Christopher Cross, de man van klassiekers als Sailing en Ride Like the Wind, beleeft een opvallende revival. De zanger die in 1981 vijf Grammy’s won voor zijn debuut, speelt maandag in een uitverkocht TivoliVredenburg. Zijn ooit verguisde softrock vindt opnieuw publiek – ook dankzij de populaire HBO-serie Euphoria.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Jarenlang nam zanger en gitarist Christopher Cross (75) in de maanden januari en februari zijn telefoon niet op. Dat was vast weer zo’n journalist die hem even wilde herinneren aan de vijf Grammy’s die hij in februari 1981 won voor zijn debuutalbum Christopher Cross.
Uit het niets gekomen, en net zo snel weer verdwenen – hoe zat dat precies? En voelde Cross zich niet schuldig dat hij dat jaar de belangrijkste muziekprijzen had weggekaapt voor Frank Sinatra (favoriet met New York, New York), Pink Floyd (The Wall) en Barbra Streisand (Guilty)? En wat deed hij tegenwoordig eigenlijk, maakte hij nog muziek?
Christopher Cross had er heel lang genoeg van, altijd maar weer diezelfde vragen. En wat kon hij eraan doen dat hij, tot ergernis van veel critici, die Grammy’s won?
Zelf had hij er ook niet op gerekend. Goed, zijn album was in 1980 alleen in de VS al vijf miljoen keer over de toonbank gegaan en Ride Like the Wind en Sailing waren enorme hits geweest, maar Cross dacht er hooguit met een Grammy voor grootste belofte vandoor te gaan.
Dat hij de drie belangrijkste Grammy’s (beste single, beste liedje en beste album) dat jaar ook zou winnen, had hem evenzeer verbaasd. Het bleef ook lang een unicum: pas in 2020 deed Billie Eilish hetzelfde.
Toen had Cross ook al een tijdje vrede met het gegeven dat zijn naam altijd geassocieerd zou blijven met dat album. Want sinds een jaar of twintig staat het te boek als hoogtepunt in de geschiedenis van de yacht rock. Een genre dat staat voor aalgladde, maar perfect gespeelde en geproduceerde softrock, gemaakt door bands en artiesten als Steely Dan, Toto, Michael McDonald (met of zonder de Doobie Brothers) en dus Christopher Cross.
De term yacht rock, die de periode tussen pakweg 1975 en 1983 beslaat, dook op in 2005 en was aanvankelijk spottend bedoeld door de makers van een onlinevideoserie onder dezelfde naam. Maar hoeveel grappen je ook kon maken over al dan niet vergeten makers van platen die de 1 dollar-bakken deden uitpuilen: de soulvolle, warme stemmen, de jazzy akkoorden en de perfecte producties op die platen bleken tijdloos en verdienden een tweede leven.
Over yacht rock verschenen artikelen, er kwamen yacht rock-playlists en compilaties. En altijd dook daarin de naam Christopher Cross op. Zijn debuutalbum staat nu naast het complete oeuvre van Steely Dan te boek als het ultieme yacht rock-meesterwerk. En anders dan Steely Dans Donald Fagen, die de makers van de HBO-documentaire Yacht Rock: A Dockumentary (2024) de boodschap ‘go fuck yourself’ meegaf, lijkt Cross er prima mee te kunnen leven.
Hij had zich er ook al bij neergelegd dat hij altijd een soort onehitwonder zou blijven. Na het miljoenensucces van zijn debuut waren er wat deuren voor hem opengegaan. Met Burt Bacharach maakte hij in 1981 nog een nummer 1-hit, Arthur’s Theme (Best That You Can Do), maar zijn tweede album liet drie jaar op zich wachten. Vooral in de VS deed dit Another Page het aardig, maar met de albums die volgden verdween Cross steeds meer uit beeld.
Hoe hij ook ploeterde op noodgedwongen in eigen beheer uitgebrachte muziek, succes bleef uit. En de lust om voor de zoveelste keer over zijn Grammy’s te praten, die hij won toen hij nog geen 30 was, verdween.
Maar los van de yacht rock-opleving is Christopher Cross sinds 2016 weer hip op de dansvloer. Ride Like the Wind was daar in 1980 ook al te horen, dankzij de straffe vierkwartsmaat en opzwepende piano-groove. Maar de remix die houseproducer en dj Joey Negro er in 2016 van maakte, gaf het met conga’s en nog meer strijkers extra pit.
Sindsdien verschenen er meerdere dancemixen van het nummer, dat zo steeds weer een nieuwe generatie vond. Aan dit succesverhaal lijkt een nieuw hoofdstuk te zijn toegevoegd. Vorige maand ging het derde seizoen van de hitserie Euphoria in première. En welk liedje hoorden we meteen aan het begin van de eerste aflevering, toen hoofdpersoon Rue naar de ‘border of Mexico’ reed? Juist: Ride Like the Wind, minutenlang in originele versie op de autoradio.
Je mag inmiddels steeds meer spreken van een Christopher Cross-revival. Zoals Toto dankzij de hernieuwde aandacht voor hun hit Africa een nieuwe generatie fans vond, lijkt Christopher Cross ook weer in de mode te komen.
Vorig jaar was hij nog in een vol Gelredome te zien, als voorprogramma van datzelfde Toto, tijdens hun gezamenlijke wereldtournee. En maandag staat hij in een al tijden uitverkochte Grote Zaal van het Utrechtse TivoliVredenburg. Op het programma staan liefst zeven van de negen albumtracks van zijn debuut, dat lang toch een beetje als een molensteen aan zijn nek hing.
Maar Christopher Cross weet inmiddels dat hij nooit meer zo’n succes als toen zal behalen, en heeft daar vrede mee. Hij heeft veel geluk gehad, zo bekent hij in de diverse recente interviews op YouTube. Zijn cassette met demo’s was in 1979, weliswaar abusievelijk, toch bij de juiste persoon terechtgekomen. Het album kwam een dag na Kerstmis uit, dodelijk voor een onbekende artiest. Maar Ride Like the Wind bleek precies de juiste single om het nieuwe jaar mee in te blazen.
Het behaalde in de VS de tweede plaats en Christopher Cross was ineens beroemd. Zijn naam zou bijna net zo snel weer vergeten worden, maar zijn debuutalbum vindt dankzij het onverwoestbare Ride Like the Wind steeds weer nieuwe liefhebbers. Zo gek was die keuze van de Grammy-jury 45 jaar geleden dus niet.
De tweede stem van Michael McDonald: Je hoorde de zanger van de Doobie Brothers zo rond 1980 op talloze platen, maar zijn bijdrage hier kwam toevallig tot stand. Hij had even pauze toen hij in een aanpalende studio zelf bezig was.
De gitaarsolo aan het einde: Wie goed door de dominante strijkers heen luistert, hoort een geweldig gitarist, wat Cross ook is. Frank Zappa en Al DiMeola hebben de solo samen nog eens nagespeeld.
Het koortje: Toen Christopher Cross nog vooral covers speelde, was Paul McCartney’s 1985 favoriet. Tijdens een instrumentaal stuk erin was Cross een keer spontaan woordloos gaan zingen. Het beviel en bracht hem voor Ride Like the Wind op een idee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant