bepaalde sympathie hebben voor je personages, omdat het anders vervelend wordt zoveel tijd in iemands hoofd door te brengen. Maar tegelijkertijd was het voor mij juist belangrijk haar neer te zetten als echt mens. Sterker nog: dat was het uitgangspunt van deze biografie. Ik wilde het iconische, of het heilige, juist scheiden van het echte.

‘Toen ik als kind opgroeide, gold Anne Frank in onze kringen als een soort onbereikbaar rolmodel. Anne Frank was een voorbeeldpuber, beter dan het leven. Maar in het echt was ze dat natuurlijk helemaal niet. Er zijn genoeg memoires verschenen van mensen die haar kenden en vertellen over hoe kattig ze kon zijn. Een van haar leraren op de middelbare school schrijft bijvoorbeeld dat niemand op school iets speciaals in haar zag. Ze had veel conflicten met mevrouw Van Pels, die ook in het Achterhuis woonde. En er was natuurlijk haar relatie met haar moeder, die ook erg ingewikkeld was.’

Veel mensen die haar wel als heilige beschouwen zien haar tekst ook als relikwie: als iets heiligs dat je eigenlijk niet mag aanraken, laat staan fictionaliseren. Wat vindt u daarvan?

‘Zelf ben ik van mening dat geen enkele tekst onaanraakbaar is, dus ook niet het dagboek van Anne Frank. Mijn eerste boek, A Thousand Darknesses, gaat nota bene over Holocaustliteratuur en hoe dat genre net zo gelezen en geïnterpreteerd zou moeten worden als elke andere vorm van literatuur. Bij zowel academische critici als gewone lezers bestaat namelijk de neiging om Holocaustteksten te beschouwen als teksten die zo precair zijn dat ze boven kritiek verheven zijn en bovendien nooit zouden mogen worden gefictionaliseerd. Ik vind dat een gevaarlijk idee.

‘Je kent vast wel het voorbeeld van die conservatieve groepen in het zuiden van de Verenigde Staten die een grafische bewerking van het dagboek wilden weren uit klaslokalen, omdat er een scène in de strip zit waar Anne de borsten van een schoolvriendin aanraakt. Die mensen zijn in werkelijkheid gewoon homofoob, maar hun officiële argument is dat die scène niet in het oorspronkelijke dagboek stond en dat de grafische bewerking daarom moet worden verboden, omdat het op ongepaste wijze speelt met de historische werkelijkheid.

‘In hun geval is het bovendien dubbele onzin, want hoewel die passage inderdaad ooit door vader Otto uit de oorspronkelijke Nederlandse editie gehaald, overigens op aanraden van de uitgever, is die scène later gewoon teruggekomen en heeft die daarna in elke versie van het dagboek gestaan.’

U schrijft dat de vele bewerkingen van het dagboek altijd al een moeilijke balanceeract hebben moeten uitvoeren. Kunt u dat uitleggen?

‘Dat gaat vooral om het Joodse karakter van het boek. Het is natuurlijk onmiskenbaar dat het dagboek over een Joods meisje gaat dat wordt vermoord tijdens de Holocaust. Maar tegelijkertijd worden er vrij weinig typisch Joodse gebruiken in het boek beschreven. Het voelt daardoor eerder aan als het verhaal van een willekeurig tienermeisje en mijn vermoeden is dat het vanwege dat universele karakter ook zo’n wereldwijd succes is geworden.

‘Otto was zich daar overigens ook al van bewust. Toen hij voor het eerst correspondeerde met de scenarioschrijver die haar verhaal zou bewerken voor een toneelstuk op Broadway, zei Otto dat het geen typisch Joods boek is – maak er dus geen al te Joods toneelstuk van, zei hij – maar tegelijkertijd moest het mensen wel wijzen op het gevaar van antisemitisme.’

Was dat een pragmatische keuze van Otto, omdat hij wist dat het stuk, na jaren van antisemitische propaganda, anders geen succes zou worden in de VS? Of geloofde hij echt in de universele waarde van zijn dochters verhaal?

‘Afgaand op zijn brieven denk ik niet dat Otto bezig was met welke versie het beste in de markt te zetten zou zijn. Ik geloof oprecht dat hij uit idealisme hoopte dat het dagboek zo veel mogelijk mensen zou bereiken, zodat het zo veel mogelijk goeds zou doen in de wereld. Hij geloofde dat het dagboek van zijn dochter een unieke kwaliteit bezat om mensen uit verschillende culturele klassen en standen nader tot elkaar te brengen.’

Dat is behoorlijk gelukt: zowel haar teksten als beeltenis verschenen de afgelopen decennia veelvuldig op spandoeken om te demonstreren tegen bijvoorbeeld het apartheidsregime in Zuid-Afrika of de Syrische burgeroorlog. Of recentelijker nog: bij protesten tegen de deportaties van immigratiedienst ICE in de Verenigde Staten en Israëls oorlog in Gaza. Wat vindt u van dat soort uitingen?

‘Wat ik ervan vind, doet er niet zoveel toe. Wat ik vooral belangrijk vind, en wat ik met mijn boek probeer te doen, is de historische context rondom Anne Frank terug te brengen. Zij was Joods en haar verhaal speelde in een unieke historische periode die heel moeilijk vergelijkbaar is met alle perioden sindsdien.

‘Ik speculeer verder niet over wat Anne of Otto zou hebben gedacht van Zuid-Afrika of Gaza, want dat weet ik niet. Maar, en dat kan ik wel zeggen: als je naar de historische feiten kijkt, is het natuurlijk ontegenzeggelijk dat er bepaalde historische echo’s weerklinken bij bijvoorbeeld bij de deportaties van migrantenkinderen door ICE. Zomaar opgepakt worden terwijl je onderweg bent naar school, dat gebeurde ook tijdens de nazibezetting in Amsterdam.

‘Het is, zoals ik eerder al zei, enorm belangrijk om de historische uniciteit van de Holocaust niet uit het oog te verliezen. Maar, en dit is ook belangrijk, we moeten er ook van leren. Het zou een fout zijn om de gelijkenissen met het nu te negeren.’

Ruth Franklin: De vele levens van Anne Frank. Uit het Engels vertaald door Mario Molegraaf. Prometheus; 400 pagina’s; € 35.

1975 Geboren in Baltimore, in het oosten van de Verenigde Staten, in een familie van Holocaustoverlevenden.
1995 Begint aan een studie literatuurwetenschap aan de prestigieuze Columbia University, een vakgebied waarin ze uiteindelijk een master haalt aan de Harvard University. Momenteel is ze deeltijdhoogleraar aan de New York University.
1999 Schrijft haar eerste stukken als literair criticus voor het tijdschrift The New Republic. Ook publiceert ze geregeld in tijdschriften als The New Yorker, The New York Times Book Review, The New York Review of Books en Harper’s.
2010 Schrijft haar eerste boek A Thousand Darknesses – Lies and Truth in Holocaust Fiction. In 2016 volgt Shirley Jackson – A Rather Haunted Life, een veelgeprezen biografie over de Amerikaanse horrorschrijver. Ze wint er de National Book Critics Circle Award for Biography mee.
2025 Haar tweede biografie De vele levens van Anne Frank verschijnt in de Verenigde Staten en wordt lovend ontvangen. The Times noemt het ‘een van de beste beschrijvingen van de vele levens – en nalevens — van Anne Frank’.

Ruth Franklin woont in New York, maar is ook geregeld in Tel Aviv te vinden, waar veel van haar familie woont.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next