is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Ik leerde Thomas Erdbrink kennen in het coronajaar 2020, toen we samen een documentaire maakten over het Zweedse coronabeleid – ‘Zweden doen het anders’. We hielden af en toe contact, en we werken weleens samen met dezelfde mensen. Deze disclaimer moet even, omdat ik nu iets ga doen waar ik doorgaans niet in uitblink: een poging tot nuance.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Erdbrink en regisseur Broekhoven kregen een storm van kritiek op hun serie Onze man bij de vijand. Tommy Wieringa, die geweldig werk doet met Protect Ukraine, noemde hem in zijn column ‘onbenullig’ (als het onbedoeld was) of ‘kwaadaardig’ (als het bedoeld was). Ook Marcia Luyten vond Erdbrink Kremlinpropaganda maken. Een groepje journalisten en schrijvers tekende vorige week zelfs protest aan bij de NVJ over de Persvrijheidslezing die goedgelovige Thomas deze maand geeft.
In Erdbrinks interviews hoorde ik als redelijkheid vermomd nihilisme – ‘oorlog is voor iedereen erg’ – over wat toch echt een tamelijk eendimensionale agressieoorlog is. Anderzijds proefde ik in de kritieken ook een afrekening met een golden boy, die zijn serie voor het bij de grachtengordel inferieure Videoland maakte en geen Russisch spreekt en niks van het land weet. Als er dan zo’n olijke jongensman met een tolk in zijn oortje door de Moskouse metro banjert, zou ik als Ruslandkenner ook chagrijnig worden.
En dus deed ik iets wat sommige critici van Erdbrink duidelijk niet deden: ik ging kijken. En zag geen Kremlinpropaganda, maar een indrukwekkende serie. Dat iemand door deze serie opschuift in de richting van Rusland, kan ik me niet voorstellen. Al kwam ik ook pro-Palestina terug van de door het Cidi georganiseerde journalistenreis naar Israël; dat kan dus aan mij liggen. Hoe dan ook, wat mij betreft hebben de makers voldoende duidelijk gemaakt waarom er voor deze vorm gekozen werd, en kan de kijker het gekonkel van de geïnterviewde Russen prima zelf op waarde schatten.
Ik moest denken aan Wakker in Paraguay, dat nog veel verder ging in ‘show don’t tell’, maar wél met (terechte) lof werd overladen. Nu zijn wappies die elkaar oplichten lichtere materie dan een afschuwelijke oorlog, maar had Erdbrink nu werkelijk na elke scène de geïnterviewden moeten corrigeren in de voice-over? Hoe dom denkt men dat de kijker is?
Dat gezegd hebbende, stoorde ik me ook aan Erdbrinks bothsidesism. Zo stelt hij dat het met Trump en zijn ‘veiligheidsclaims’ ten aanzien van Groenland moeilijker is om te betogen dat Poetin van Oekraïne af moet blijven. Ik zou niet weten waarom: wij zijn Amerika niet en je kan prima zowel Poetin als Trump een agressor vinden. De slotoverpeinzing vond ik problematisch; Erdbrink hoopt dat men tot rede komt, en de patstelling durft te doorbreken, in ‘het land van de vijand’, maar ook in ‘dat van onze vrienden’. Tsja.
Maar hij mag het vinden, dat Oekraïne maar beter morgen een vredesdeal kan tekenen waarbij het een groot deel van haar land opgeeft. Dat maakt hem niet per definitie pro-Russisch of een Kremlinpropagandist. Mijn inschatting is dat Erdbrink onbenullig noch kwaadaardig is, maar wellicht wat te empathisch. Bovendien woont hij al heel lang in een land (Iran) waarin meerdere kwaden (het regime en westerse hypocrisie) om voorrang strijden. Wellicht zorgt de langdurige blootstelling aan die grijstinten ervoor dat je een zwart-witte situatie niet goed meer herkent.
Het is slechts één perspectief, en er zijn er gelukkig nog veel meer. Schrijver en regisseur Lisa Weeda raadde het gratis te kijken Intercepted aan. Dat ben ik nu aan het kijken en kan ik óók aanraden.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant