Home

‘Takkenbedrijf’ heeft de maatschappelijke wind mee: ‘Het sentiment is omgeslagen, de wilg is echt herontdekt’

Familiebedrijf Van Aalsburg staat mede aan de wieg van de herontdekking van de wilg als breed toepasbaar materiaal: van oeverbeschoeiingen tot stuifschermen en schuttingen van wilgentenen. ‘Wij proberen natuurproducten rendabel te maken in de moderne tijd.’

schrijft voor de Volkskrant over natuur, biodiversiteit en landschap.

Ze hebben het knotten en kappen van wilgen nog op de traditionele manier gedaan, de zes broers Van Aalsburg die gezamenlijk het familiebedrijf in ‘hoogwaardige wilgenhoutproducten’ leiden. ‘Als kleine mannetjes stonden we al met kapmessen en zagen in de grienden’, zegt Dick van Aalsburg (42), de enige broer die – heden ten dage – vooral kantoor houdt en het woord voert, mede namens de andere vijf eigenaren, die vaak op locatie het werk aansturen. ‘We hebben er ook allemaal wel wat littekens aan overgehouden.’

Dat oogsten van wilgenhout gaat tegenwoordig grotendeels mechanisch. Dat komt mede door de specialistische machines die de broers Van Aalsburg in de loop van de afgelopen decennia zelf hebben ontworpen en ontwikkeld. Het is een van de redenen waarom het verwerken van wilgen op grotere schaal mogelijk is en weer lonend is geworden.

Tot halverwege vorige eeuw waren er veel toepassingen van wilgenhout. Vooral in de waterbouw werden de takken volop gebruikt, voor klassieke zinkstukken bijvoorbeeld, matten met bundels wilgen om bodems te verstevigen, en voor oeverbeschoeiing. Maar met de uitvinding van kunststoffen als alternatief werd het snel minder met de grootschalige toepassing van wilgen. Niet veel mensen waren er rouwig om, want het werk in de grienden, de natte gronden waarop de wilgen in rijen stonden, was zwaar.

De vader van de broers (en zussen) Van Aalsburg was een van de laatsten die nog brood zag in de handel in wilgenhout, hij startte het bedrijf in 1964, toen de vraag naar wilgenhout zo ongeveer op een dieptepunt was. Een risicovol bestaan. Dick van Aalsburg: ‘Hij schreef in op het wilgenhout in grienden die bijvoorbeeld bij Staatsbosbeheer in beheer waren. Dan mocht hij, voor een bepaald bedrag, dat hout oogsten. Dat hout verhandelde hij veelal naar waterbouwbedrijven in Werkendam. Maar hij kon ook zomaar met het hout blijven zitten.’

Zinkstukken en beschoeiingen

Vanaf de jaren tachtig begon Van Aalsburg het wilgenhout ook zelf te verwerken tot zinkstukken en beschoeiingen. Toen de kinderen Van Aalsburg in het bedrijf actief werden, gingen de ontwikkelingen snel. Dick van Aalsburg: ‘We zeiden: het moet breder. We moeten meer zelf gaan doen. Niet alleen het oogsten, maar ook het verwerken, het bedenken van nieuwe toepassingen, en het verkopen. Het totaalplaatje dus.’

En dat werkte. Van Aalsburg maakt nu de zinkstukken zelf, en ook oeverbeschoeiingen, legakkers, schuttingen, ‘vissenbossen’, rijsdammen, stuifschermen en nog veel meer producten. Dick: ‘Dat zorgt voor continuïteit. We kunnen nu zelf beter sturen en zijn minder afhankelijk van één product of activiteit. We hebben nu zelfs een goedlopende webshop voor wilgentenen schuttingen.’

Het hout oogsten ze nog altijd uit bestaande grienden. ‘Die zijn vaak in bezit van natuur- en landschapsorganisaties, maar wij beheren ze tegen betaling, en we oogsten dan ook de wilgentakken. Dat kan tegenwoordig grotendeels machinaal.’

Om nog onafhankelijker en efficiënter te zijn begon Van Aalsburg ook een eigen kwekerij van wilgen, naast hun bedrijf in het Betuwse Hellouw. En intussen gaat de zoektocht naar nieuwe toepassingen door. ‘We kunnen nu ook gevelplaten maken van wilgenvezels, voor in woningen. We zijn nu ook aan het kijken of vezels van wilgen misschien gebruikt kunnen worden voor potgrond. En zelfs voor cosmetica. Het blijft natuurlijk een ambacht, het werken met wilgen, maar wij proberen het rendabel te maken in de moderne tijd.’

Daarbij hebben ze de maatschappelijke wind mee. Dick van Aalsburg: ‘Toen ik hier zo’n 25 jaar geleden begon met werken, werd er vaak nog meewarig gereageerd als we zeiden dat we met wilgen werkten. Maar dat sentiment is helemaal omgeslagen. De wilg is echt herontdekt.’

Nadelen van kunststof

Dat heeft ook te maken met de grote nadelen die blijken te kleven aan de kunststof alternatieven. In de vorm van microplastics die met die zinkstukken en oeverbeschoeiingen nog altijd in het water terechtkomen.

Van Aalsburg: ‘De trend is nu: terug naar natuurlijke materialen. Veel van onze opdrachtgevers, vaak overheden, maar ook natuur- en landschapsorganisaties, willen geen kunststof zoals geotextiel meer. We zijn nu ook aan het experimenteren met materialen als jute met wol als vervanger, en met basalt ter verbetering van de wilgenconstructies.’

Jaarlijks brengt Van Aalsburg inmiddels alleen al aan zinkstukken tussen een half miljoen en een miljoen vierkante meter aan, in verschillende landen. Het bedrijf telt inmiddels rond de honderd werknemers, waarvan een kwart familielid is. De christelijke identiteit is in meerdere opzichten aanwezig. ‘Je ziet het aan het familiale karakter, maar ook aan onze duurzame werkwijze. Vanuit ons rentmeesterschap hebben we een plicht om goed voor de natuur te zorgen.’

De mechanisering gaat inmiddels door. ‘We hebben meer dan 45 rupskranen in gebruik, een paar honderd pontons en van alles eromheen. We zijn nu net een nieuwe oogstmachine aan het testen. Alleen al het ontwerp daarvan kostte 2 ton. Maar de machine is een stuk zuiniger en spaart twee arbeidskrachten uit.’

Geen oorverdovend lawaai

Toch is het geen oorverdovend lawaai op het bedrijfsterrein, waar de wilgentakken hoog opgetast liggen. Veel machines zijn inmiddels elektrisch. Dick van Aalsburg: ‘Duurzaam werken betaalt zich op den duur uit, denken wij.’

En een goed natuurlijk product ook. ‘De wilg heeft eigenlijk alles mee. Het is een oer-Hollandse boom, hij groeit hier bijna overal, als vanzelf. Een geweldige boom voor biodiversiteit, een van de eerste bloeiers in het voorjaar. Wilgen houden ook veel koolstof vast. De takken zijn vrij makkelijk te oogsten en zijn mooi slank en lang, waardoor je er makkelijk bundels, wiepen van kunt maken. Het is een makkelijk te bewerken houtsoort, zowel vers in de schutting te gebruiken als droog in een zinkstuk of iets anders. Onder water blijft een wilg meer dan dertig jaar goed.’

En zo kan hij nog wel even doorgaan. ‘De wilg heeft weer toekomst. En daarmee ons ‘takkenbedrijf’.’

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Van Aalsburg opgericht in 1964, met honderd werknemers en een omzet van 20-25 miljoen over 2025.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next