Home

‘Daar lag geen dood lichaam meer, maar een dochter, een persoonlijkheid, een geliefd meisje. Ik werd meegezogen in het verdriet’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Myrthe Breuer (40) werd opgeroepen bij de zelfdoding van een 17-jarige. De houding van de moeder betekende voor Breuer een kantelpunt.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Collega Harold en ik waren op het bureau in Helmond toen de melding kwam van een reanimatie. Onderweg ernaartoe kregen we steeds meer informatie over wat er was gebeurd: een vader had zijn dochter bewusteloos aangetroffen in de tuin.

‘De voordeur van het huis stond open. Binnen troffen we die vader totaal ontredderd in de keuken aan. Hij verwees ons meteen door naar de tuin en zei: ‘Achterin.’ Het was een diepe tuin met prachtige, oude, dikke bomen. Daar lag ze op de grond, een mooie meid, pas 17 jaar, naast een omgevallen stoel onder een dikke tak.

‘De ambulancemedewerkers die haar reanimeerden, zeiden: ‘Het heeft geen zin meer.’ Dan wordt alles in gang gezet: een arts en de forensische opsporing komen onderzoeken of er sprake is van een misdrijf. Ik dacht: meisje toch, je bent nog zo jong, wat heeft jou in godsnaam bewogen om zo’n zware beslissing te nemen?

‘We gingen terug het huis in om die vader te bevragen: wat is er gebeurd? Heb je iets opgemerkt? Was ze down? Heb je zicht op haar leven online?

‘Strange fruit’

‘Haar vader had een afscheidsbrief gevonden die hij ons liet lezen. Ik herinner me dat er iets stond over ‘strange fruit’. Het meisje was samen met haar broertje uit Colombia geadopteerd, waardoor ik vermoedde dat ze worstelde met haar identiteit. Het was een duidelijke brief: ze zag geen andere uitweg.

‘Haar vader was erg emotioneel. Hij kon zijn vrouw op haar werk telefonisch niet bereiken. Toen ik haar na veel bellen te pakken kreeg, zei ik dat ik van de politie was en dat haar man iets belangrijks wilde zeggen. Daarna gaf ik hem de telefoon.

‘Zijn vrouw werd thuisgebracht door een collega. Ik wachtte haar op bij de voordeur en begeleidde haar naar de tuin, waar het forensisch onderzoek net was afgerond. De vrouw knielde naast haar dochter en kuste en streelde haar heel teder. ‘Och meisje toch, och meisje toch’, zei ze steeds. Je ziet soms dat mensen in zulke situaties hard gaan gillen, maar zij bleef rustig, hoewel ze wel verdrietig was.

Ongemakkelijk

‘Op een gegeven moment zei die moeder: ‘Het wordt fris, ze moet naar binnen, het is hier te koud voor haar. Wil je me helpen haar naar binnen te dragen?’

‘Dat voelde voor mij heel ongemakkelijk, het behoort niet tot onze taak. Meestal blijft een lichaam liggen totdat de begrafenisondernemer komt die de overleden persoon vervoert naar de plek waar die wordt opgebaard. Ik antwoordde: ‘Ik ga kijken wat ik voor u kan betekenen.’

‘Vervolgens liep ik naar de officier van dienst, die inmiddels ook was gekomen. Hij zei: ‘Als we haar daarmee kunnen helpen, dan doen we dat. Mits het voor jou ook goed voelt.’ Harold was het met hem eens, dus ik dacht: als iedereen daarin meegaat, dan ga ik daar ook in mee.

‘Harold en ik knielden aan weerszijden van het meisje, tilden haar op en droegen haar, samen met haar moeder, door de tuin naar binnen. We legden haar op een rode bank neer. Haar moeder zei tegen haar dochter: ‘Ik haal boven voor jou even een ander behaatje en een nieuw shirt’, want bij het reanimeren hadden ze haar bovenkleding kapot geknipt.

Net stapeltje kleren

‘Dat was voor mij een kantelpunt. Toen ik dat hoorde, lag daar geen dood lichaam meer, maar een dochter, een persoonlijkheid, een geliefd meisje. Ik werd ineens meegezogen in het verdriet. Mijn zakelijke afstand was al een beetje weggevallen toen we haar naar binnen droegen, en brokkelde verder af doordat die moeder zo liefdevol tegen het meisje sprak, alsof ze nog leefde. Toen die vrouw weer beneden kwam en een stapeltje kleren, netjes opgevouwen, naast haar dochter legde, had ik het heel moeilijk.

‘We vroegen of we nog iets konden doen, zeiden dat de begrafenisondernemer snel zou komen en rondden het af. Voordat we weggingen, bedankten die ouders ons heel hartelijk. Eenmaal buiten, in onze auto, brak ik. Harold vond het ook een heftige melding.

Afgestompt

‘Wat zegt dit over mij? Ik ben en blijf een mens. Politiemensen raken helaas door dit beroep behoorlijk afgestompt. Wij gaan altijd maar weer door naar het volgende incident. In het begin zijn alle meldingen nog heftig, maar alles went, je wordt steeds zakelijker en bouwt zo een pantser op. Dat moet ook, anders hou je het niet vol.

‘Soms lukt dat niet. Dan ben je aan het koorddansen tussen enerzijds zo goed mogelijk willen helpen en anderzijds jezelf beschermen. Dit was zo’n melding die door dat pantser heen drong. Daarom zal ik deze nooit vergeten.’

Praten over zelfdoding kan gratis, anoniem en 24/7 bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie: 0800-0113. Chatten kan ook op www.113.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next