De zitting Twee mannen hebben volgens het OM jarenlang ‘geldezels’ gerekruteerd: mensen die in ruil voor geld of drugs hun bankrekening uitleenden. Slachtoffers van ‘babbeltrucs’ stortten daar geld op, de verdachten mochten een deel houden.
In krap een half uurtje is de zitting gepiept. Het is het laatste eindje van een grote helpdeskfraudezaak die eind vorig jaar diende tegen twee jonge mannen. Zij zitten hun straf al uit: 26 maanden voor Sakariye en 28 maanden voor Abdelbaki, waarvan tien voorwaardelijk. De twintigers hebben waarschijnlijk jarenlang zogeheten ‘geldezels’ gerekruteerd: mensen die in ruil voor geld of drugs hun bankrekening uitleenden, waarna slachtoffers van ‘babbeltrucs’ door nephelpdesks daar geld op storten. De twee mochten daar 10 procent van houden, zo nam het Openbaar Ministerie aan. Onderzoek naar hun bankrekeningen laat zien dat de mannen in een aantal jaren ruim twee ton omzet boekten – en dat terwijl er van hen ‘geen legale inkomsten bekend zijn’.
Het OM meent voor ruim 53.000 euro hard bewijs te hebben dat dit hun ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ is. Dat moeten ze nu inleveren, ieder dus ruim 26.000 euro.
Deze zogeheten ‘ontnemingsvordering’ is gevolg van het ‘pluk-ze-beleid’ van Justitie. Misdaad mag niet lonen, al maakt de overheid voor zichzelf een uitzondering. In 2023 incasseerde het Openbaar Ministerie op deze manier 363,5 miljoen euro aan criminele omzet. De gehele begroting van het OM is 1.551 miljoen: dat jaar werd daarvan dus ruim een vierde uit misdaad gefinancierd.
Slachtoffers delen niet mee in de pluk-ze-opbrengst. Zij moeten de rechter apart om toepassing van de ‘schadevergoedingsmaatregel’ vragen. Als de rechter dat toewijst, keert het Centraal Justitieel Incassobureau hun schade uit en verhaalt dat vervolgens op de daders, soms jaren later. Slachtoffers kunnen ook compensatie via het strafproces krijgen met een ‘vordering benadeelde partij’. ING eiste in de zaak van deze daders enige tienduizenden euro’s omdat het negentig cliëntdossiers heeft moeten uitpluizen op misbruik. Daarvan haalden zeventien de dagvaarding. Het hof wees in hoger beroep al 612 euro schadevergoeding aan de bank toe.
Maar kan het bedrag van 53.000 euro ‘wederrechtelijk voordeel’ wel geheel aan de twee daders worden toegerekend? De politie vond bij hun arrestatie 20.000 euro cash in de slaapkamer van de moeder van Sakariye. Moet dat niet worden afgetrokken van de 53.000 die het OM wil laten terugbetalen? Dat geld lag in moeders slaapkamer – was het daarmee niet (ook) van haar? Bij de huiszoeking bleek ze haar zoon immers van dienst door in haar bh drie pinpassen van geldezels te hebben verstopt. Moeder stond dat bedrag inmiddels aan de staat af, in ruil voor het seponeren van haar eigen strafzaak wegens ‘witwassen’. De advocaat van de zoon meent dat moeder het geld bewaarde en de pinpassen haastig verstopte om haar inwonende zoon te beschermen. De staat lijkt volgens hem die 20.000 nu twee keer op te strijken – één keer van moeder en nu nog eens keer van Abdel.
Aan de zitting ging een uitwisseling van schriftelijke stukken vooraf, waaronder een ‘ontnemingsrapport’. Dat rapport zit in het dossier dat alleen de drie rechters, twee griffiers, de advocaat en de officier voor de zitting hebben gelezen – openbaar is het niet. De toehoorders in de zaal maken aldus een bespreking van louter insiders mee. Het gaat ook de verdachten, bewaakt door drie parketwachten, zichtbaar boven de pet. De voorzitter informeert of de mannen ‘het wel kunnen volgen’. „Ik spreek heus wel Néderlands”, zegt Sakariye, (geboorteplaats Mogadishu), ter geruststelling. De rechtbank heeft nauwelijks vragen, waardoor het initiatief geheel bij de advocaat ligt. Die probeert vooral de eis van een halve ton naar beneden te praten. Hij betoogt dat zijn cliënten alleen ondersteunend en dus ondergeschikt waren. Zij regelden tegen vergoeding ‘katvangers’, (drugsverslaafden, jongeren, schuldenaren) die hun betaalrekening afstonden voor geld dat anderen afpersten. Wat vervolgens werd ‘doorgestort’ naar cryptorekeningen of zo snel mogelijk afgeroomd via geldautomaten.
De advocaat wijst erop dat het OM bij de eerdere strafzaak het aandeel van deze verdachten op niet meer dan 5 of 10 procent van de omzet schatte. De criminele opbrengst voor het duo komt dan neer op niet meer dan 2.600 euro per persoon. Ander argument: het OM stelde dat de fraude vier jaar duurde, van 2020 tot 2024. Alleen, rechtbank en Hof verklaarden maar één jaar echt bewezen. Ook dat moet aftrek opleveren.
De officier brengt ertegenin dat het berekende totale voordeel maar een kleine afspiegeling is van wat er ‘werkelijk’ aan bedragen is gepasseerd op de rekeningen van het tweetal. Zij vormden in de organisatie van de helpdeskfraude ook geen onbeduidende helpers, maar waren cruciaal. Dan is het toerekenen van 5 of 10 procent van de omzet, zoals de advocaat betoogt, veel te bescheiden.
De rechtbank is het twee weken later eens met het bedrag dat het OM van het duo wil ontvangen: 53.000. Dat het duo maar 5 tot 10 procent van de criminele omzet zou hebben ontvangen, is niet voldoende aangetoond. De rechtbank vindt het ook niet bewezen dat het bedrag dat bij Sakariyes moeder werd aangetroffen, eigenlijk van hem zou zijn en niet van haar. De 53.000 wordt daarom door tweeën gedeeld: beiden moeten in beginsel 26.887,15 euro betalen. Waarbij Sakariye nog wél de 5.000 euro mag aftrekken die al eerder bij hem in beslag werd genomen. Betalen ze niet, dan mogen ze, na hun detentie, door het OM nog „ten hoogste” 214 dagen worden gegijzeld.
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.