Zorgbezuiniging Het kabinet wil het eigen risico verhogen om, onder meer, de defensie-uitgaven te kunnen betalen. Inhoudelijk verdedigbaar, schrijft de Raad van State, maar onduidelijk is of de financiële compensatie via gemeenten goed wordt geregeld.
Een wachtkamer van een zorgverlener.
De Raad van State (RvS) adviseert positief over het kabinetsvoorstel om het eigen risico in de zorg vanaf 2027 te verhogen naar 455 euro. Wel zet het adviesorgaan vraagtekens bij het plan om een deel van de hogere kosten via gemeenten te laten compenseren. Dat blijkt uit het advies dat deze maandag is gepubliceerd.
Het voorstel werd pas twee weken geleden naar de Raad van State gestuurd, maar die heeft het met ‘bewuste voortvarendheid’ bekeken, zegt een woordvoerder. Reden: het kabinet heeft haast, de verhoging moet per 2027 ingaan. Nog voor het zomerreces (begin juli) zou de Tweede Kamer erover moeten debatteren, na de grote vakantie de Eerste Kamer. Het is de eerste grote bezuinigingsmaatregel op zorg die het parlement moet beoordelen.
Het eigen risico bedraagt nu 385 euro, een bedrag dat al sinds 2016 onveranderd is gebleven. Het kabinet wil de halvering van het eigen risico – een plan van het vorige kabinet-Schoof dat nooit verder is gekomen dan de tekentafel – terugdraaien. Ook moet het eigen risico voortaan elk jaar worden geïndexeerd. Samen leveren die twee maatregelen zo’n vier miljard euro op. Een extra verhoging met 60 euro is ook nog eens een miljard. Alles bij elkaar jaarlijks is dat zo’n vijf miljard, vanaf 2013 zelfs zes miljard.
Het zou voor het eerst sinds 2016 zijn dat het bedrag verandert. Het eigen risico werd ingevoerd in 2008 en was toen 150 euro. Bij de invoering van de huidige zorgwet in 2006 was het nadrukkelijk de bedoeling burgers iets aan de eigen zorgkosten te laten meebetalen. Op die manier zouden mensen zich bewust zijn dat zorg geld kost. Ook zou het niet-noodzakelijke zorg – bijvoorbeeld mensen die voor de zekerheid maar een scan laten maken omdat het toch ‘gratis’ is – enigszins kunnen remmen. Zonder de bevriezing zou het verplicht eigen risico in 2026 naar schatting zijn uitgekomen op 535 euro, schrijft de RvS. De Raad heeft daarom „begrip voor de hervatting van de indexatie en de keuze om daarbij een inhaalslag te maken”.
Het aanpassen van het eigen risico is voor het kabinet van groot belang. Het moet geld opleveren voor investeringen in bijvoorbeeld defensie. De nieuwe NAVO-norm van 3,5 procent van het bruto binnenlands product, waar de Tweede Kamer eerder mee instemde, kost vanaf 2035 19 miljard euro extra per jaar. Veel van dat geld zoekt het kabinet in de zorg: zo’n tien miljard. Ruim de helft daarvan moet komen uit het eigen risico.
Maar politiek gezien ligt het voorstel ingewikkeld. Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA (66 zetels) kan wellicht rekenen op steun van JA21, die – zo bleek uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau – ook voorstander is van een verhoging, en van een kleinere partij als de SGP of Volt (ook voorstander). Dat zou net genoeg zijn voor een meerderheid in de Tweede Kamer.
Maar in de Eerste Kamer lijkt die meerderheid ver uit zicht. Niet voor niets opperde minister Sophie Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD) achter de schermen al eens om het plan eerst maar eens door de Tweede Kamer te loodsen en daarna verder te zien.
Toch ziet het er minder somber uit dan het lijkt. Het terugdraaien van de halvering (daar is een Kamermeerderheid voor) en de jaarlijkse indexatie gaan bijna zeker door. Die laatste staat in de wet, de afgelopen jaren werd daar keer op een keer een uitzondering op gemaakt. Daar lijkt nu geen meerderheid meer voor, en dus kan de indexatie gewoon weer ingaan. Daarmee komt het eigen risico op 395 euro. Daarmee heeft Hermans het grootste deel van haar bezuiniging al binnen.
Het enige wat overblijft: de verdere verhoging met 60 euro tot 455, het grootste obstakel. Als het minister Hermans niet lukt die maatregel door beide Kamers heen te krijgen, zal ze via andere bezuinigingen op de zorg een miljard moeten binnenhalen.
De Raad van State zet wel vraagtekens bij de rol van gemeenten, die een deel van de hogere eigen risico-kosten moeten compenseren met bijvoorbeeld hulp van geld van het kabinet of het inzetten van een gemeentepolis. Volgens de RvS worden daarbij „verwachtingen gewekt over wat gemeenten in algemene zin voor bepaalde groepen verzekerden kunnen betekenen”. Niet duidelijk wordt of gemeenten deze verwachtingen waar kunnen maken, welke mogelijke gevolgen dit voor hen heeft en of daarover overleg met gemeenten heeft plaatsgevonden. Uit het advies: „Gemeenten mogen in beginsel zelf keuzes maken over het maatwerk dat zij […] bieden en de geboden ondersteuning kan en mag dan ook per gemeente verschillen.” Vooral de positie van chronisch zieken is daarbij kwetsbaar, signaleert de RvS, de financiële gevolgen kunnen bij hen het grootst zijn en leiden tot zorgmijding.
RvS wijst er tenslotte fijntjes op dat ze ruim een jaar geleden juist heeft geadviseerd over een voorstel om het eigen risico te verlagen, het plan-Schoof. De hoogte ervan is in het afgelopen decennium meerdere keren onderwerp geweest van discussie, schrijft de RvS: „Het is voor burgers en uitvoerders van belang te komen tot een meer consistent en voorspelbaar beleid.”