Home

Betekent ouder worden fysieke achteruitgang en verdwijnende schoonheid? Zó kan het ook, tonen deze exposities

In een maatschappij die geobsedeerd is door jeugd en vernieuwing, heeft Janna Reinsma (44) allerlei zorgen over ouder worden. Met een bezoek aan de exposities Nieuw oud! en Grijs! Art on Aging probeert ze haar angstbeeld bij te stellen.

schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst en taal.

Het gezicht verliest zijn vorm. De kleur trekt uit de lippen. Huid verliest stevigheid, vlees verliest kneedbaarheid. Haar wordt dor en dof. Geest wordt star. Lichaam verliest zijn aaibaarheid.

Voilà, daar staan ze zwart-op-wit, mijn angsten voor het ouder worden. En ik heb er nog veel meer. De angst mijn ouders en dierbaren te verliezen. De angst zuur en cynisch te worden. De angst, of eigenlijk het besef, dat ik zoveel versies van mijzelf waarover ik ooit heb durven dromen nooit meer ga worden. De angst steeds minder bij de samenleving te gaan horen. En, last but not least, de angst om uiteindelijk krakkemikkig of ziek te worden en me over te moeten leveren aan de zorg van anderen.

Ik besef dat deze angsten niet origineel zijn. Ze worden ons ingeprent door een maatschappij die geobsedeerd is door jeugd en vernieuwing. Er is zelfs een term voor: ‘fogo’, fear of getting old. ‘Oud’ staat daarbij synoniem voor achteruitgang: voor verslechterende gezondheid, verlies van autonomie en verdwijnende schoonheid. Vooral voor dat laatste misschien.

Op mijn 44ste voel ik me soms al vreselijk oud. En dat oud voelen, dat voelt niet zo lekker. Ik heb de onvermijdelijkheid te aanvaarden, maar ik heb behoefte aan nieuwe (of gewoon: andere) beelden en denkbeelden over ouderdom. Gelukkig zijn er momenteel twee exposities te zien met beeldende kunst over ouder worden: Nieuw oud! De kunst van het ouder worden, in Museum van de Geest in Haarlem, en Grijs! Art on Aging, in Museum van Bommel van Dam in Venlo.

Ik ga erheen in de hoop iets te leren over hoe ik oud en grijs mag worden.

Vol in het leven

Meteen stuit ik op een verrassing. Beide exposities draaien niet écht om ‘ouder worden’ (iets wat we allemaal constant aan het doen zijn), maar om ‘echt oud’ worden (70, 80, 90 – iets wat lang niet iedereen doet).

Nieuw oud! in het Museum van de Geest toont foto’s van zo’n twintig fotografen, onder wie Erwin Olaf en Ari Seth Cohen. Het zijn foto’s met een hoog feelgoodgehalte, die ouderen laten zien die vol in het leven staan (vrolijk, extravagant gekleed, dansend, samen breed lachend van de glijbaan zoevend). Ook staan er in de expositieruimte een aantal negatieve stereotypen over ouderdom verwoord op canvas doeken. Deze stereotypen zijn netjes doorgestreept – met erbij een beter alternatief. Ouderen zijn bijvoorbeeld niet uitgeleerd, maar creatief. Niet eenzaam, maar verbonden. Niet kwetsbaar, maar krachtig.

De expositie, zo valt te lezen in de zaaltekst, ‘nodigt uit om in gesprek te gaan over de complexiteit van ouderdom, vastgeroeste denkbeelden los te laten en ouder worden te zien als ruimte voor verdieping, verbeelding en verbinding’. Ook elders in de zaalteksten draait het om ‘vitaliteit, creativiteit, betrokkenheid en levenswijsheid’, en wordt ouderdom voorgesteld als een ‘gedeelde ervaring vol betekenis, groei en mogelijkheden’.

Misschien ben ik al een beetje cynisch geworden, maar volgens mij is dit type goedbedoelde rebranding van ouderdom niet iets wat ouderen (of ikzelf) nodig hebben. Het klinkt alsof het bedacht is door mensen die zelf niet oud zijn, die oude mensen graag willen helpen – alsof je een langzame oudere bij een zebrapad naar de overkant helpt zonder te vragen of hij daar wel heen wil.

Wil helemaal niet zoveel hoeven

Als ik me afvraag welke van de hier geportretteerde ouderen ik het liefst wil zijn, dan is het niet de flamboyante bejaarde Iris Apfel, het bekende New Yorkse mode-icoon, of een van de andere soortgelijke oudere vrouwen die hier breed zijn vertegenwoordigd: vrouwen in knallende kleuren, liefst met roze, geel, paars en oranje in één outfit. Als ik oud ben, wil ik niet hoeven sprankelen.

Ik wil helemaal niet zoveel hoeven. Ik zoek geen superuitzonderlijke rolmodelouderen, zoals op de portretfoto’s van diverse fotografen van beroemdheden die altijd al uitzonderlijk en geslaagd waren, zoals Gerda Lenten-Havertong, of een vitaal in de lucht springende Herman van Veen. En ook de beelden van fragiele en hulpbehoevende ouderen voor wie al dan niet liefdevol ge(mantel)zorgd wordt heb ik, en ik zeg dit met heel veel respect, al vaak gezien (en ik wil hen zeker nog niet zijn).

De oudere op deze expositie die ik wel zou willen zijn, als ik iemand moest kiezen, is de opa die bij zijn zwemmende kleinkinderen de sloot in springt. Terwijl hij een salto maakt. Met zijn kleren aan. Een schitterende foto die Ilvy Njiokiktjien (oud-Fotograaf des Vaderlands) maakte van haar vader op leeftijd. Maar misschien is dit valsspelen, want ook deze oudere is natuurlijk superuitzonderlijk. Maar de foto schetst wel een vrolijk, dwars beeld van de oude dag dat ik nog niet ken.

Ook zou ik wel een van de innig verstrengelde oudere minnaars willen zijn op de foto’s van de Duitse fotograaf Katrin Trautner. Ze zijn niet ‘aandoenlijk’ in beeld gebracht, zoals vaak bij intimiteit bij ouderen gebeurt, of anderszins onsexy, maar smaakvol en sensueel.

De minnaars lijken zich niet bewust van de aanwezigheid van de fotograaf, of van ons als toeschouwers. Ze zien er niet uit alsof ze geregisseerd worden, noch alsof ze zelf aan het poseren zijn om een bepaald (‘mooi’) beeld van zichzelf de wereld in te helpen. Het zijn simpelweg geliefden die in elkaar opgaan – de fotograaf, de blik van de ander, dat soort dingen is natuurlijk maar bijzaak.

Kunstwerken die verrassen

De tweede expositie, Grijs! Art on Aging in Museum van Bommel van Dam, is minder feel-good, zo wordt snel duidelijk. De eerste kunstwerken: een hyperrealistische sculptuur van een man in een lullige regenponcho (die de vader voorstelt van kunstenaar Margriet van Breevoort) en een prachtige foto van een diep decolleté van een oude dame (de moeder van fotograaf Diana Blok).

De borsten zijn niet meer vol en rond, maar eerder, en het voelt genadeloos om het zo op te schrijven: leeg. Toch is het aanzicht niet onsensueel, ook omdat het geheel wordt omlijst door een chique parelketting en de fraaie zoom van een jurk of blouse. Een spannend ambigu beeld, een decolleté zoals je zelden ziet, eentje om niet snel te vergeten.

Ook elders in de expositie zijn kunstwerken die verrassen. Zoals de documentaire fotoserie Senior Love Triangle van Isadora Kosofsky, over de 84-jarige man Will die twee relaties heeft, met de 90-jarige Adina en de 81-jarige Jeanie. De drie nemen een verrassende afslag, bij de clichés van relaties op leeftijd vandaan.

Ook indrukwekkend zijn de zelfportretten van de Amerikaanse Joan Semmel, die zichzelf naakt vastlegt op grote doeken. Op een van haar schilderijen houdt ze haar armen beschermend voor de borsten, maar zien we wel haar plooiende, mollige, oudere buik. Het schilderij is onder meer mooi omdat we zulke beelden zelden zien, en Semmel ons beeldenreservoir van een beetje tegenwicht voorziet. Het is ook mooi omdat Semmel zo lang en precies en liefdevol, althans dat denk ik toch, naar zichzelf heeft gekeken. Het lijkt alsof ze al die huidplooien en andere details niet verhult of verfraait, maar ook niet bekritiseert – er gewoon nieuwsgierig naar kijkt.

Perceptie van wat oud is

Op beide exposities, vol beelden van al dan niet blote ouderen, voel ik me bij vlagen jong. Of nog-niet-echt-oud. Het doet me inzien hoezeer de perceptie van wat oud is constant verandert, ook gedurende een mensenleven. Toen ik begin twintig was, vond ik eind-twintigers bijvoorbeeld al meelijwekkend oud. Nu ik 44 ben, vind ik dertigers verbazingwekkend jong. Zo zijn denkbeelden, aannames en oordelen over jezelf als jong of oud, en over ‘jonge’ of ‘oude’ anderen, steeds in beweging. En wat we echt héél oud vinden, dat duwen we altijd een beetje voor ons uit, zodat we het zelf zo lang mogelijk niet zijn.

Denken over ouderdom betekent als vanzelf ook denken over de jeugd, en geleidelijk krijg ik bij de museumbezoeken steeds meer medelijden met jonge mensen. Iedereen kijkt alsmaar afwachtend en reikhalzend naar hen voor nieuwe ideeën, nieuw talent, nieuwe energie, nieuwe daadkracht, nieuw lef, nieuwe creativiteit. Nieuwe trends. Voor schoonheid en betovering.

Maar jongeren zijn ook onervaren, onzeker, onwetend, naïef en bang. Ze hebben niet per se het vertrouwen in zichzelf (en de toekomst) dat anderen in hen stellen. Ze lijden aan de druk het (nog) te moeten maken en constant vernieuwend, veelbelovend en aanstormend te zijn.

Ze lijden ook onder het tekort aan een aantrekkelijk perspectief, schrijft filosoof Susan Neiman in haar boek Why Grow Up?. Doordat we in de westerse wereld de jeugd vergaand idealiseren en het ouder worden als een tragedie beschouwen, als een optelsom van aftakeling en verlies, slagen we er niet goed in een samenleving te creëren waarin mensen graag ouder willen worden. Over jong zijn schrijft Neiman: ‘Door de tijd die doorgaans juist de moeilijkste tijd in iemands leven is te beschrijven als de beste, maken we die tijd moeilijker voor wie hem doormaakt.’ En: ‘Door het leven voor te stellen als een proces van neergang, bereiden we jongeren voor er maar weinig van te verwachten en te eisen.’

Zo verwachten we niet dat het ook nog méé zou kunnen vallen.

Last van jong zijn

Bij de expositie Nieuw oud! in Haarlem kunnen bezoekers hun jongere of oudere zelf een brief(je) sturen en die aan een brievenmuur hangen. Iemand schrijft aan zijn jongere zelf: ‘Het leven wordt eigenlijk steeds makkelijker. Ouder worden is niet iets om bang voor te zijn. Het zal je bevrijden van de last van jong zijn.’

Even verderop staat een verwant citaat van de Amerikaanse actrice Andie MacDowell (68) op de museummuur: ‘I want to be old. I’m tired of trying to be young. I don’t want to be young. I’ve been young.’

Het helpt toch, deze exposities, dit soort teksten. Ze vormen een bescheiden tegengeluid tegen het idee dat het eigenlijk niet de bedoeling is, oud worden, dat het eigenlijk niet mag, en een beetje schandalig als je het toch doet. Dat je alles wat er ouder aan je wordt, moet verhullen of verbloemen of stilletjes haten.

In gedachten schrijf ik een briefje aan mijn jongere zelf. ‘Lieve jonge J, het leven is niet zo eng als het lijkt. Je hoeft niet mooi, uitzonderlijk en succesvol te zijn. Ploeter gewoon maar wat aan, net als iedereen.’

En eentje aan mijn oudere zelf. ‘Lieve oude J, weet je nog die exposities over ouderdom waar je over schreef? Ze vormden misschien wel het begin van een zoektocht naar manieren waarop een mens oud zou kunnen zijn, en zou willen zijn. Zonder dat het op een bepaalde manier moet. En nu ben je echt oud, en hoef je eindelijk niet meer jong te zijn. Hoe is dat nu? Heeft het ook maar iets te maken met wat je vroeger dacht?’

Nieuw oud! De kunst van het ouder worden, Museum van de Geest, Haarlem, t/m 3/1. Grijs! Art on Aging, Museum van Bommel van Dam, Venlo, t/m 14/6.

Source: Volkskrant

Previous

Next