Home

De meest extreme klimaatscenario’s zijn niet langer realistisch

Klimaatverandering Het internationale klimaatpanel schrapt het lichtste en het zwaarste toekomstscenario voor de uitstoot van broeikasgassen omdat ze ‘onwaarschijnlijk’ zijn geworden.

Een zonnepark in het Chinese Datong.

Het zwartste scenario voor klimaatverandering kan officieel worden afgeschreven, dankzij dalende prijzen voor hernieuwbare energie en opkomend klimaatbeleid. Tegelijkertijd zijn ook de meest rooskleurige vooruitzichten inmiddels achterhaald: de opwarming van de aarde zal niet beperkt blijven tot anderhalve graad celsius. Dat blijkt uit een vorige week verschenen publicatie van het CMIP, een internationale werkgroep voor wetenschappelijke klimaatmodellen.

De modellen van het CMIP vormen al jaren de belangrijkste basis voor de gezaghebbende IPCC-rapporten en figureren wereldwijd in talloze wetenschappelijke publicaties en beleidsdocumenten. Door het verdwijnen van de meest onwaarschijnlijke scenario’s wordt nu duidelijker welke toekomst te wachten staat in een opwarmend klimaat.

De vorige maand verschenen studie bevat zeven nieuwe toekomstscenario’s, variërend van „hoog” voor de toekomst met de grootste fossiele uitstoot tot „zeer laag” voor het scenario waarin uitstoot juist het snelste afneemt. Ze vervangen de vijf scenario’s van het CMIP die tot nu toe centraal stonden in de klimaatwetenschap. Alle nieuwe scenario’s vallen binnen de uiterste grenzen die de voorgaande scenario’s identificeerden. Het voormalige scenario met de hoogste uitstoot, dat sinds 2010 in verschillende varianten heeft bestaan, noemt de publicatie nu „onwaarschijnlijk”.

Een conceptversie van het onderzoek werd al meer dan een jaar geleden openbaar gemaakt, een maand geleden werd de definitieve versie gepubliceerd, zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven. „Ik denk dat het beleidsrelevanter is dan ik me realiseerde”, zegt hoofdauteur Detlef van Vuuren, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en programmaleider bij het Planbureau voor de Leefomgeving, op de vraag waarom het verschijnen van het onderzoek niet is gemarkeerd met een persconferentie of persbericht. Van Vuuren was via het CMIP eveneens betrokken bij de totstandkoming van de eerdere modellen.

Onthaald als overwinning

Vorige week werd de langverwachte publicatie opgemerkt door kritische volgers van de klimaatwetenschap, zoals de Amerikaanse milieuhoogleraar Roger Pielke die er een bericht over schreef op zijn blog. Daarin besteedde hij vooral aandacht aan het schrappenvan het meest pessimistische scenario, niet aan de optimistische toekomstbeelden die sneuvelden. In klimaatsceptische kringen op sociale media wordt het onderzoek sindsdien onthaald als overwinning.

Het meest pessimistische scenario dat nu verdwijnt, was vanaf het begin bedoeld als een mogelijk, maar zeer extreem toekomstbeeld. Gaandeweg ging dat rampscenario echter een eigen leven leiden in media en politiek. Onder de noemer ‘business as usual’ speelde het een steeds centraler rol in de klimaatberichtgeving. Daarvoor was het niet bedoeld, zei Van Vuuren twee jaar geleden in een interview met NRC: „We hebben het scenario meegenomen om de bandbreedte van mogelijke toekomstige emissies te laten zien.”

Het was toen al enige tijd duidelijk dat het meest pessimistische scenario uit de officiële ramingen zou verdwijnen, net als het meest optimistische scenario waarin de opwarming onder de anderhalve graad zou blijven. Van Vuuren noemde beide scenario’s in dat interview achterhaald.

De rechtbank in Den Haag verwees niettemin naar het pessimistische scenario, toen het begin dit jaar uitspraak deed in een zaak die door Greenpeace was aangespannen tegen de Nederlandse staat. Die zaak draaide om de verplichting van Nederland om inwoners van Bonaire, onderdeel van Caribisch Nederland, te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. In het ergste geval zou de zeespiegel rond de bijzondere gemeente in het jaar 2100 zijn gestegen met 85 centimeter, bleek toen uit doorrekeningen van het scenario.

Van Vuuren denkt dat het geen probleem is dat de rechter rekening houdt met een extreem klimaatscenario. „Als je bijvoorbeeld kijkt hoe hoog moet een dijk worden, dan wil je dat die dijk sowieso niet bezwijkt. Dan moet je rekening houden met een kleine kans op een hoog risico.” De meest rampzalige uitkomst is onwaarschijnlijk maar de bijbehorende temperaturen en zeespiegelstijging zijn nog steeds niet onmogelijk, benadrukt Van Vuuren. „Als de rechter op die manier naar de scenario’s kijkt, dan is dat prima.”

Daarbij speelt mee dat de scenario’s die Van Vuuren ontwikkelt iets zeggen over de uitstoot van broeikasgassen, niet over de opwarming van de aarde of de zeespiegelstijging die daarvan het gevolg is. Het zijn andere modellen die de verwachte uitstoot omrekenen in waarschijnlijke gevolgen. Als het klimaat gevoeliger blijkt voor de uitstoot van broeikasgassen, kan de aarde alsnog sneller opwarmen. Van Vuuren verwijst naar zogenoemde feedback-effecten, zoals bosbranden die ontstaan door klimaatverandering en het broeikaseffect verder versterken. „Er is nog steeds een kans dat die temperatuur wel degelijk uitkomt op vier graden boven het pre-industriële niveau.”

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next