Home

Opinie: 4 mei is geen leeg canvas waarop elke generatie zijn eigen actuele zorgen kan projecteren

Naast de officiële Nationale Dodenherdenking worden er ook alternatieve herdenkingen georganiseerd. Maar door 4 mei te verbreden naar hedendaagse conflicten zoals in Gaza ontstaat het risico dat herdenken een strijdtoneel wordt van actuele morele en politieke standpunten.

Op 4 mei worden in Den Haag en Rotterdam alternatieve dodenherdenkingen georganiseerd. In Rotterdam luidt het motief: ‘We eren de slachtoffers van toen, maar spreken ons ook uit tegen het onrecht van nu. Tegen oorlog. Tegen onderdrukking en kolonialisme. En tegen het normaal maken van geweld.’ Dat klinkt algemeen, maar het gaat de organiserende coalitie maar om één ding: het herdenken van slachtoffers in Gaza.

In Den Haag zijn ze daar duidelijker over: daar organiseert het comité Waakzaamheid nu een ‘inclusieve herdenking’ met het volgende motief: ‘Wij organiseren dit naar aanleiding van de oorlog in Gaza: burgers worden daar slachtoffer van geweld, uitsluiting en dehumanisering.’ Dat is inderdaad afschuwelijk, net zoals in vele andere oorlogen.

Over de auteur

Rob Oudkerk is oud-politicus en -huisarts, en presentator van een talkshow voor de EO.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Herinneringscultuur belast

Maar beide herdenkingen gaan – raar genoeg – maar om één ding: het herdenken van dode Gazanen. Op 4 mei. Nog net niet om acht uur, de officiële twee minuten stilte, maar beleefdheidshalve om zeven uur. Beleefd? Wat betekent het dat bewust niet voor 364 andere dagen wordt gekozen, maar voor 4 mei en dat de herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog wordt belast met wat zich in het heden afspeelt?

We vergeten gemakkelijker dan dat we onthouden. Vergeten gaat vanzelf, herinneren daarentegen vraagt om momenten, rituelen en afspraken. De afspraak om op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herinneren is dan ook niet gratuit. Een herinneringscultuur herneemt verhalen en personages uit het verleden, haalt deze naar het heden vanuit de gedachte dat de toekomst niet zonder kan. Deze herinnering verbinden met actuele oorlogen en slachtoffers nu is een stap in de richting van vergeten.

Niet willekeurig

De Nationale Dodenherdenking op 4 mei is geen willekeurig moment in de kalender. Het is een zorgvuldig georganiseerde collectieve herinnering, geworteld in de geschiedenis van Nederland en in het bijzonder in de herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

De ook al in 2025 gedane oproep van rijksambtenaren en oud-diplomaten om van 4 mei een ‘inclusieve herdenking’ te maken waarin in het bijzonder Gaza centraal wordt gesteld, lijkt moreel hoogstaand, maar is de bijl aan de wortel van de dodenherdenking. Op meerdere niveaus. Ja, het lijden van burgers in oorlogen verdient aandacht. Niemand mag daar relativerend over doen. Maar de vraag is niet óf dat lijden erkend moet worden, de vraag is of je de herinneringscultuur daaraan mag opofferen.

4 mei is niet bedoeld als een algemeen podium voor alle vormen van wereldwijd onrecht. Door dit moment te verbreden naar hedendaagse politieke conflicten, ontstaat het risico dat de oorspronkelijke betekenis vervaagt. Herdenken wordt dan geen belangrijk ritueel meer, maar een strijdtoneel van actuele morele en politieke standpunten. De tijdlijn van het heden drukt de stille tijdlijn van het verleden uit de ether.

Niet neutraal

Daarnaast telt proportionaliteit. Het gebruik van de term ‘genocide’ voor actuele conflicten, zoals die vorig jaar in de aankondiging stond van de ambtenaren en oud-diplomaten, is geenszins neutraal. Wanneer die term in dezelfde adem wordt verbonden met de Holocaust, ontstaat een impliciete vergelijking met het debat over de actualiteit.

De Holocaust was een historisch uniek en systematisch jarenlang voorbereid vernietigingsproject, dat niet op deze wijze in vergelijkingen moet worden geframed. Wie werkelijk recht wil doen aan zowel het verleden als het heden, moet erkennen dat niet alles op hetzelfde moment herdacht kan – en ook niet moet worden. Dat is geen uitsluiting van welk leed dan ook, maar juist een vorm van respect.

Een ‘inclusieve herdenking’ is feitelijk het afschaffen van de dodenherdenking. Het roept vele vragen op. Als 4 mei daadwerkelijk bedoeld zou zijn om alle slachtoffers van geweld wereldwijd te herdenken, waarom wordt dan selectief één conflict uitgelicht? Waarom niet ook aandacht voor Syrië, voor de Oeigoeren, voor Armeniërs, voor Koerden, of voor tientallen andere bevolkingsgroepen die zwaar lijden onder geweld of onderdrukking? Waarom is het conflict in het Midden-Oosten de aanleiding voor een ‘inclusieve herdenking’?

4 mei is geen leeg canvas waarop elke generatie zijn eigen actuele zorgen kan projecteren. Het is een ankerpunt in de geschiedenis. Wie herinneringscultuur serieus neemt, kan niet anders dan focus en begrenzing bepleiten. Onze hersenen onthouden niets als we op 4 mei het heden als vertrekpunt nemen. Dan kunnen we net zo goed op 4 mei de twee minuten stilte afschaffen en op de Dam met z’n allen kijken naar het achtuurjournaal.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next