Home

Is latten, en dus twee huizen bezet houden, asociaal?

In deze nieuwe rubriek beschouwt Saskia Noort de moderne liefde. Deze maand: latten.

Vanochtend bezocht ik met mijn dochter en haar vriend het vierentwintigste huis van iets meer dan zestig vierkante meter, met twee ieniemienie slaapkamers, een keuken uit 2005 die volgens de makelaar „nog prima volstaat”, een bad/wasmachinekamer en een doodenge trap waar ik haar al vanaf zie lazeren, met een toekomstige baby in haar armen. De buurt is ‘opkomend’, de vraagprijs van 550.000 euro dient overboden te worden.

Als ik bij de koffie vertel dat een vriendin van mij gaat trouwen maar niet samenwonen, zucht ze. „Wat een stelletje asocialen”, zegt ze en ik begrijp het. Mijn volwassen kind maakt zich al geen illusies meer, en biedt op elke pijpenla of opknapper, verlangend naar het starten van een gezin, en deze vriendin houdt samen met haar aanstaande echtgenoot twee eengezinswoningen bezet.

„Waarom eigenlijk?”, vraag ik deze vriendin ’s avonds bij de wijn. Ze is midden vijftig, haar verloofde net zestig, beiden hebben kinderen die al half het huis uit zijn. Ze zegt ruimte voor zichzelf nodig te hebben, en dat het de relatie fris houdt. Bovendien snurkt hij heel erg, en wil ze hem en zijn half thuiswonende dochter niet in de weg zitten. Meer dan een miljoen Nederlanders hebben inmiddels een latrelatie, schreef economenwebsite Me Judice vorig jaar op basis van cijfers van het Generations & Gender Programme, en 46 procent van het totaal aantal huishoudens is eenpersoons. Een stijgende trend, zeker onder vijftigplussers. Vooral de boomers hebben het gemakkelijk gehad op de woningmarkt. Ze kraakten ooit panden en kregen al een hypotheek bij een pak melk. Nu zitten ze hun eigen nazaten in de weg.

En ik begrijp ze, ik ben zo individualistisch dat ik niet eens een relatie wil. Zou ik die wel hebben, dan zou samenwonen zeker geen optie zijn. Ik heb decennia van mijn leven gewijd aan inschikken en compromissen sluiten. Me losworstelen uit mijn huwelijk is het moeilijkste dat ik ooit deed en ik wil nooit meer terug naar die verstikkende symbiose. Dus ja, waarom zouden wij in onze gouden jaren weer bij elkaar moeten kruipen en afstand doen van onze fragiele, moeizaam opgebouwde vrijheid en ruimte? Raadde onze relatietherapeut ons niet aan nooit al je eieren in een mandje te bewaren? Nou dan.

Tegelijk lig ik wakker van de teleurstelling van mijn kind iedere keer als ze weer met tonnen wordt overboden. Het kleinmaken dat ze doen in hun tiny house, tegenover het ruimte innemen van ons. Mijn lattende vrienden die nu zoeken naar een derde, gezamenlijk vakantiehuis, het fanatisme waarmee ze hun souterrain airbnb’en.

Dus ja, hoe begrijpelijk en gewenst ook, latten is natuurlijk asociaal, en een privilege waar de nieuwe generatie alleen maar van kan dromen.

„Misschien moet je ook iets meer buiten de Randstad zoeken, schat”, zeg ik mijn dochter na de vierentwintigste overbieding. Ze rolt met haar ogen.

„Wat dacht je ervan als je zelf eens even lekker buiten de Randstad gaat wonen?” Even zie ik het voor me hoe ik door een lege, vreemde dorpsstraat loop, op weg naar de lokale Chinees. Nee, ik zou de adviezen die ik mijn kinderen geef, zelf nooit opvolgen. „Weet je, ik zeg altijd: don’t blame the person, blame the system.”

Mijn dochter kijkt me vermoeid aan. „Tuurlijk, mam. Alleen the system bestaat ook uit jullie boomers.”

„Ik ben geen boomer, ik ben Gen X”, zeg ik, heel zachtjes.

Wonen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next