Een levende witsnuitdolfijn is zondagavond aangespoeld op het strand van Egmond aan Zee. Het dier is overgebracht naar een opvangcentrum en wordt daar verder onderzocht. Dit jaar zijn al meerdere walvisachtigen aangespoeld in Nederland, maar wetenschappers zien geen patroon.
Wandelaars troffen de aangespoelde dolfijn aan en schakelden hulp in. Spoedig waren een lokale strandvonder en medewerkers van SOS Dolfijn ter plaatse om eerste hulp te verlenen. Daar werd besloten het dier, van tweeënhalve meter lang, te verplaatsen naar het opvangcentrum in Anna Paulowna voor verder onderzoek en herstel. Het is nog niet bekend waarom de dolfijn is aangespoeld: op het eerste gezicht waren er geen verwondingen.
Er spoelen jaarlijks witsnuitdolfijnen aan in Nederland, maar die zijn dan meestal al overleden. De laatste keer dat SOS Dolfijn een levende witsnuitdolfijn in de opvang had, was 2011, aldus Jeroen Hoekendijk, mariene bioloog bij SOS Dolfijn. De walvisachtige leeft in de Noordzee, maar bevindt zich doorgaans een stuk noordelijker dan Nederland. ‘Deze soort kan wel overleven in de ondiepe Noordzee. De dolfijn was dus niet zozeer in vreemd water, wat doet vermoeden dat er een andere oorzaak was voor de stranding.’
In de opvang maakt het dier het goed. Omdat de dolfijn spierschade heeft opgelopen, moesten Hoekendijk en collega’s ’s nachts het dier handmatig ondersteunen in het bassin. In de loop van de nacht begon de dolfijn langzaam weer zelfstandig te zwemmen. Hij heeft nog geen vis gegeten, maar heeft wel met een sonde vocht toegediend gekregen. Een dierenarts gaat de gezondheid van de witsnuitdolfijn verder onderzoeken.
Het lijkt logisch om een levende dolfijn op het strand terug in het water te duwen, maar dat heeft volgens Hoekendijk geen zin. Walvisachtigen leven in water en daar zijn ze gewichtloos. Wanneer ze aanspoelen zijn ze op het strand plots onderhevig aan zwaartekracht. Hierdoor lopen de dieren spierschade op en kunnen ze niet goed meer zwemmen. ‘Als je ze terugduwt, zullen ze verdrinken.’
Beter is het om hulp te halen, en ondertussen eerste hulp te verlenen aan het dier. Die bestaat uit drie stappen: de dolfijn nat houden tegen oververhitting, het blaasgat waardoor ze ademhalen vrijhouden van zand en water tegen verdrinking, en mensen op afstand houden.
De witsnuitdolfijn voegt zich in het opvallende rijtje recent aangespoelde walvisachtigen in Nederland. ‘Het is een knotsgek jaar’, zegt Hoekendijk. ‘Inmiddels zijn al acht soorten walvisachtigen bij onze kust aangespoeld of langs gezwommen. Dat is een buitengewoon hoog aantal, en betreft dieren die hier helemaal niet thuishoren, zoals een beloega of potvis.’
Toch is er volgens wetenschappers geen sprake van een onderliggend patroon. ‘Het zijn uiteenlopende soorten die allemaal uit een ander leefgebied komen’, zegt Lonneke IJsseldijk, bioloog aan de Universiteit Utrecht. ‘Hierdoor is het lastig om een oorzaak voor de verschillende strandingen te geven. Het valt wel op dat we het druk hebben, maar dat lijkt gewoon toeval te zijn.’
Ook Duitsland kampt met aangespoelde walvissen. Het land is al twee weken in de ban van bultrugwalvis Timmy, die in maart aan de Duitse kust strandde. Ondanks meerdere reddingsoperaties spoelde het dier steeds opnieuw aan: volgens wetenschappers een teken dat het dier ziek is en met rust gelaten moet worden. Zaterdag is opnieuw gepoogd om Timmy vrij te laten in de Noordzee. Dat lijkt gelukt. Zijn zender hapert, maar volgens de laatste berichten zwemt het dier nu richting zijn Atlantische thuis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant